PlusInterview

Van een leeshongerig meisje tot een schrijvende vrouw – een associatief portret van Claire-Louise Bennett

Kassa 19 van Claire-Louise Bennett is geen doorsnee roman. Eerder een narratief mozaïekwerk dat is opgebouwd uit essayflarden, (jeugd)herinneringen en lyrisch geschetste droomvisioenen, waaruit geleidelijk een associatief portret opdoemt.

Dirk Jan Arensman
null Beeld Ben Geoghegan
Beeld Ben Geoghegan

Zo’n vier jaar geleden was Claire-Louise Bennett in Madrid en niet erg tevreden met zichzelf, vertelt de Britse veertiger (haar precieze leeftijd laat ze in het midden) vroeg in het gesprek. Sinds haar lovend ontvangen debuutroman Pond (2015) had ze voor haar gevoel eigenlijk niets fatsoenlijks meer geschreven. En dat ze telkens maar posities als writer in residence bleef aannemen, hielp ook niet erg. “Ik ging dan gewoon de stad waar ik op dat moment was verkennen en kwam aan werken nauwelijks toe.”

Maar dat ze in het Reina Sofia in de Spaanse hoofdstad bij toeval op een overzichtstentoonstelling van surrealist Dorothea Tanning (1910-2012) stuitte, bleek achteraf het begin van een doorbraak. “Haar werk maakte zo’n diepe indruk op me. Met name een schilderij dat Birthday heet, een prachtig zelfportret waarop ze half als een sprookjesfiguur staat afgebeeld. Achter haar zie je een lange gang met allemaal identieke openstaande deuren, vóór haar een gevleugeld fabelwezentje. Dat wezentje heeft een schaduw en op de een of andere manier weet je daardoor dat het ‘echt’ is.”

Dorothea Tanning, Birthday, 1942. Beeld Philadelphia Museum of Art. Purchased with funds contributed by C.K. Williams, II 1999-50-1
Dorothea Tanning, Birthday, 1942.Beeld Philadelphia Museum of Art. Purchased with funds contributed by C.K. Williams, II 1999-50-1

“Wat me vooral aansprak, was hoe ze het alledaagse liet samenvloeien met het fantastische, de grens tussen feit en verbeelding ophief. Want voor mij zíjn dat ook geen losstaande werkelijkheden: die twee dingen samen vormen mijn realiteit.”

Vraag de schrijfster naar de beginfase van haar overrompelende tweede boek begon en na enig aarzelen antwoordt ze: “Ik liep al een hele tijd rond met drie beelden in mijn hoofd. Een vrouw op een brug die ansichtkaarten in de rivier de Arno gooide. Een meisje dat bij kaarslicht zat te naaien in een heel donkere kelder, plotseling door een witte vlam werd verzwolgen en als een hoopje zachte as op de grond viel. En het derde was een opgehangen man, ergens in een bos.”

Ze had het gevoel dat die beelden bij elkaar hoorden en in de rust en concentratie van de coronalockdowns, gedwongen thuis in het Ierse Galway, kon ze eindelijk uitzoeken hoe precies.

Kassa 19 is geen doorsnee roman. Eerder een narratief mozaïekwerk opgebouwd uit essayflarden, (jeugd)herinneringen en lyrisch geschetste droomvisioenen, waaruit geleidelijk een associatief portret opdoemt. Dat van de naamloze (alter ego-)vertelster, die nadenkt over de boeken die belangrijk voor haar zijn geweest, haar eigen werk en doorslaggevende ervaringen in haar leven, en die je zo ziet opgroeien van een leeshongerig meisje tot een schrijvende vrouw.

Oh blimey, zo’n chronologisch verhaal is eigenlijk best conventioneel, dacht ik toen ik het af had,” lacht Bennett vol zelfspot. “Maar ja, je wilt de lezer ook weer niet een helemáál onbegrijpelijke warboel voorschotelen.”

Klasseverraadster

Pratend over een boek dat wemelt van de andere boeken en auteurs, van Anaïs Nin en Clarice Lispector tot E.M. Forster en Sidney Sheldon, is de eerste invloed die ter sprake komt die van de Française Annie Ernaux. “Zoals zij haar eigen ontwikkeling vastlegde, beschreef hoe ze zich losmaakte uit het arbeidersmilieu waarin ze werd geboren, een succesvol schrijfster en academica werd, maar zich ergens altijd een klasseverraadster voelde... Daar kon ik me enorm mee identificeren.”

“Zelf ben ik twintig jaar geleden naar Ierland verhuisd, en als mensen vroegen wat me daar had gebracht, antwoordde ik jarenlang: ‘Een goedkope vlucht van Ryanair.’ Maar toen ik er echt over durfde na te denken, begreep ik dat ik destijds al wist dat als ik in Engeland bleef, me waarschijnlijk een heel saai en vervelend bestaan te wachten stond.”

Want een loodgietersdochter uit Wiltshire die zichzelf altijd ‘verraadt’ met haar uiterlijk en accent krijgt nu eenmaal te maken met diepgewortelde vooroordelen en stereotypen en krijgt zelden de kans veel meer te bereiken dan het supermarktbaantje waaraan haar roman zijn titel dankt.

Ze weet nog goed hoe ze, toen ze in Londen ging studeren, geconfronteerd werd met ‘rijkdom en geprivilegieerdheid zoals ik die van mijn leven nog niet gezien had.’ Hoe onzeker ze zich weer voelde toen ze decennia later, na publicatie van haar debuut, in het snobistische literaire wereldje in diezelfde stad terechtkwam. “Natuurlijk wordt je daar boos om,” knikt ze. “En ik hoop ook dat iets daarvan in het boek voelbaar is zonder dat ik al te veel preek en tier.”

Menstruatie

Een vrouw worden en zijn staat ook op allerlei manieren centraal in Kassa 19. Zo zijn er passages waarin ze in intieme, lijfelijk details schrijft over (eerste) menstruatie, trots en geestig over het bloed van de eerste dag daarvan opmerkt: ‘Het is een tint rood die ik al eeuwen voor lippenstift zoek.’ Of neem dat moment waarop de vertelster besluit voorlopig louter vrouwelijke auteurs te lezen, omdat ze volgens Bennett ‘klaar is om meer te ontdekken over het vrouw-zijn, wat een krachtig en mysterieus iets is.’

“Kijk,” zegt ze glimlachend, “bij mannen weet je altijd wel ongeveer waar ze mee bezig zijn, zelfs als ze dat slinks denken te verbergen. Maar bij vrouwen is er van alles gaande dat je níét meteen ziet of doorgrondt. Tove Ditlevsen beschrijft dat heel knap als ze het over vrouwen zoals haar moeder heeft. Die zijn voortdurend bezig en ogenschijnlijk aanwezig: ze vouwen dingen op, ze snijden en vegen. Maar tegelijkertijd kunnen ze in gedachten totaal ergens anders zijn. Mijn vertelster wil weten: waar zijn ze dan? Wat gebéúrt daar?’

Terwijl Bennett lacht, voort ratelt of soms peinzend met haar ogen het plafond afzoekt naar de juiste woorden, komt er nog veel meer ter tafel. Dat parabelachtige historische verhaal dat ze ooit schreef over de wonderlijke edelman Tarquin Superbus, bijvoorbeeld, dat een jaloers vriendje in piepklein snippertjes scheurde en ze in deze roman reconstrueert. Het fenomeen van de ‘shelfy’, een selfie genomen voor je boekenplanken. Of een andere working class heroine van haar, de Britse avant-gardeschrijfster Ann Quin (1936-1973).

“Ze schreef in een tijd waarin het sociaalrealisme de boventoon voerde, van beroemde toneelstukken als John Osbornes Look Back in Anger (1956) en het werk van de Angry Young Men, dat uiteraard vooral draaide om de ervaringen van mannen. Maar daar wilde Quin niets mee te maken hebben.” Ze wilde geen gruizige verhalen over de zogenaamde onderklasse schrijven, maar een grootser leven najagen, reizen en haar eigen, experimenteel klinkende stem vinden.

Nouveau roman

“Critici, allemaal witte mannen uit de middenklasse, beschuldigden haar er prompt van dat ze schrijvers in de traditie van de nouveau roman als Alain Robbe-Grillet imiteerde,” schampert Bennett. “Wat ik in mijn boek betoog, is dat haar manier van schrijven heel logisch en natuurlijk was. Ze trok voortdurend rond, van goedkoop logement naar goedkoop logement, waar de muren flinterdun waren en ze alles zag en hoorde wat er om haar heen gebeurde. De huisbazin die riep dat het lunchtijd was, huiselijk ruzies, de glazenwasser die haar kamer in gluurde...”

Niet zo gek dus dat Quin hyperalert werd op details, die vervolgens haast hiërarchieloos op de pagina belandden. Ze gebruikte de taal op een afwijkende manier die zo dicht mogelijk kwam bij hoe ze de wereld ervoer, vanuit haar sociaaleconomische achtergrond én als vrouw. “Volgens mij verschijnt er op het moment ook steeds meer werk dat afwijkt van de conventionele roman, juist omdat we steeds meer horen van mensen uit de marges van de samenleving,” zegt Bennett. Met een lach: “Wie weet, misschien denken we over een tijd bij de traditionele twintigste-eeuwse literatuur wel: jemig, dat mensen ooit zo geschreven hebben, wat een vreemde manier om de wereld voor te stellen...”

Kassa 19

Claire-Louise Bennett

Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer,

Koppernik, €23,50, 220 blz.

null Beeld

Dylan Thomas Prize

Claire-Louise Bennett groeide op in het Engelse Wiltshire. Ze studeerde literatuur en drama aan de Universiteit van Roehampton voor ze naar Ierland verhuisde, waar ze werkte in de theatersector. Ze is de auteur van Pond (2015), dat op de shortlist stond van de Dylan Thomas Prize, en won de White Review Short Story Prize. Haar verhalen en essays zijn gepubliceerd in The New York Times Magazine, Harper’s en andere tijdschriften. Ze woont in Galway, Ierland. Kassa 19 is haar tweede roman.

Meer over