PlusGedicht

Vrijzwemjaren

Het Parool

Terwijl ik mijn schoolslag interpreteer als onbeteugeld,

mijn zelfverkozen ademnood een gevoel van leven geeft,
de overkant, de zonnige eindbestemming, altijd in zicht,
ik me soms een snoek waan, dan weer de mooiste siervis,
besef ik opnieuw hoeveel bewegingsvrijheid en hoe waardevol.

Meerkoeten zwemmen als gevederde vrachtschepen voorbij,
onderduikgedrag in hun kiem, voor roofvogels, voor luchtaanvallen,
ik laat ze passeren, mijmer even over hun jongelingen, dan over mezelf,
in oorlogstijd denkt men te veel aan eigen-ik of te veel aan de ander,
red wie je liefhebt, zoals de meerkoet haar kleintjes het riet in stuurt.

Af en toe vermoed ik dat geschiedenis zich herhaalt, dat ze dommig is,
dat de mensheid haar geweten vormt, maar zo vergeetachtig,
en dat alles al beschreven, verfilmd en zoveel lessen geleerd,
waarom we dan toch de oorlog in de uitverkoop zetten,
voor een habbekrats ons een wapen, de strijd, laten aanpraten.

We weten: macht gedijt goed in het hoofd dat zich daar voor leent,
en hoewel we nu jaren verder zijn, een dagboek aan wijsheid hebben,
we strepen zetten door woorden als heerschappij, regime,
is er altijd iemand die zijn spreekbeurt het beste vindt,
die het hoogste cijfer wilt, applaus verlangt én gezag natuurlijk.

Ook vermoed ik dat er mensen zijn die nooit een gieter vasthouden,
die niet weten hoe iets bloeit en wat het daarvoor nodig heeft,
dat je niet zomaar een leven platwalst, uit de grond rukt of verdelgt,
zij schuwen de tuin des levens, bespugen die, zien regen als vijand,
ik wil gieters uitdelen, zeggen dat het kwaad alleen op donkere plekken groeit.

Eén ding raken we nooit kwijt: de smaak van vrijheid,
onze grote helden die de weg voor ons vrijgemaakt hebben,
zodat we weten waarvoor we vechten of waarvoor we wegzwemmen,
die ons kloekmoedig kunnen laten zeggen: dit nooit meer!
Ook al staat de oorlog in de uitverkoop, kost hoop soms meer dan strijd.

Marieke Lucas Rijneveld

Meer over