PlusBoekrecensie

Vrouwen in Griekse mythen zijn overgeleverd aan de hitsigheid en eerzucht van mannen

Was Helena van Troje een onverbeterlijke mannenverslindster? En had Pandora het echt zo slecht voor met de wereld? In De kruik van Pandora werpt classicus en comédienne Natalie Haynes (1974) een feministische blik op vrouwen in Griekse mythen.

Dieuwertje Mertens
John William Waterhouse: Psyche opent het gouden kistje (1903). Beeld Privécollectie
John William Waterhouse: Psyche opent het gouden kistje (1903).Beeld Privécollectie

Veel mensen ontlenen hun kennis van de Griekse mythen – als die al aanwezig is – aan moderne(re) hervertellingen, maar daarin gaat vaak veel verloren. Welke versie van het verhaal we vertellen en wie we centraal stellen, is een weerspiegeling van de tijdsgeest. Voor De kruik van Pandora onderzocht Haynes verschillende perspectieven door de tijd heen op tien vrouwelijke personages uit de Griekse mythologie.

Ze begint bij Pandora, de eerste menselijke vrouw uit de Griekse mythologie. Het verhaal van Pandora vertoont overeenkomsten met de nog veel bekendere scheppingsmythe uit de Bijbel: het verhaal van Adam en Eva. Eva riep de erfzonde over ons af door een vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Pandora opende een doos (oorspronkelijk een kruik), waarmee ze het kwaad over de wereld uitstortte.

‘Een beeldschoon kwaad’

Waarom doet ze dit? Weet Pandora wel wat er in die doos zit? Dat vertelt het verhaal ons niet. Haynes wijst erop dat de kwade wil die we haar toedichten louter aan ons eigen brein is ontsproten. In de verschillende vertalingen van Hesiodos’ Theogonia, hebben de interpretaties van vertalers ook een sturende rol gespeeld. Hesiodos omschrijft Pandora als kalon kakon, oftewel ‘een beeldschoon kwaad’. Maar volgens Haynes hoeft kakon geen morele dimensie te bevatten: iets dat slecht uitpakt, maar niet per se slecht is bedoeld. En daarmee werpt ze een nieuw licht op Pandora.

Veel vrouwen in de Griekse mythologie worden als koelbloedige, wraakzuchtige wezens neergezet, terwijl veel mannen ongecompliceerde helden mogen zijn. Meermaals roemt Haynes Euripides die in Trojaanse vrouwen (415 v.Chr.) ‘schrandere vrouwen’ neerzette die hij veel tekst gaf – een uitzondering. De Griekse mythen zijn ontsproten aan een patriarchale samenleving. ‘Maar in de versies die we tegenwoordig te lezen krijgen stuiten we maar al vaak op vrouwenhaat uit recentere tijden,’ schrijft Haynes.

Wat in de oudheid nog niet als schrikbarend werd gezien en in moderne hervertellingen vaak is verdoezeld, is hoeveel (seksueel) geweld, pijn en verdriet deze vrouwen werd aangedaan, alvorens zij tot hun slechte daden overgingen. Vrouwen (én mannen) zijn in Griekse mythen niet alleen overgeleverd aan de toorn en willekeur van de goden, maar toch bovenal aan de hitsigheid en eerzucht van mannen.

Een eufemisme voor ‘verkrachting’

Bijvoorbeeld: ‘serieverkrachter’ Theseus ontvoerde de jonge Helena (van Troje) en verkrachtte haar (tja, ze was zó mooi). Op haar tiende heeft ze al een kind van hem gebaard. Hades, de God van de onderwereld, ontvoert Persephone om haar in een gedwongen huwelijk langdurig seksueel te misbruiken. Haynes wijst erop dat woorden als ‘ontvoeren’, ‘meevoeren’ en ‘overmeesteren’ een eufemisme zijn voor ‘verkrachting’ – vaak in een poging de verhalen geschikt te maken voor kinderen. Dat gaat ten koste van het begrip voor deze vrouwen.

Haynes legt in haar scherpe en grappige analyses de motieven van de vrouwen voor hun gedrag bloot. Ze laat de omissies in de mythen en hervertellingen zien en laat ook zien hoe snel de lezer zelf geneigd is om vrouwelijke personages volgens (oude) patriarchale denkpatronen te veroordelen. Die zet ze bij deze recht. De kruik van Pandora is onmisbaar voor zowel ingewijden in de Griekse mythologie als lezers die kennis willen maken met de Griekse mythen.

null Beeld

De kruik van Pandora

Natalie Haynes
Vertaald door Henny Corver en Frits van der Waa
Meulenhoff, €24,99
375 blz.