PlusBoekrecensie

The Dig: menselijke verhalen bij een spectaculaire vondst

The Dig. Beeld
The Dig.

De historische feiten waarop John Preston (1953) zijn roman The Dig (2007) baseerde, spreken tot de verbeelding. Het is het verhaal van de opgravingen bij Sutton Hoo, in Suffolk, waar in 1939 een spectaculaire vondst werd gedaan. Een 1400 jaar oude grafheuvel, waarin binnen de contouren van een zeeschip een schat aan gouden ornamenten, ­munten, wapens en andere arte­facten werd aangetroffen.

Een Angelsaksisch koningsgraf! Het Britse equivalent van de tombe van Toetanchamon, dat het beeld van de zogenaamd primitieve ‘donkere middeleeuwen’ radicaal bijstelde. En dat nét op het moment dat de Tweede Wereldoorlog zijn dreigende schaduw vooruitwierp.

Verfilming

Materiaal voor een lijvig epos, zou je zeggen. Maar de kracht van The Dig, na een succesvolle Netflixverfilming nu eindelijk vertaald, is dat het juist zo’n bescheiden, ingetogen boekje is. Eentje waarin met weinig woorden veel wordt gesuggereerd, en de kleine, menselijke verhalen van enkele bij de opgravingen betrokkenen evenveel ruimte krijgen als de grote (ontdekkings)geschiedenis.

Flirterige ontmoetingen

Zo is er de rijke weduwe Edith Pretty, die de opdracht voor het onderzoek op haar terrein geeft; een oude droom van wijlen haar man, met wie ze via een spiritist het goede nieuws probeert te delen. Je hebt de intens goeiige ‘man van de streek’ Basil Brown, die als archeologisch auto­didact de basis voor de ontdekkingen legt, om vervolgens door pedante grootsteedse experts van het British Museum terzijde te worden geschoven.

In de tweede helft is er een glansrol voor een tante van de auteur, Peggy Piggott, die haar bloedeloze huwelijksreis afbreekt om in Sutton Hoo de opwinding te vinden die in haar relatie zo pijnlijk ontbreekt. (Dankzij de vondsten die ze daar eigenhandig doet, én flirterige ontmoetingen met Edith Pretty’s neef Rory.)

Snobistische museumbonzen

Hun verliefdheden, worstelingen en verliezen raken verweven met de voortgang van de opgravingen, die voor suspense zorgt, zelfs al is de uitkomst bekend. En ondertussen heeft Preston oog voor de kleinzielige strijd om de bodemschatten tussen snobistische museumbonzen. Maar ook voor de ‘historische sensatie’

die de aanblik van die schatten je, net als deze roman, kan laten voelen: ‘Het leken wel afgezanten uit een andere wereld, die niet aan kracht hadden ingeboet ondanks de vele eeuwen die voorbijgegaan waren sinds men ze voor het laatst gezien had. Of eigenlijk alsof al die eeuwen niet meetelden. De tijd tussen toen en nu was gewoon voorbijgevlogen.’

Fictie

John Preston, The Dig
Vertaald door Hien Montijn
Cargo, €19,99
239 blz.

Meer over