Interview

Vertaaldagen maken de vertaler zichtbaar: ‘Mijn naam op het omslag? Daar zeg ik geen nee tegen’

Vrijdag en zaterdag vinden in Amsterdam de literaire vertaaldagen plaats. Drie vertalers uit en naar het Nederlands over hun vak. ‘Het mag er anders uitzien, maar moet toch hetzelfde aanvoelen.’

Marijn Slijper
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Goede vertalers zijn onzichtbaar. Ogenschijnlijk zonder hun tussenkomst richt de auteur zich tot het anderstalige publiek. Zo is The Discomfort of Evening geschreven als was Marieke Lucas Rijneveld een Brit. Niets uiteraard is minder waar, want achter de Engelse uitgave van De avond is ongemak, in 2020 bekroond met de International Booker Prize, gaan de toewijding en het taalgevoel van Michele Hutchison schuil.

Woord na woord werd op een weegschaaltje gelegd. Hutchison: “Ik vraag mij voortdurend af: welke vertaaloptie heeft welke implicaties? Iedere optie stuurt de tekst een andere richting uit. Die moet passen bij het karakter van de roman, want ik probeer zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te blijven. In feite is het een oefening in imitatie.”

En oefening baart kunst. Zou Hutchison dus de volgende ‘Rijneveld’ kunnen schrijven? Ze schiet in de lach. “Dan moet ik dialogen en personages verzinnen. Dus nee. Maar ik heb zijn schrijfstijl in de vingers. Die kan ik ook aanwenden als ik iemand een brief schrijf.”

Een vertaler maakt zich andermans taalregister eigen. In die zin is het een dienstbaar beroep, zegt Josephine Rijnaarts. Zij vertaalt al ruim dertig jaar uit het Duits en krijgt tijdens de drieëntwintigste editie van de literaire vertaaldagen in de Rode Hoed in Amsterdam de oeuvreprijs van het Letterenfonds (vijftienduizend euro) uitgereikt. “Ik voeg mij naar de auteur. Het is niet voldoende om gewoon een mooie roman af te leveren, er moet staan wat er stond.”

Draden van klank

Tegelijkertijd heeft een taal bepaalde eigenaardigheden die in het omzetten verloren gaan. Rijnaarts: “Cadeautjes van de moedertaal noem ik dat: een uitdrukking of zegswijze die maar in één taal bestaat. Zo’n geval van Duits idioom probeer ik te vervangen door een cadeautje van het Nederlands. Een soort compensatie. Ik zie de oorspronkelijke tekst als een stof die bestaat uit draden van klank, kleur en betekenis. Aan mij de taak om in een andere taal, dus met andere draden, iets te maken dat er misschien heel anders uit ziet, maar toch hetzelfde aanvoelt.”

Het ambacht vraagt geduld en taalkennis. Met name van de moedertaal, zegt de Italiaanse Claudia Di Palermo die op dit moment aan Cliënt E. Busken van de onlangs overleden Jeroen Brouwers werkt. “Ik publiceer artikelen in het Nederlands, maar vertaal er uit, nooit naar. Alleen in het Italiaans kan ik mijn eigen voorkeuren laten varen en schrijven als iemand anders dan mijzelf. Dan vertaal ik vanuit de buik: hoe voelt en klinkt het?”

Aan een schrijver als Brouwers heeft ze in dat opzicht een flinke kluif. “Hij excelleerde in hoe het er staat: het ritme van de zinnen en de specifieke woordkeus zijn belangrijk. Dat maakt het moeilijk. Ik begin er bijna tegenop te zien.”

Toch zijn dit de klussen waar Di Palermo van houdt. “Het is bij mij geen lopendebandwerk. Ik kies mooie, maar dus ook moeilijke boeken uit; de kersen op de taart. Dan is de vertaling een voortdurende zoektocht naar de juiste toon.” Zonder hulp van de Nederlandse schrijver, want die zijn het Italiaans doorgaans niet machtig. “Een uitzondering daargelaten begrijpen de auteurs mijn versie niet. Dat heeft voordelen. Stel dat ik mij voortdurend zou moeten verantwoorden: waarom heb ik het zus en niet bijvoorbeeld zo gedaan? Tegelijkertijd is het ook jammer. Soms zou ik een schrijver graag laten zien wat voor moois ik ervan heb gemaakt.”

#NameTheTranslator

De erkenning moet komen uit het eigen taalgebied. Maar dan moeten lezers wel weten wie de vertaler is. Volgens Hutchison is dat niet altijd het geval. “Wij worden vaak vergeleken met musici die andermans stuk uitvoeren. Maar die staan voor volle zalen, ik stel het zonder publiek. Soms weten mensen niet eens dat ze een vertaald boek lezen.” Er gaan daarom stemmen op om de vertaler op het omslag te vermelden.

Waar de auteur met een foto op de achterflap prijkt, komen zij vooralsnog vaak niet verder dan het titelblad. Een petitie roept op tot verandering. Op Twitter worden onder #NameTheTranslator al voorbeelden van succes gedeeld. Rijnaarts nam lange tijd genoegen met een bescheiden vermelding. “Bij mijn vertaling van Esther Kinsky, wier proza dicht tegen poëzie aan zit en dus veel van de vertaler vraagt, ben ik voor het eerst de strijd met de uitgever aangegaan. En met resultaat.”

Di Palermo wil niet met de auteur worden gelijkgesteld. ‘Om de simpele reden dat ik te vervangen ben, maar de auteur niet. Maar mijn naam op het omslag? Ach, daar zeg ik geen nee tegen.’ Goede vertalers mogen dan onzichtbaar zijn, anoniem toch zeker niet.

Michele Hutchison (1972) woont sinds 2004 in Amsterdam en vertaalt proza en poëzie naar het Engels. Voor de vertaling van De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld won ze in 2020 de International Booker Prize.

Josephine Rijnaarts (1947) vertaalt al drie decennia uit het Engels, Frans en de laatste vijftien jaar vooral het Duits. De jury van de Letterenfonds Vertaalprijs 2021 roemde haar ‘virtuoze vertalersmoed, soevereine beheersing van het Nederlands en stilistische veelzijdigheid’.

Claudia Di Palermo (1967) studeerde Nederlands in Rome en bezorgde klassieker als Kellendonks Mystiek Lichaam en W.F. Hermans De donkere kamer van Damokles in het Italiaans.

Meer over