PlusBlikvangers

Thérèse ligt er schitterend bij, tussen de bloeiende madeliefjes

Amsterdam staat vol met kunst, van wereldvermaarde kunstenaars tot anonieme beeldhouwers. Wat zijn de verhalen achter deze beelden? Vandaag: het grafmonument van portrettiste Thérèse Schwartze.

Jan Pieter Ekker
Het grafmonument van portrettiste Thérèse van Duyl-Schwartze op begraafplaats De Nieuwe Ooster.
 Beeld Sophie Saddington
Het grafmonument van portrettiste Thérèse van Duyl-Schwartze op begraafplaats De Nieuwe Ooster.Beeld Sophie Saddington

Je kunt erover twisten wat het Père-Lachaise van Amsterdam is, Zorgvlied of De Nieuwe Ooster; op beide begraafplaatsen liggen tal van (Amsterdamse) beroemdheden en op beide begraafplaatsen staan prachtige graven en pompeuze paleizen van marmer (bij de entree is een plattegrond verkrijgbaar).

Ook van marmer, maar bijzonder subtiel, is het grafmonument (klasse 1, vak 36, nr. 42 A) van portrettiste Thérèse van Duyl-Schwartze op De Nieuwe Ooster.

Ruim voor de eerste emancipatiegolf, in een tijd dat de kunstwereld nog veel meer dan nu werd gedomineerd door mannen, verdiende de Amsterdamse Thérèse Schwartze (1851-1918) een vermogen met haar portretten. Zo kocht ze drie panden op de Prinsengracht en onderhield na de dood van haar vader haar hele familie.

Tot haar klantenkring behoorden koningin Emma en kroonprinses Wilhelmina (in totaal maakte ze dertien portretten en voorstudies van leden van het Koninklijk Huis) en de gegoede families Van Loon en Boissevain, Labouchere en Sillem.

Lelies en papavers

Schwartze overleed op 23 december 1918; op tweede kerstdag werd haar stoffelijk overschot begraven op Zorgvlied, in aanwezigheid van burgemeester Tellegen, regeringsvertegenwoordigers en vele andere hotemetoten, museumdirecteuren en kunstenaars als Isaac Israëls, Simon Maris en Coba Ritsema. Schwartze’s nichtje Lizzy Ansingh sprak er namens de familie.

In 1920 begon haar jongere zus Georgine Schwartze aan het ontwerp voor een monument voor Thérèse; een Carrarisch marmeren beeld van Schwartze, rustend op haar doodsbed. Ze ligt op een kleed met franjes, het haar uitgespreid op een kussen (voor het gezicht gebruikte Georgine het dodenmasker van Thérèse). Haar handen zijn ineengevouwen, op haar benen liggen rozen, tulpen, lelies, en papavers.

Het beeld, vervaardigd door de Haarlemse beeldhouwer Johannes Petrus Maas, is ruim 2 meter lang, bijna een meter breed en hoog en weegt bijna 2,5 ton. Toen het in 1922 klaar was, is het jarenlang in de hal van het Stedelijk Museum tentoongesteld.

Het Stenen Archief

Pas in 1965 is het praalbed op het graf van Thérèse geplaatst. Dat was intussen verplaatst van Zorgvlied naar De Nieuwe Ooster. In 1984 is een plaquette voor het graf geplaatst, in 2004 is het grafmonument aangewezen als rijksmonument.

Op initiatief van de werkgroep ‘Het Stenen Archief’, die ten doel heeft de verhalen van bijzondere Amsterdammers zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen, is in 2018 groot onderhoud aan het graf verricht. Het marmer, dat te lijden had onder de blootstelling aan de buitenlucht, werd gereinigd, en onder het zware monument werd een betonplaat geplaatst ter stabilisatie.

Bij de behandeling werden ook de naam, geboorte- en sterfdatum op de rechterzijde weer zichtbaar. Die zijn gezwart en daardoor weer duidelijk leesbaar. Thérèse ligt er nu weer schitterend bij, tussen de bloeiende madeliefjes. Alleen het informatieve bordje dat het Stenen Archief erbij heeft geplaatst mag wel weer eens schoon worden gemaakt; dat zit onder de vogelpoep.

Grafmonument Thérèse Schwartze
Sinds 1922
Kunstenaar Georgine Schwartze
Waar De Nieuwe Ooster

Lees terug: ons overzicht met de mooiste kunstwerken in het straatbeeld van Amsterdam.