PlusBeeldspraak

The End of the Tour: zo wil elke journalist wel zijn filminterviews doen

Wie kunst maakt kan vragen verwachten, een interview kan rare wendingen nemen. Kijk maar naar The End of the Tour.

Bart van der Put
David Foster Wallace (Jason Segel) en David Lipsky (Jesse Eisenberg) in The End of the Tour. Beeld Alamy
David Foster Wallace (Jason Segel) en David Lipsky (Jesse Eisenberg) in The End of the Tour.Beeld Alamy

Natuurlijk willen we 2021 snel vergeten, maar kunnen we nog even naar het staartje omkijken? In de laatste week van het tweede coronajaar mocht Janine Abbring van de televisieklassieker Zomergasten vier avonden op rij met prominente Wintergasten praten. Dat was buitengewoon aangenaam en verhelderend. Open deur: een lang gesprek tussen twee slimme mensen aan een tafel kan uitstekende televisie opleveren.

Daarom is het frustrerend dat er vrijwel elke avond veel meer mensen aan televisietafels plaatsnemen. En dat dommeriken dan even luid mogen spreken als de mensen die ergens verstand van hebben. Dat kunnen we ze niet kwalijk nemen. Dat is het gevolg van een redactionele beslissing. Hoe komen redacteuren tot dit soort kamikazepraktijken?

Punkhaar en concertkaters

Kom, dan gaan we net als Janine op onderzoek in het buitenland, waar we met interessante en creatieve mensen uit de filmwereld over hun leven en werk praten. Beroemde regisseurs, schitterende sterren en Oscarwinnaars. Daar steken we vast iets van op. Is dat geen prettig vooruitzicht? Ik dacht het wel. En deed het jarenlang. Tot ik er hoorndol van werd.

Het is december 2001. We bevinden ons in het roemrijke Dorchester Hotel in de poepchique wijk Mayfair in Londen. Het uitzicht op Hyde Park is fabelachtig. Daarginds liep ik zestien jaar geleden met mijn punkhaar de concertkaters weg en nu sta ik in een suite van twee mille per nacht om de Groten der Aarde te spreken. Dit wordt een dag om nooit te vergeten.

Inderdaad. De interviews die ik dacht te doen zijn vervangen door rondetafelgesprekken, die ik met negen andere journalisten uit alle windstreken moet delen. We zitten met elkaar opgescheept, net als de hobbits, elven, dwergen en tovenaars in de film waarover we gaan praten.

De man naast mij stelt zich voor als Avi uit Tel Aviv en zegt: “Sorry, ik ga vandaag domme vragen stellen.” Er volgt een betoog over zijn aanzienlijke staat van dienst als essayist en kunstcriticus, over een zieke collega en een luchtige showbizzpagina, die per hoofdredactioneel decreet uitsluitend gewijd zal worden aan elf Liv Tyler, ‘omdat zij de mooiste vrouw van de wereld is’.

Liv Tyler de mooiste vrouw van de wereld?

In de twee dagdelen die volgen krijgen Peter Jackson, Christopher Lee, Gandalf en al diens harige kornuiten na vier jaar ploeteren op de bergen van Nieuw-Zeeland allemaal dezelfde vraag van Avi: “Hoe was het om te werken met Liv Tyler, die zoals we allemaal weten de mooiste vrouw van de wereld is?” Avi spreekt niet namens mij en steeds voel ik de drang om zijn aanname ter discussie te stellen. Hoezo is Liv Tyler de mooiste vrouw van de wereld? Kunnen we niet over Tolkien praten? Denk aan de lezers! Doe het voor de filmkunst!

Was het de schuld van Avi dat mijn dag in het Dorchester een nachtmerrie werd? Of was het een gevolg van een redactionele beslissing in Tel Aviv? Twintig jaar later is het vooral ergerlijk dat Avi nog steeds naast me zit wanneer ik aan The Lord of the Rings denk. Die stoel komt nooit meer vrij.

Net als die andere, waarop een enorme Oostenrijker altijd dezelfde drie vragen stelde: “Bent u ooit in Wenen geweest?” “Houdt u van Mozart?” “Bent u bekend met de werken van Sigmund Freud?” Daar kun je altijd mee thuiskomen als je standplaats Wenen is: “De mooiste vrouw van de wereld luistert naar Mozart.”

Maar ik ging altijd een beetje dood aan die tafels.

Vage geruchten over een heroïneverslaving

Er zijn betere manieren om met interessante mensen van gedachten te wisselen. Kijk maar naar het op feiten gebaseerde The End of the Tour (2015), waarin een schrandere journalist een slimme schrijver opzoekt. Het is het andere uiterste in het journalistieke spectrum: de door Jesse Eisenberg vertolkte interviewer David Lipsky trekt dagen op met schrijver David Foster Wallace (Jason Segel). Ze eten samen junkfood, reizen kibbelend naar de laatste publieke voordracht uit de literaire sensatie Infinite Jest en gaan op een double date met twee oude vriendinnen van de schrijver. Ze respecteren elkaar en praten honderduit. En geen woord over Wenen, Liv Tyler of Mozart.

Na een paar vruchtbare dagen krijgt de interviewer Lipsky telefonisch op zijn donder omdat hij nog niet naar vage geruchten over een heroïneverslaving heeft gevraagd. Hij geeft met excuses gehoor aan het redactionele verzoek, waarop de ontluikende vriendschap bekoelt. Wallace onderkent het journalistieke principe en geeft formeel antwoord op de misplaatste vraag. Maar het dagenlange gesprek is voorbij. Want ‘sorry, ik moet een domme vraag stellen’ is een excuus van likmevestje.

Meer over