PlusInterview

Uitgever Joost Nijsen zwaait af: ‘Een uitgeverij moet voor een schrijver voelen als familie’

Bij het 25-jarig jubileum vertrekt Joost Nijsen bij zijn uitgeverij Podium. In zijn boek Uitgeversgeluk maakt hij de balans op: kan een uitgever nog baken zijn of wint het koopmanschap?

Marjolijn de Cocq
Joost Nijsen: ‘Ik ben in de eerste plaats ontdekker, als ik zo terugkijk.’ Beeld Mats van Soolingen
Joost Nijsen: ‘Ik ben in de eerste plaats ontdekker, als ik zo terugkijk.’Beeld Mats van Soolingen

We inspecteren de boekenkasten in zijn werkkamer in Oud-Zuid. Wat staat erin, wat kan eruit? Er moet plaats worden gemaakt, want binnen afzienbare tijd komen alle boeken van ‘zijn’ auteurs die nu bij de uitgeverij staan, hier naartoe.

Adri, A.F. Th. van der Heijden, hij woont om de hoek, ja die is hem toch wel heel dierbaar. Maar de boeken van Hella Haasse? Hij had gehoopt dat Aleid Truijens’ biografie van Haasse hem opnieuw zou enthousiasmeren, maar nee. En al die Maarten ’t Harts? “Misschien alleen de allerbeste. Maar dan moet ik ze dus eerst herlezen... Nee. Alleen Een vlucht regenwulpen dan.”

Uitgever Joost Nijsen (1958) vertrekt 25 jaar na de oprichting bij uitgeverij Podium. Hij heeft plannen voor een eigen roman, hij speelt met de gedachte aan een carrière als ‘literair consul’ voor schrijvers die van advies gediend willen worden en hij wordt voorzitter van Sociëteit De Kring. Hij neemt afscheid van zijn vak met het boek Uitgeversgeluk, waarin hij de balans opmaakt van het vak en van het literaire speelveld.

Doorsnee ondernemer

Vrolijke constateringen: de roman is, ook in tijden van ontlezing, nog steeds springlevend. En er is een ‘absolute doorbraak’ van vrouwelijke auteurs, al zitten er nog steeds de nodige mannen in jury’s en boekennetwerken. Minder vrolijk: de onrust in boekenland is groot. De traditie dat een auteur zijn hele leven bij dezelfde uitgever bleef, is niet meer.

In die traditie was de uitgever een baken. Die metafoor kiest Nijsen, geïnspireerd door de vuurtoren die hij tijdens het schrijven zag vanuit het vakantiehuisje op Schouwen-Duiveland, dat hij onlangs kocht met zijn echtgenote Maaike Pereboom. ‘Doemt daar in dat rood-wit niet eigenlijk een uitgever op? Ook door alle dagen heen veranderingen trotserend, fier en onverstoorbaar in zijn taakopvatting?’

Uitgevers van nu zijn dramatisch op elkaar gaan lijken, stelt Nijsen. Had vroeger elke uitgeverij een eigen smoel, nu heeft de erudiete gentleman-uitgever plaatsgemaakt voor doorsnee-ondernemers. Is dat erg? En zo ja, hoe erg?

De  Westerlichttoren in Nieuw-Haamstede, de vuurtoren in de buurt van Joost Nijsens vakantiehuisje op Schouwen-Duiveland. Beeld Shutterstock
De Westerlichttoren in Nieuw-Haamstede, de vuurtoren in de buurt van Joost Nijsens vakantiehuisje op Schouwen-Duiveland.Beeld Shutterstock

Podium verhuist naar de Mondriaan Toren, waar de nieuwe eigenaars resideren. Uw archief moet deels weg, het afscheid nadert. In uw boek zijn uw zorgen met veel luchtige terzijdes getoonzet, maar knijpt u ’m niet ook een beetje?

“Het wonderlijke: dat is niet het geval tot nu toe. Het voelt als een natuurlijke afronding. Drie jaar geleden zou ik niet hebben verwacht dat ik, na een kwart eeuw 24/7 gepassioneerd uitgeven, zo’n echte knip zou kunnen verdragen. Maar ik vind het eigenlijk heel aangenaam om voor even of misschien wel voor heel lang een vrije vogel te zijn.”

Drie jaar geleden niet. Wat is er in de tussentijd gebeurd dat u deze stap nu wél neemt?

“Er waren een paar magere jaren. Ik had reserves opgebouwd uit eerdere successen, die had ik gelukkig niet vergokt of opgesnoven. Maar mijn financieel adviseur zei: dit zou wel het moment kunnen zijn om de uitgeverij te verkopen. Er was tien jaar geleden al belangstelling, onder andere van Novamedia van Boudewijn Poelmann en Derk Sauer. Maar ik draaide autonoom als een tierelier en verkopen voegde niets toe. Dat zie je altijd: hoeveel concerns stonden er niet op de stoep bij De Harmonie toen J.K. Rowling met Harry Potter doorbrak, en nu bij Xander vanwege het succes van Lucinda Riley?”

“Het was 2018/2019, we hadden net even geen seller. We waren verhuisd van het Vondelpark naar een pand bij de Kauwgomballenfabriek. Dat waren ook schitterende jaren, maar ik wilde ordinair gezegd niet mijn pensioen in gevaar brengen. De verantwoordelijkheid om er elke dag te zijn voor je schrijvers en personeel ging ook veel wegen.”

“Oud-uitgever Ary Langbroek van Querido zei eens: ‘Uitgevers zijn kaarsen die aan twee kanten branden.’ De ene kant is de literaire inhoud, de andere kant is het bedrijf. Tropenjaren! Enfin, ik zag geen opvolger, ik kreeg het druk met een nieuw gezin en met dementerende ouders, ik wilde meer schrijven… Toen heb ik Podium verkocht aan Novamedia, dat het weer heeft doorverkocht aan LannooMeulenhoff. Ik beloofde nog een paar jaar aan te blijven.”

Het bedrijf, zei u net. Het ‘vieze’ woord is gevallen.

“Zoals ik te jong was om hippie te zijn en te oud voor de punk, zo zit ik als uitgever tussen twee generaties. Je had de grote oude uitgevers van naam, vaak hele of halve mecenassen. En na mij kwamen de young urban professionals, editors en uitgevers – apparatsjiks zeg ik soms lelijk – die zich soepel voegen in de mores en ritmes van het bedrijf dat een uitgeverij uiteindelijk óók is.”

“Ik moet oppassen dat ik niet te nostalgisch klink, ik moet mezelf ook niet minder zakelijk voordoen dan ik ben. Maar er is een mij niet goed passende ommezwaai geweest van inhoud die vervolgens verkocht moest worden, naar een bedrijf dat inhoud voor de omzet zoekt. Niet dat ik een zinkend schip verlaat: Podium is niet zinkende, en gaat onder de nieuwe kapitein Sladjana Labovic een stralende horizon tegemoet.”

U heeft het in uw boek over de uitgever als ontdekker, koopman en/of redacteur.

“Ik ben in de eerste plaats ontdekker, als ik zo terugkijk. Ik heb als bijnaam De Neus gekregen. Al zou ik het te ijdel vinden mezelf zo te noemen, daar heeft altijd wel mijn focus gelegen: het vinden, het maken, het ontwikkelen van schrijvers. Dat is de kick, en mijn grootste kracht.”

En uw grootste uitgeversgeluk?

“Het allermooiste jaar was 2006. Er was de enorme doorbraak van Komt een vrouw bij de dokter van Kluun, toen het in 2003 verscheen niet meteen een explosief succes, maar gaandeweg zo aangeslagen dat ik elke week de drukker kon bellen voor nog 10.000 exemplaren. Dat boek was atypisch voor ons fonds, dat up market is. Toen daarna iets heel inhoudelijks als Het zijn net mensen van Joris Luyendijk ook een seller werd, zat ik helemaal te spinnen bij het raam.”

“Een gouden tijd was het, in dat vorstelijke eigen pand bij het park met een dozijn mensen die in prachtige kamers dit avontuur meemaakten. Ik probeer hier dat volstrekt gelukzalige gevoel te definiëren dat je ervaart als je op eigen intuïtie kunt uitgeven wat je goed vindt, en dan ook nog meer dan alleen de huur kunt betalen. Dat is het hoogst haalbare, toch?”

Komen we bij een pijnlijk punt: Kluun, Luyendijk, ze stapten over naar een andere uitgeverij.

“Podium heeft honderden auteurs, hè. Maar het is zo. Vroeger voelde het, als een schrijver wegging, als opgezegde liefde, maar die melancholische momenten werden ook weer gecompenseerd als schrijvers van andere uitgeverijen naar míj toe kwamen. Maar ik wil hier niet de gepasseerde paus spelen; Renate Dorrestein kwam van Contact naar Podium, zonder dat ik haar actief had benaderd, en ik ben direct naar Arjen Lubach toegegaan toen ik hoorde dat hij weg wilde bij Meulenhoff.”

“Het is heel competitief rondom de kleine vijver, die literatuur is in Nederland. Je moet er af en toe een dikke karper uit kunnen trekken, en daarbij worden soms slinkse middelen ingezet. Inmiddels zijn de mores veranderd. Transfers zijn schering en inslag. Dat is zo erg nog niet, als de schrijver en de agent secuur te werk gaan. Ik heb, zonder namen te noemen, ook schrijvers gezien die te snel wisselden omdat ze dachten dat het gras bij de buren groener was. Om vervolgens terug te zien op een verbrokkeld oeuvre.”

“Er zitten dus risico’s aan die transfers. Maar, dat gezegd hebbende, de schrijver is niet de lijfeigene van de uitgever natuurlijk, te meer daar uitgeverijen zelf de laatste decennia heel onrustig zijn geworden. Je bent gebaat bij een vast team. Het klinkt klef, maar een uitgeverij moet voor een schrijver voelen als familie.”

De uitgever moet zich ook meer uitspreken, stelt u. U noemt als voorbeeld onder meer het stilzwijgen bij Ambo Anthos bij de ophef eerder dit jaar omtrent het boek Het verraad van Anne Frank.

“Waarom treed je dan niet naar voren? Mijn ideaalbeeld van de uitgever is iemand die zich mengt in het debat, die zich verantwoordelijk voelt. Ik roep op tot bewustwording van de rol die een uitgever kan spelen. Mijn boek is een uitnodiging om je stem te verheffen als dat nodig is.”

“Maar wat een ouwelullenpraat is dit ook weer! W.F. Hermans zei ooit: ‘De uitgever moet bij de kassa zitten en verder zijn mond houden.’ Daar plaats ik in mijn boek veel tegenover, ik klink misschien wat verheven over het belang van de uitgever. Maar at the end of the day moet je zorgen dat je boeken verkoopt. De rolverdeling: de schrijver schrijft een boek en de uitgever probeert daarvoor zoveel mogelijk lezers te vinden. Met inzet van alle middelen – behalve omkoping van recensenten.”

Joost Nijsen

Joost Nijsen (1958) studeerde Nederlandse literatuur aan de Universiteit van Amsterdam en was hoofdredacteur van Boekblad en uitgever bij Nijgh & Van Ditmar en Balans voor hij in 1997 uitgeverij Podium oprichtte. Onder anderen Ronald Giphart, Manon Uphoff, Alex Boogers, Ingmar Heytze, Inge Schilperoord en Kluun beleefden er hun doorbraak. Buitenlandse schrijvers als Michel Faber, Antjie Krog, Johan Harsted, Breyten Breytenbach en en DBC Pierre vonden er onderdak.

In 2012 schreef Nijsen Het ABC van de literaire uitgeverij. In 2019 bracht hij Podium onder bij uitgeefhuis Nieuw Amsterdam. Dat is nu verkocht aan LannooMeulenhoff en gaat door onder de naam Park Uitgevers. Nijsen wordt opgevolgd door Sladjana Labovic. Hij is getrouwd met Maaike Pereboom, weduwe van Joost Zwagerman en moeder van Max (6). Nijsen heeft twee zonen uit een eerder huwelijk.

null Beeld

Uitgeversgeluk

Joost Nijsen
Podium, €20,99
144 blz.