PlusRecensie

Vivaldi’s lastige Jaargetijden zijn bij Janine Jansen haast moeiteloos

De uiterst veeleisende De vier jaargetijden van Vivaldi zijn in het Concertgebouw in goede handen bij violist Janine Jansen en orkest Amsterdam Sinfonietta.

Erik Voermans
Janine Jansen. Beeld Hollandse Hoogte / Werry Crone
Janine Jansen.Beeld Hollandse Hoogte / Werry Crone

Vivaldi’s De vier jaargetijden, De vier seizoenen, Le quattro stagioni, of hoe je ze wil noemen, mag dan de bekendste verzameling stukken zijn van Il prete rosso, de rode priester (zo genoemd vanwege zijn rode haar), maar uitvoeringen ervan zijn verrassend schaars. Dat heeft de volgende reden: de vier vioolconcerten, die onderdeel van zijn van de twaalf vioolconcerten opus 8, met de wat opschepperige titel Il cimento dell’armonia e dell’inventione (de proeve van harmonie en vindingrijkheid), zijn technisch zo veeleisend dat alleen topviolisten zich eraan durven te wagen.

Janine Jansen is zo’n topviolist. Dinsdagavond speelde ze in het Concertgebouw samen met het steengoede strijkorkest Amsterdam Sinfonietta de eerste vier concerten uit Il cimento, wereldberoemd geworden onder de titel De vier jaargetijden, verdeeld over twee concerten. Daarvan zat het eerste, om 19.00 uur, voller (maximale capaciteit zo te zien, dus 1350 man) dan het tweede om 21.15 uur. Raadselachtig, temeer daar juist die Herfst en Winter muzikaal zo bijzonder zijn vanwege de ‘moderne tendenzen’ die Vivaldi hier tentoonspreidt.

Fluitende vogels

Beide concerten begonnen met de Serenade van Tsjaikovski, een even teder als gloedvol werk van grote elegantie, ontstaan ergens tussen de Vierde en de Vijfde symfonie en bij vlagen al vooruitwijzend naar de Zesde. Vanaf de openingsakkoorden, prachtig aanzwellend gespeeld, liet Sinfonietta horen van een uitzonderlijke kwaliteit te zijn als het gaat om klankbalans en kleurmenging. Alle musici lazen hun partijen vanaf een iPad, in tegenstelling tot later Janine Jansen, die met vellen papier in de weer was.

De vier jaargetijden is een vroeg voorbeeld van wat programmamuziek heet, wat zoveel wil zeggen dat de componist buitenmuzikale elementen wil illustreren. Bij Vivaldi zijn dat voornamelijk natuurbeelden en -geluiden, die verder worden onderstreept door de waarschijnlijk door hemzelf geschreven sonnetten die hij bij de noten liet afdrukken.

In Lente horen we vogeltjes fluiten, de bladeren ruisen en een hond blaffen (in het langzame deel verbeeld door steeds die ene noot van de altviolist), in Zomer klinken zachte warme winden (nee, niet die) en in het laatste deel een waanzinnig opwindende storm, die door Jansen en Sinfonietta magistraal gestalte kreeg.

Schitterend effect

In Herfst blijft het langzame middendeel het betoverendst, waarin Vivaldi slapende dronkenlappen verbeeldt, waarna je je rot schrikt van de geweerschoten die klinken in het slotdeel. De musici speelden de keiharde ‘Bartókpizzicati’, zoals de anachronistische naam van de speeltechniek luidt, met een grote glimlach op het gezicht.

In Winter speelde Sinfonietta de beginakkoorden met de stokken dicht bij de kam waardoor een glazige klank ontstond, als ijskristallen die prismatisch glinsteren, een letterlijk schitterend effect.

Jansen tackelde de solo’s in elk van de zes delen met de gebruikelijke vurige oermuzikaliteit en met een technisch surplus dat zelfs de snelste slagregens van noten moeiteloos deed lijken.

Vivaldi’s De vier jaargetijden, door Amsterdam Sinfonietta met Janine Jansen (viool). Gehoord op 14 september in het Concertgebouw. Nog te horen op 19 september, aldaar.

Meer over