PlusKlassiekrecensie

Twee premières: opzwepende ritmes in Afrique en het indrukwekkende afscheid van Tsoupaki

Erik Voermans
Richard Rijnvos  Beeld Frank Zweers
Richard RijnvosBeeld Frank Zweers

Het podium van de concertzaal in het Haagse Amare bood zaterdagavond een spectaculaire aanblik bij de première van Richard Rijnvos’ nieuwe orkestwerk Afrique. Voor de leden van Slagwerk Den Haag, dat het stuk samen met het Residentie Orkest onder leiding van Antony Hermus uitvoerde, stonden reusachtige xylofoons klaar, alsmede trommels in alle maten en soorten, die in uitbarstingen van polyritmische feestelijkheid door de musici werden bespeeld.

Afrique is het zesde werelddeel dat Rijnvos in muziek vangt, als onderdeel van zijn indrukwekkende cyclus Grand Atlas. Alleen het deel Australie, zonder trema, want alle stukken hebben Franse titels, wacht nog op voltooiing.

Meedogenloos

In Afrique gaat Rijnvos aan de haal met typerende instrumentale klanken uit Egypte, Oeganda, Botswana, Kameroen en Senegal. Van alle delen uit Grand Atlas is Afrique met voorsprong het opzwependste, vanwege de grote concentratie op ritmische procédés, en waarschijnlijk ook het meest direct toegankelijke. Het tweede deel, Oeganda, heeft een aanstekelijke groove, en het derde, Botswana, vertoont met zijn aanzwellende orkestrale akkoorden onder een minimalistisch weefsel met een hoofdrol voor de fluiten een zekere gelijkenis van het werk van Steve Reich (die ook zijn licht opstak bij Afrikaanse ritmes).

Afrique is vanwege de ritmische structuur ook een meedogenloos stuk. In de nogal genadeloze akoestiek van Amare vielen sprongen daardoor ook de momenten in het oog waarop dirigent Hermus de gelederen net niet gedisciplineerd genoeg liet samenspelen. Niettemin bracht de uitvoering groot enthousiasme bij het publiek teweeg.

Windmachine

In het Muziekgebouw klonk nog een première, Odysseus van Calliope Tsoupaki, uitgevoerd door Asko|Schönberg, waarmee officieel een einde kwam aan de drie jaar waarin ze fungeerde als Componist des Vaderlands. (Het stokje is inmiddels overgenomen door Martin Fondse.) Odysseus is een bijzonder stuk en niet alleen omdat Tsoupaki samenwerkte met fotograaf Awoiska van der Molen, wier foto’s van Griekse rotsmassieven en zeebeelden de aanzet tot de klinkende muziek vormden. Die foto’s, in stemmig zwart-wit tijdens de uitvoering op de achterwand van het Muziekgebouw geprojecteerd, werkten het sterkst als ze in hun abstractie de verbeelding prikkelden.

Hoewel Tsoupaki met de titels van de twee delen, The Journey en The Return, een narratief karakter suggereert, is haar muziek alleen op de meest simplistische manier letterlijk aan het epos van Odysseus te koppelen. De momenten waarop slagwerker Joey Marijs met een windmachine een storm laat opstekend, zijn meteen ook de zwakste, want kinderachtigste. Het duurt een tijdje voordat de voornamelijk eenstemmige muziek, die overwegend zacht is en vol klaaglijke glissandi zit en waarin de klarinet van David Kweksilber voortdurend knipoogt naar de rembetika, de Griekse blues, op spanning komt. Maar na de eerste slagwerkcadens, waarin Marijs tovert op de gongs, ontstaat een sfeer van concentratie die Tsoupaki tot aan het einde weet vol te houden, wat een knappe prestatie mag heten. Als ze er aan het begin nou ook nog twintig minuten uithaalt, blijft er iets behoorlijk indrukwekkends over.

Klassiek

Afrique / Odysseus
Door Residentie Orkest met Slagwerk Den Haag / Asko|Schönberg,
Gehoord 13/11 in Amare, Den Haag/ 11/aa in het Muziekgebouw
Nog te horen Odysseus: 17/11 Tivoli/Vredenburg en 1/12 De Doelen

Meer over