PlusBoekrecensie

Vlaming Raymond De Belser was toen hij nog leefde al een vergeten schrijver

Raymond De Belser in 1986, vier jaar voor zijn vrouw een eind aan haar leven maakte.Beeld Patrick Maetens

Dat literatuurgeschiedenis niet saai hoeft te zijn, blijkt wel uit leven en werk van de Vlaamse schrijver Raymond De Belser (1929-2014). Onder zijn pseudoniem Ward Ruyslinck publiceerde hij zo’n vijftig boeken, poëzie, non-fictie maar vooral romans. Zijn grote thema was de eerlijkheid en gevoeligheid van de eenling in een gemechaniseerde wereld die vooral gericht is op nut en winstbejag, zoals in zijn boek Het reservaat (1964) overtuigend beschreven wordt.

In Nederland is hij bekend geworden met twee prozawerken uit het begin van zijn schrijverschap: Wierook en tranen (1957) en De ontaarde slapers (1958). Zijn jeugdherinneringen uit de Tweede Wereldoorlog schemeren door dit aangrijpende proza dat decennia op de verplichte leeslijst voor middelbare scholieren heeft gestaan.

De zojuist verschenen biografie van Frits de Vries is helder en informatief, alhoewel bij vlagen langdradig door het navertellen van elk door Ruyslinck gepubliceerde boek. Apotheose is het schrijnende verhaal over Ruyslincks echtgenote, Alice Burm, die zelfmoord pleegde in 1990, vermoedelijk omdat haar man een buitenechtelijke relatie had. Net als de hoofdpersoon in De ontaarde slapers verhing Alice zich in de garage van hun echtelijke woning.

Omdat Ruyslinck het touw had doorgesneden en haar op de grond had gelegd, daarmee sporen had gewist, en omdat Alice geen afscheidsbrief had achtergelaten, werd hij aanvankelijk verdacht van moord. Kennissen van het stel vertelden de politie dat Alice had geklaagd over mishandelingen. Dat Ruyslinck een roman had gepubliceerd onder de titel Wurgtechnieken maakte de zaak er voor hem niet beter op. Het werd nog erger toen Ruyslinck kort daarna met zijn minnares Monika Lo Cascio De speeltuin publiceerde, een roman over hun onstuimige liefdesrelatie.

Sonja op zaterdag

De speeltuin is een gek boek. De twee geliefden namen hun werkelijk gevoerde correspondentie als uitgangspunt voor dit liefdesverhaal, dat wil zeggen tot aan de dag dat Alice zelfmoord pleegde. Vervolgens verzon Ruyslinck er een verhaal omheen dat zogenaamd niet over zijn overleden echtgenote ging. ‘Hij wilde in dit fictieve huwelijk een totaal fictieve echtgenote neerzetten met een geheel ander karakter dan zijn overleden vrouw,’ schrijft zijn biograaf. De Vries volgt hier wel erg precies de lezing van Ward Ruyslinck, terwijl de lezer van De speeltuin natuurlijk in deze zogenaamde fictieve echtgenote Alice Burm denkt te herkennen.

Een rel was geboren. Was Ruyslinck een moordenaar die bovendien nog eens postuum wraak nam op zijn slachtoffer? Zelfs in Nederland had iedereen er een opvatting over. In het televisieprogramma Sonja op zaterdag werd het liefdeskoppel stevig aan de tand gevoeld en kreeg Monika min of meer de schuld van de dood van Alice.

Het bleef bij een rel en ook in deze biografie wordt niet duidelijk wat er van al de speculaties waar is. ‘Ik had nooit De speeltuin moeten uitgeven,’ zei Ruyslinck tien jaar later in een interview. Het huwelijk met Monika bleef overigens tot aan zijn dood gelukkig.

Ruyslinck was een succesauteur. Zijn boeken werden in vele talen vertaald en de verkoopcijfers tikten de 100.000 aan. Zijn romans werden op de planken uitgevoerd en meermaals verfilmd. De literaire kritiek was na zijn eerste boeken steeds minder positief. Hij werd een zure man die zijn critici ‘literaire pooiers en zwendelaars’ noemde en de besprekingen in de krant ‘de blindedarm van de literatuur’.

Gelukkig heeft Frits de Vries veel aandacht besteed aan de schrijver in zijn andere gedaante – als Raymond De Belser, die dertig jaar lang medewerker was van Museum Plantin-Moretus. In dit prachtige museum in Antwerpen over boekdrukkunst runde de beroemde Christoffel Plantijn in de 16de eeuw zijn drukkerij. Hoewel Ruyslinck er een ondergeschikte functie had, deed hij veel van het inhoudelijke werk. Hij publiceerde in talloze internationale tijdschriften en catalogi over boekdrukken en prentkunst.

Gepasseerd

De hoofdstukken die De Vries daarover schrijft lezen als een permanente oefening in nederigheid. Steeds maar weer werd Ruyslinck gepasseerd voor een promotie en moest hij met de pet in de hand aan zijn bazen vragen of hij ergens een literaire prijs mocht ophalen of eerder van zijn werk weg mocht om een vergadering van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren bij te wonen. Meestal werd dat geweigerd.

Hij was dan ook blij toen hij op zijn 55ste met ‘prepensioen’ kon en zich vanaf die tijd helemaal aan zijn schrijfwerk kon wijden. Zijn succes als schrijver uit de jaren vijftig heeft hij nooit meer kunnen evenaren. Ook voelde hij zich uiteindelijk in de literaire wereld niet voldoende gewaardeerd. Altijd maar weer werd Hugo Claus genoemd, of Tom Lanoye. Zijn laatste boek verscheen in 1999. Het werd nauwelijks opgemerkt. Deze biografie, zes jaar na zijn dood verschenen, laat zien dat Ruyslinck bij leven al een schrijver uit het verleden geworden was. Ruyslinck is met deze biografie definitief bijgezet in de grafkelder van de literatuur.

Frits de Vries Dubbellevens, Ward Ruyslinck, Biografie Prominent, €39,95 617 blz.
Meer over