Plus

Trajal Harrell: visionaire vernieuwing of de vintage kleren van de keizer?

Fritz de Jong

De voorstellingen van de Amerikaanse choreograaf en danser Trajal Harrell zijn tegelijkertijd academisch onderbouwd maar ook naïef, speels en koket. Sommigen vinden die tegenstelling op papier interessanter dan op het podium. Anderen zien er juist het werk in van een visionaire vernieuwer. Tot die laatste categorie behoort het Holland Festival, dat Harrell al drie keer eerder uitnodigde, en dat dit jaar uitpakt met Harrels trilogie Porca Miseria.

Scene uit Maggie the Cat, een van de drie balletten in Trajal Harrells trilogie Porca Miseria.
 Beeld Tristram Kenton
Scene uit Maggie the Cat, een van de drie balletten in Trajal Harrells trilogie Porca Miseria.Beeld Tristram Kenton

De Engelse krant The Guardian kwam in 2017 superlatieven tekort bij het aanprijzen van Trajal Harrell: “In het voorbije decennium heeft de Afrikaans-Amerikaanse choreograaf het gezicht van de dans stilletjes getransformeerd, door het naar nieuwe en onverwachte gebieden te brengen. Zijn centrale idee is een denkbeeldige ontmoeting en stilistische versmelting van de postmoderne dans die in de jaren ’60 in New York ontstond, met het voguen dat zich tegelijkertijd ontwikkelde in de homoseksuele subcultuur in Harlem.” Danscriticus Luke Jennings zag, zo schreef hij in zijn vijfsterrenrecensie, “een betoverend spektakel, bevredigend heftig in zijn intellectuele strengheid.”

Veelbelovende ideeën

Twee jaar later tapte Sanjoy Roy, eveneens in The Guardian, uit een heel ander vaatje. “De ideeën zijn substantieel, maar het dansmateriaal is dun. Er worden hele goede punten gemaakt over ras, sociale klasse, gender, stijl en ruimte: in de programmatoelichting.” Volgens Roy werden al die veelbelovende ideeën teleurstellend vertaald naar het podium: “Dit is dans als beeld, zonder actie. Compositorisch vlak en dramatisch onbeweeglijk.”

Opmerkelijk genoeg doet de kritiek van Roy denken aan een opmerking van Harrell in een interview met Het Parool in 2015. Sprekend over de discrepantie tussen gewekte verwachtingen en feitelijke resultaten zei hij: “Toen ik voor het eerst begon te denken over dans had ik een prachtig fotoboek over de balletten van Martha Graham, een van de grondleggers van de moderne dans. Daar was ik ontzettend enthousiast over. Daarna ging ik die moderne balletten kijken en ik was zo teleurgesteld! Het leek helemaal niet op de foto’s die ik kende! In mijn werk laat ik de moderne dans zien zoals ik me die had voorgesteld, voordat ik daadwerkelijk moderne dans gezien had.”

Hoe Harrell het zich dan wel voorstelt? Zijn blik als maker is gefilterd door de zelfbewuste poses van voguedansers en van modellen op de catwalks. Daarnaast legt hij een voorliefde aan de dag voor geïmproviseerde verkleedpartijen.

Uitvaartritueel

In Deathbed, onderdeel van de trilogie Porca Miseria, worden kledingrekken met oude jurkjes, vintage nepbontjes en een enkele theemuts leeggetrokken voor een bij kil galerielicht uitgevoerde mix tussen modeshow en oosters getint uitvaartritueel. De zeer diverse selectie performers serveert de verkleedpartij met een royale portie ernst. En dat meerdere keren per avond, want het ritueel herhaalt zich.

Het waarom van die plechtige sfeer wordt in de voorstelling zelf absoluut niet duidelijk gemaakt. Daarvoor moeten we – Sanjoy Roy had hier beslist een punt – te rade gaan bij de programmatoelichting. Daarin vertelt Harrell over de ontmoeting die hij kort voor haar dood had met Katherine Dunham (1909-2006), een Afro-Afrikaanse choreografe, actrice en burgerrechtenactiviste.

Niet alleen het beeld van twee vrouwen die de zieke dame liefdevol verzorgden bleef Harrell bij, maar vooral ook de spijt die hij voelde, omdat hij hier een kans had laten liggen om zijn idool vragen te stellen. Uw verslaggever vindt dan weer dat Harrell een kans had kunnen grijpen, door dit mooie gegeven explicieter te maken in de voorstelling.

Anders dan Katherine Dunham zijn de sterke vrouwen in de overige trilogiedelen fictieve personages. In O Medea, op het festival vertoond als film, zoomt Harrell in op de door de Griekse held Jason bedrogen tovenares Medea, vanaf het punt waar dramaschrijver Euripides het verhaal liet stoppen.

Scene uit O Medea, dat in Porca Miseria als film wordt vertoond.   Beeld Andreas Simopoulos
Scene uit O Medea, dat in Porca Miseria als film wordt vertoond.Beeld Andreas Simopoulos

Dansvernieuwers

In Maggie the Cat staat de vrouwelijke hoofdpersoon in Tennessee Williams’ toneelklassieker Cat on a Hot Tin Roof centraal, of beter gezegd: de ideeën die Harrell heeft over deze sterke vrouwen. Daarbij gaapt er regelmatig een gat tussen de academische bespiegelingen van de op de universiteit van Yale opgeleide cultuurwetenschapper en de afstandelijke mix van catwalk, ballroom en bonte verkleedpartij die dat oplevert.

De controverse die Harrell zoekt is ook al academisch. Zijn doorbraakstuk Twenty looks or Paris is burning at the Judson Church werd gevoed door verontwaardiging over het feit dat de zwarte queer ballroom-cultuur door academici genegeerd werd, terwijl de witte dansvernieuwers uit Greenwich Village de geschiedenisboekjes haalden. Dat universitaire discours gaat er aan voorbij dat begrippen als ‘vogue’, ‘realness' en ‘House of Xtravaganza’, mede dank zij Madonna in de jaren ‘90 en recenter de Netflix-serie Pose, in de niet-academische wereld bredere herkenning oproepen dan de namen van postmodernisten als Twyla Tharp, Trisha Brown of Lucinda Childs.

Rest de vraag of het contrast tussen zijn academische insteek en zijn voorliefde voor dansfenomen in de marge van de populaire cultuur van Trajal Harrel een visionaire vernieuwer maken of de handige verkoper die zijn rek met vintagespulletjes weet te slijten aan een poedelnaakte keizer. De toeschouwer mag het zeggen.

Porca Miseria is 18 en 19 juni te zien in ITA.

Meer over