Plus

Thijs Boontjes: 'Bij rockbands is in het Nederlands zingen niet gebruikelijk'

Thijs Boontjes heeft twee helden: Herman Brood en André Hazes. In de muziek van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest, dat optreedt tijdens het Bevrijdingsfestival, hoor je ze beiden terug.

Peter van Brummelen
'Met Nederlandse rock word je niet helemaal serieus genomen. Daar ben ik ook niet echt op uit' Beeld Daniel Cohen
'Met Nederlandse rock word je niet helemaal serieus genomen. Daar ben ik ook niet echt op uit'Beeld Daniel Cohen

Als bezoeker was hij eerder op het Bevrijdingsfestival in het Westerpark. Hartstikke leuk, vond hij, al was de sfeer nou ook weer niet héél anders dan op een gewoon popfestival. "Wat wel anders is: omdat het gratis is, kun je gewoon in- en uitlopen. Ik ben tussendoor een fles whisky gaan halen bij de slijter in de Staatsliedenbuurt, handig hoor."

Als artiest heeft Thijs Boontjes (29) in het Westerpark ook eens op het podium gestaan, niet tijdens een bevrijdingsfestival, maar in 2009 bij een optreden van Anouk. Hij maakte toen nog deel uit van King Jack, dat door de zangeres als haar begeleidingsband was ingelijfd. "Het was een van mijn allergaafste concerten. Maar meteen na afloop ontsloeg Anouk de helft van de band in de kleedkamer."

Hij en de drummer mochten blijven. "In mijn naïviteit dacht ik nog: huh, we waren toch een bandje? Maar als zangeres is zij vrij haar eigen begeleiders te kiezen natuurlijk. Na een paar maanden ben ik opgestapt, het was toch niet echt gezellig meer.

Maar we hebben als jonge jongens veel geleerd bij Anouk. Kilometers maken, hè? Door haar ben ik ook nooit meer zenuwachtig voor een optreden. Toen we met Anouk in het Gelredome stonden, scheet ik echt in mijn broek. Sindsdien is er voor ik het podium op ga hooguit een gezonde spanning."

Tegenwoordig verdeelt Thijs Boontjes zijn tijd tussen de begeleidingsband van Douwe Bob en het twee jaar geleden opgerichte Thijs Boontjes Dans- en Showorkest. Bij Douwe Bob speelt hij Hammondorgel, in zijn eigen band is hij zanger en pianist.

Wordt de ironie van de Thijs Boontjes Dans- en Showorkest door iedereen begrepen?
"Zeker in het begin was er weleens verwarring. Op de hoes van mijn eerste ep poseerde ik ook nog eens tussen een stel meiden voor de schiettent op de kermis. Mensen die ons hadden geboekt, dachten dat ze die meiden er als danseressen bijkregen. Kwamen er alleen vier lelijke gasten."

"De naam zat al heel lang in mijn hoofd. Ik houd erg van de stijl die hoort bij zo'n ouderwets dans- en showorkest. Ik zie er meteen bandleden in een babyblauwe smoking bij. Maar we maken dus heel andere muziek."

Het stond van meet af aan vast dat de teksten Nederlandstalig zouden zijn?
"Daar keek ik al heel lang naar uit. Ik vind het heerlijk om in het Nederlands te schrijven. Het is ook heel leuk dat het publiek begrijpt waar je het over hebt: er is direct interactie, bijna of je een gesprek voert. Ik spreek best een beetje Engels, maar ik heb er geen echt eigen vocabulaire in. In het Nederlands kan ik me heel precies uitdrukken."

Soms zijn je teksten heel direct. Een ode aan je vriendin Alma Mathijsen heet ook gewoon Alma Mathijsen.
"Ja, daar moest ze zelf ook even aan wennen. Maar toen had ik het nummer al opgenomen, dus er was geen weg meer terug. Het begint een beetje te veranderen, maar bij Nederlandse rockbands is het niet echt gebruikelijk om in de eigen taal te zingen. Doe je het wel, dan word je niet altijd helemaal serieus genomen. Waar ik verder ook niet echt op uit ben. Misschien komt dat als ik wat ouder ben. Vooralsnog vind ik het wel lekker als er wat luchtigheid in de teksten zit."

Er zit veel Herman Brood in de muziek.
"Muzikaal is hij mijn voornaamste inspiratiebron."

Zijn pianospel was tamelijk basic, toch?
"Ho, ho. Dag mag zo lijken, ergens is het ook wel waar, maar hij had wel een heel eigen stijl. Boogie woogie, de muziek van Mose Allison, dat waren zíjn inspiratiebronnen. Op zijn eigen kneuterige en onbeholpen manier maakte hij daar iets heel unieks van. Het was heel punky en speedy wat Brood deed, maar tegelijk was het ook een soort blues. Zijn muziek was een smeltkroes van dingen waar ik graag naar luister."

Je houdt vooral van muziek uit de jaren zestig en zeventig. Volg je ook wat er nu gebeurt?
"Zeker. En dat pas ik soms ook toe in wat ik zelf maak. In het nummer Alleen op de Kermis heb ik alle koortjes helemaal strak ge-autotuned, precies zoals ze dat in de hiphop en R&B doen.

Daar snapten sommige mensen helemaal niets van: 'What the fuck, gast, jij maakt toch echte muziek, met een band?' Ik vind dat mijn muziek en autotune elkaar helemaal niet bijten. Ik houd best van ouderwetse muziek, maar dat betekent niet dat ik alles van nu afwijs."

Waarom is de single die je samen met Roxeanne Hazes opnam, Ballade van de moord, geen hit geworden?
"Hij werd niet gedraaid op de radio, wat ik ook wel begrijp. Het was een traag en lang nummer met een niet bepaald gezellige tekst. Maar het is veel gestreamd op Spotify en de clip is ook veel bekeken. Het was een mooi uitstapje, voor ons allebei."

Je bent een groot fan van Roxeannes vader.
"Ja, Herman Brood en André Hazes, dat zijn mijn helden. Je hoort ze ook allebei terug in wat ik doe: Brood in de muziek, Hazes in de teksten. Laatst zat ik in een café waar een foto van Kees Tabak hing waar ze samen op stonden: Brood nog best jong, Hazes met een vetkuif en een zonnebril. Zo cool, die twee. Eigenlijk moet ik die foto kopen."

Thijs Boontjes Dans- & Showorkest speelt 5 mei vanaf 21.00 uur op Bevrijdingsfestival Het Vrije Westen, Sena Performers Stage, Westergasterrein.

Zie ook: Hier kun je 5 mei Bevrijdingsdag vieren en Verrassende koerswijziging voor Roxeanne Hazes

Meer over