PlusInterview

Watertanden bij Délicieux: ‘Ik heb als regisseur altijd alle zintuigen willen beroeren’

Met Délicieux creëert Éric Besnard (58) een film om bij te watertanden. Het historische sprookje gaat over het ontstaan van de eerste restaurants aan de vooravond van de Franse Revolutie. ‘Een western, maar dan met koksmessen in plaats van pistolen.’

Joost Broeren-Huitenga
Still uit ‘Délicieux’. Links Grégory Gadebois als kok Manceron. Beeld
Still uit ‘Délicieux’. Links Grégory Gadebois als kok Manceron.

“Ik ben geen fan van complexe keukens,” meldt de Franse regisseur Éric Besnard tussen neus en lippen door. Het lijkt een vreemde uitspraak voor iemand die een film heeft gemaakt over het ontstaan van het eerste restaurant, in het Frankrijk van de late achttiende eeuw.

Toch blijkt die uitspraak ook precies te kloppen met Besnards Délicieux. Een film die het niet moet hebben van artistieke hoogstandjes of narratieve vernieuwing, maar die wel een vertrouwd recept zeer vakkundig uitvoert. Geen maaltijd uit een sterrenrestaurant, misschien, maar wel stukken smaakvoller en voedzamer dan fastfood.

Wat dat betreft is ook Besnards uitleg bij zijn afkeer van de moeilijkdoenerij van het Michelinsterrencircuit veelzeggend: “Doe mij maar liever een goed maal om te delen dan zo’n ingewikkeld bord.” Besnard heeft een voorkeur voor feelgoodeten, en daarover maakte hij een feelgoodfilm. Of, getapt uit een ander aloud vat: “Een western, maar dan met koksmessen in plaats van pistolen.”

In gevecht met de tijd

Dat zijn gastronomische voorkeur zijn filmsmaak weerspiegelt, is geen toeval, afgaand op Besnards stelling dat professioneel koken en filmmaken in wezen hetzelfde beroep zijn. “Net als een chef zit je als filmmaker ergens tussen ambachtsman en kunstenaar in,” legt hij uit. “Beiden zijn continu in gevecht met de tijd. Beiden sturen een team aan van mensen die ieder hun aandeel in het geheel hebben. Je zou de obers in een restaurant zelfs kunnen vergelijken met acteurs; hoe ze bewegen, hoe ze praten, dat is een performance. Daarom gaan zo veel acteurs die niet aan de bak komen ook in de bediening werken!”

Zo bezien is Délicieux een soort indirect zelfportret, beaamt de regisseur. “Ik heb er absoluut over gedacht als een film over een filmmaker. Het begint ermee dat de hoofdpersoon onder de duim van de mensen met het geld zit – zijn producent, in filmtermen – en dat hij een flop maakt. Daar moet hij bovenop zien te komen.”

Die hoofdpersoon is Manceron (Grégory Gadebois), kok voor de hertog van Chamfort. Zijn ‘flop’ is een gerecht van aardappel en truffel – in die tijd volkse ingrediënten – dat hij buiten het vastgestelde menu om maakt. Resultaat: ontslag op staande voet. Aangemoedigd door de mysterieuze Louise (Isabelle Carré), die bij hem in de leer gaat als sous-chef, doet Manceron vervolgens iets revolutionairs: hij onttrekt zich van het adellijke juk en begint voor zichzelf.

Dineren als uitje

Hoewel Délicieux een fictioneel verhaal vertelt, ontstond het idee van het restaurant zoals we dat nu kennen – dineren als uitje, waar elke tafel à la carte bestelt – pas in de achttiende eeuw. “Restaurants vinden hun oorsprong in de Verlichting, en zijn nauw verbonden met de Franse Revolutie,” stelt Besnard.

Dat was precies waar het hem om ging. “De film draait om het moment dat het mogelijk werd dat iemand uit de lagere klassen aan de hele wereld toonde wat hij in zijn mars had. Dat iemand die voorheen als ambachtsman altijd een bediende zou zijn geweest, nu als kunstenaar zijn eigen pad kon kiezen. En om het moment dat de verschillende sociale klassen plotseling bij elkaar in één ruimte bij elkaar kwamen om te eten.”

Los van al die politieke achtergronden is Délixieux toch vooral een film om bij te watertanden. Besnard had al toen hij het scenario schreef duidelijke ideeën over de sociale en politieke lading van de gerechten. Zoals dus bijvoorbeeld de volkse combinatie van truffel en aardappel die Manceron zijn baan kost; uiteindelijk wordt deze délixieux, die de film ook zijn titel geeft, een richtinggevend gerecht voor zijn eigen menu. Of neem het simpele kipgerecht waar het restaurant naam mee maakt: “Een gerecht dat iedereen in Frankrijk kent. Maar ook simpel eten kun je goed of slecht bereiden.”

Aardappel en truffel

Al die ideeën moesten vervolgens worden vertaald naar echte borden eten waar Besnard zijn camera op kon richten. “Neem bijvoorbeeld die délicieux. Het is één ding om in het scenario te schrijven: hij maakt een gerecht met aardappel en truffel. Maar vervolgens moet je kiezen hoe dat er dan uitziet – heeft het de vorm van een croissant, of is het een soort paté, of toch iets anders?”

Daarvoor vertrouwde Besnard overigens niet op zijn eigen kookkunsten. “Ik kook graag voor mensen, maar ik ben geen begenadigd chef.” Toch moest hij de professionele chefs die de gerechten voor hem ontwierpen nog regelmatig bijsturen. “Koks willen lekker eten maken; ik wilde gerechten die er lekker uitzien, wat niet precies hetzelfde is, haha.”

Met het filmen van eten kwam Besnard dichter dan ooit eerder bij het vervullen van een persoonlijke ambitie. “Ik heb als regisseur altijd alle zintuigen willen beroeren – wat natuurlijk onmogelijk is, want film kun je alleen zien en horen. Maar als je eten filmt, kom je er het dichtst in de buurt: als kijker kun je het bijna aanraken, proeven en ruiken.”

Délicieux is te zien in Cinecenter, City en Filmhallen.

Jean-Baptiste-Siméon Chardin

Naast de eetcultuur van de achttiende eeuw, grijpt Besnard voor Délicieux ook terug op de schilderkunst van die eeuw. En specifiek de stillevens van Jean-Baptiste-Siméon Chardin (1699-1779), die als inspiratie dienden voor de stillevens die Besnard inzet om de film in hoofdstukken onder te verdelen. “Dat ontstond omdat we geld tekortkwamen,” zegt Besnard lachend. “We konden een aantal scènes uit het script niet draaien omdat ze te duur waren, dus ik zocht een manier om mensen duidelijk te maken waar we zaten in het verhaal. Toen moest ik denken aan die stillevens van Chardin. Dat zijn niet alleen prachtige tableaus, maar ook beelden waarin elk element ook een filosofische betekenis heeft. Dat idee hebben we ook in onze natures mortes doorgevoerd.”

Regisseur Éric Besnard: ‘Net als een chef zit je als filmmaker ergens tussen ambachtsman en kunstenaar in.’ Beeld Dominique Charriau
Regisseur Éric Besnard: ‘Net als een chef zit je als filmmaker ergens tussen ambachtsman en kunstenaar in.’Beeld Dominique Charriau
Meer over