PlusBoekrecensie

Uit schaamte zwijgen de Chinese immigranten in Maleisië over het verleden

In het rijke essay Vreemdelingen op een kade legt de van oorsprong Maleisische schrijver Tash Aw de onverwerkte trauma’s in het verleden van zijn familie bloot die doorwerken in het heden.

Marjolijn de Cocq
Schrijver Tash Aw: ‘Mijn gelaatstrekken zijn onbestemd, niet geprononceerd, mijn gezicht gaat op in het culturele landschap van Azië.’ Beeld Stacy Liu
Schrijver Tash Aw: ‘Mijn gelaatstrekken zijn onbestemd, niet geprononceerd, mijn gezicht gaat op in het culturele landschap van Azië.’Beeld Stacy Liu

In Bangkok wil de taxichauffeur er niet aan dat hij geen Thai is. In Nepal wordt hij aangezien voor een Gurung, volk van schaapherders en soldaten. In China wordt hij in het Mandarijn toegesproken maar in Hongkong in het Kantonees. ‘Dat heeft met mijn gezicht te maken,’ schrijft Tash Aw. ‘Mijn gelaatstrekken zijn onbestemd, niet geprononceerd (...) Mijn gezicht gaat op in het culturele landschap van Azië.’

In 2019 publiceerde De Bezige Bij Aws roman Wij, de overlevenden over de structurele etnische discriminatie van immigranten in het land waar hij werd geboren. Hij schreef over het platteland waar een groot deel van de familie nog steeds in armoede leeft. De neven met wie hij als klein jongetje speelde en viste, en die zijn boeken niet kunnen lezen omdat hij na zijn studie in Cambridge in het Engels schrijft. Lezen is hoe dan ook een probleem.

Nu is verschenen, eveneens in vertaling van Paul van der Lecq, Vreemdelingen op een kade uit 2016. Ook een persoonlijk verhaal, maar non-fictie – onderzoek, zelfonderzoek én hommage – waarin Aw beschrijft hoe zijn grootvaders, afkomstig uit verschillende regio’s in China, de riskante oversteek maakten naar het Maleisisch schiereiland.

Tieners waren ze, begin jaren twintig, en ze kwamen aan zoals alle vreemdelingen: op een kade, waar ze op zoek gingen naar de contactpersoon wiens naam ze op een briefje hadden meegekregen. Een vreemde die het begin zou vormen van een nieuwe ‘familie’, die niet stoelde op bloedverwantschap, maar op plaats van herkomst.

Zeldzaam gesprek

Altijd is er die ambitie om bij dat nieuwe land te horen – in latere jaren gepaard met dankbaarheid voor de welvaart van het moderne Azië. Aw schrijft over een zeldzaam gesprek met zijn vader, die tot zijn tiende geen schoenen bezat maar opklom tot de middenklasse. Tegelijk bleef het gezin traditioneel Chinees. Het zwijgen over het verleden, had Aw gedacht, was een praktische afweging geweest: zijn ouders, zoals zovelen, wilden door met hun leven.

Nee, zegt zijn vader in dat kwetsbare vader-zoonmoment, het was uit schaamte. Over ongemakkelijke stiltes, gaat het, en overwerkte trauma’s. ‘Misschien,’ schrijft Aw, ‘kan ik ermee verklaren waarom ik overal in Zuidoost-Azië elke gewenste identiteit kan aannemen, en waarom nooit iemand kan raden waar ik vandaan kom.’

null Beeld

Vreemdelingen op een kade

Tash Aw
Vertaald door Paul van der Lecq
De Bezige Bij, €18,99, 104 blz.

Meer over