PlusGalerierecensie

Vette tranen van de aan technologie verslaafde mens

Edo Dijksterhuis
… (Puntjepuntjepuntje) van Jelle Korevaar. Beeld Jelle Korevaar
… (Puntjepuntjepuntje) van Jelle Korevaar.Beeld Jelle Korevaar

Een vliegend papegaaienskelet, een eigenwijze robot en jaknikkers in een achterhoofd. Jelle Korevaar construeert mechanisch leven en vindt de mens in de machine.

Volgens futurologen is het over twintig, hooguit dertig jaar zo ver. Dan is de technologie zo geavanceerd dat ze zelfstandig kan denken en handelen. Dan kunnen wij mensen wel inpakken, met onze veredelde apenhersenen, en worden we links en rechts ingehaald door ons eigen rekengereedschap.

Miereneter met een stekker

Maar denkkracht is niet het enige dat ons onderscheidt van dieren en dingen. Wij hebben ook humor, creativiteit, liefde en zoiets als een ziel. Maar misschien zijn ook die na te maken. Jelle Korevaar doet een poging.

Zijn A.S. (artificial soul) is een soort miereneter met een stekker, gemaakt van metaal en eenvoudige elektronica. Door de toevoeging van een hertengewei, pauwenveren en de stem van Charlie Chaplin uit The Great Dictator is A.S. wel een stuk levendiger dan de stofzuigrobot waar hij op is geënt. Zijn onvoorspelbare bewegingen getuigen bovendien van een eigen willetje, en wie weet zelfs een ziel.

Korevaar past het aloude artistieke principe van mimesis – imitatie van de werkelijkheid – toe op het leven zelf. Zo laat hij het skelet van een papegaai perfecte vluchtbewegingen maken. Het lijfje gaat op en neer, de vleugels krommen zich botje voor botje. Niet de vogel trekt echter de meeste aandacht maar de aandrijving van deze wonderlijke marionet. Het is een ingenieus systeem van radartjes, krukassen en contragewichten dat in werking wordt gezet door de motor van een ruitenwisser.

Kleinoden van restafval

Korevaars werk staat in een rijke traditie van kinetische kunst, die begon met Marcel Duchamps fietswiel op een krukje. Hij hoort bij dezelfde biomorfische onderafdeling als Christiaan Zwanikken, ook een animator van vogelskeletten, en Theo Jansen, die strandbeesten laat lopen op windenergie. Met de laatstgenoemde heeft Korevaar gemeen dat hij restafval van het maakproces, doorgebrande printplaatjes bijvoorbeeld, als kleinoden verpakt in glazen doosjes. Jansen noemt die bijproducten fossielen, Korevaar relieken, wat weer veel zegt over zijn spirituele motivatie.

Technologie is bij Korevaar geen digitale zwarte doos maar open-en-blootmechanica. Alles is verklaarbaar en logisch en toch is het zeer wonderlijk. Daarmee laat hij zien dat juist de mens die dit alles heeft gemaakt de echte ‘geest in de machine’ is.

Hoezeer mens en technologie verweven zijn, blijkt uit het werk waarvan de titel bestaat uit enkel puntjes. Een zacht spinnend mechanisme en twee jaknikkers in een opengezaagde menselijke schedel pompen motorolie door slangetjes omhoog die vervolgens als vette tranen uit de oogkassen rolt. Korevaar wil met … (Puntjepuntjepuntje) uiting geven aan verdriet waar geen woorden voor zijn – vandaar de titel. Maar het is ook een soort huilen om de mensheid, die zo afhankelijk is geworden van zijn eigen uitvindingen dat hij zelfs zijn emoties niet kan tonen zonder een uitgebreid apparaat en fossiele brandstof.

Reuring

Jelle Korevaar
Waar Galerie Albada Jelgersma, Lijnbaansgracht 318
Te zien t/m 29/1

Meer over