PlusBeeldspraak

Wat we van Edgar Allan Poe kunnen leren over de pandemie

In coronatijd komt de restauratie van The Masque of the Red Death als geroepen. Je kijkt je ogen uit bij de pandemie van Edgar Allan Poe.

Prospero (Vincent Price) in de gele kamer uit The Masque of the Red Death.   Beeld Alamy
Prospero (Vincent Price) in de gele kamer uit The Masque of the Red Death.Beeld Alamy

De gasten van prins Prospero kwamen werkelijk niets tekort. Zijn onneembare vesting bood beschutting tegen de grote boze buitenwereld en het gepeupel dat daar rondwaarde. Er was voedsel in overvloed. Er waren clowns, balletdansers, komieken en muzikanten. Er was ‘Schoonheid’, er was wijn. Buiten regeerde de Rode Dood.

Edgar Allan Poe’s korte verhaal The Masque of the Red Death verscheen in 1842. Er is sindsdien veelvuldig gespeculeerd over de aard van de plaag waartegen Prospero zichzelf en zijn gasten probeert te beschermen. Was het een variant van de Zwarte Dood, ofwel de pest, die in de middeleeuwen miljoenen Europeanen het leven kostte? Was het een soort tuberculose, die Poe’s echtgenote, moeder en broer dodelijk trof? Of was het een uitbraak van cholera, zoals de Amerikaanse schrijver in 1831 met eigen ogen in Baltimore had aanschouwd?

Poe had zeker geen gebrek aan akelige voorbeelden toen hij zijn Rode Dood op Prospero en diens gasten losliet. Je zou kunnen zeggen dat zijn fictieve plaag een barmhartige variant van alle plagen was, want de dood treedt binnen een half uur na de besmetting in. Het lijden is dus van korte duur. Maar het is een kliederige bedoening, want het bloed vloeit rijkelijk uit alle poriën. Vandaar de naam.

Poe is nooit ver weg

De restauratie die Martin Scorsese en George Lucas van de klassieke verfilming van Poe’s verhaal lieten maken zou oorspronkelijk in 2020 op blu-ray uitkomen, maar er kwam wat tussen. Een dodelijke plaag legde de productie lam, alsof de duivel ermee speelde.

In de eerste maanden van de coronapandemie kwam ­Roger Cormans The Masque of the Red Death (1964) echter wel ter sprake in beschouwingen over culturele antecedenten voor het leven onder de dreiging van een plaag. Als het over narigheid gaat zijn de gruwelen van Edgar Allan Poe nooit ver weg. En als het om Poe op film draait, kan niemand om Roger Corman heen.

De Amerikaanse regisseur en producent baseerde in de eerste helft van de jaren zestig zeven films op verhalen en gedichten van Poe. Hij deed dat in dienst bij het in B-films gespecialiseerde bedrijf American International Pictures (AIP). Het succes van Cormans Poe-cyclus verhoogde de status van de regisseur en diens broodheren bij AIP aanzienlijk. De fraaie kleurenfilms met literaire stamboom waren van een andere orde dan de lange stoet goedkope zwart-wit westerns en monster- en tienerfilms, waarmee AIP in de jaren vijftig de drive-inbioscopen bespeelde.

The Masque of the Red Death was Cormans zesde Poe­verfilming. Het werd de fraaiste, dankzij een verhoogd budget en een verhuizing van de productie naar Engeland, waar de Amerikaan de afgedankte kasteeldecors van het koningsdrama Becket kon gebruiken en zijn kostelijk vileine steracteur Vincent Price met een keur aan Britse karakterspelers omringde.

De vleesgeworden onschuld in het smeuïg aangedikte verhaal werd vertolkt door de ­rijzende ster Jane Asher. Haar vriendje bezocht de filmstudio. Corman wist niet wie hij was, tot hij een dag later de voorpagina van de tabloids zag en las dat het om Paul McCartney van The Beatles ging.

Van okergeel tot pimpelpaars

De grootste troef was de bijdrage van de Engelse cameraman Nicolas Roeg, die eerder aan David Leans monumentale epos Lawrence of Arabia meewerkte en in de jaren ­zeventig als regisseur de klassiekers als Don’t Look Now en The Man Who Fell to Earth op zijn naam zette. Roeg pakte flink uit met de opulente kasteeldecors, die hij met groothoeklenzen in het breedste beeldformaat fotografeerde. Poe beschreef een zevental bijzondere kamers in de ­vesting van Prospero, die allemaal een eigen kleurstelling hadden. In de film zijn het er vier, maar ze knallen in ­technicolor van okergeel tot pimpelpaars schitterend van het doek.

Het ontbreekt de vesting van Prospero niet aan de Schoonheid die Poe nadrukkelijk benoemde; je kijkt je ogen uit bij de fraaie restauratie van de film door Martin Scorseses Film Foundation. Het is allicht pervers dat de verbeelding van een verwoestende plaag zo amusant en gloedvol tot ons komt, terwijl we zelf onder een pandemie zuchten.

De ironie van het lot wordt benoemd door de Britse auteur en criticus Kim Newman, die in het audiocommentaar bij de film opmerkt dat de rijken er ook nu weer warmpjes bijzitten in hun paleizen, terwijl het gepeupel buiten sneeft.

Mijn gedachten dwaalden prompt af naar de roemruchte videoboodschap van Madonna in maart 2020. De Queen of Pop sprak het volk toe vanuit een melkbad vol rozenblaadjes in haar villa. Ze verklaarde dat Covid-19 de grote gelijkmaker is, omdat we nu allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Ik hoor U, madam, maar uw schuitje is een stuk groter dan het mijne!

De restauratie van The Masque of the Red Death is ­verkrijgbaar op blu-ray van Studio Canal.

Meer over