PlusInterview

The Black Keys schreven album in tien dagen: ‘We hebben een soort natuurlijke chemie’

Dan Auerbach en Patrick Carney van de Amerikaanse rockband The Black Keys schreven hun inmiddels elfde studio-album Dropout Boogie in twee weken. ‘We ontkurkten een fles wijn en toen die leeg was lag er ineens een compleet nieuw nummer klaar.’

Denise de Koning
Patrick Carney and Dan Auerbach van The Black Keys Beeld Getty Images for Triller
Patrick Carney and Dan Auerbach van The Black KeysBeeld Getty Images for Triller

Tien jaar lang speelden ze in undergroundtentjes en had het grote publiek nog nooit van The Black Keys gehoord. Maar het is goedgekomen met Dan Auerbach (zang en gitaar) en Patrick Carney (drums). Na tien jaar ploeteren kwamen tien gouden jaren. In het afgelopen decennium scoorden ze hits met Lonely Boy, Little Black Submarines en Gold on the Ceiling en wonnen vijf Grammy’s.

The Black Keys zijn inmiddels zo groot dat ze standaard als hoofdact worden gevraagd op festivals, al gooide corona hun reisschema danig in de war. Maar de pandemie bracht ook iets moois: meer waardering voor elkaar én een gloednieuw album dat vandaag uitkomt. “Ik heb het gevoel dat de relatie tussen Pat en mij misschien beter is dan ooit,” vertelt Dan Auerbach voorafgaand aan de release van hun elfde studioalbum Dropout Boogie. “Hoe langer we samen muziek maken, hoe meer we erachter komen dat onze samenwerking wel heel bijzonder is.”

Rock-’n-roll

De chemie tussen de twee jeugdvrienden is onmiskenbaar, zowel in de studio als op het podium. Sinds hun begindagen in een garage in Ohio hebben de twee een grote muzikale ontwikkeling doorgemaakt. Auerbach: “Maar voor Dropout Boogie wilden we weer terug naar het rock-’n-roll- en bluesgeluid waar we ooit mee begonnen.”

Het duo schreef het materiaal in Auerbachs Easy Eye Sound studio in Nashville. Ze deden daar welgeteld tien dagen over, gevolgd door slechts twee dagen opnemen. Dat enorme tempo heeft er vanaf begin al ingezeten, zegt de zanger, die de voortvarendheid wijdt aan de goede verstandhouding tussen hem en zijn maat. “Dat is altijd het mooie van wat Pat en ik doen. We hebben er nooit echt aan hoeven werken. Telkens als we bij elkaar komen, maken we gewoon muziek. We weten van tevoren nooit wat het plan is, maar we gaan gewoon aan de slag. Het klinkt vrijwel altijd direct goed. Het is de natuurlijke chemie die wij hebben. Dat we het ook zo lang met elkaar uithouden, is daar een bewijs van. Echt een geschenk.”

Fles wijn

Ook het vorige album, Delta Kream uit 2021, werd in razend tempo opgenomen: in slechts twee dagen was het gepiept. Repetities waren niet nodig, vond Auerbach. Het album werd een ode aan oude blueshelden als Junior Kimbrough, van wie ze vijf songs coverden. Recensenten loofden de spontaniteit van de jamsessies en liefde voor blues die van het album afspatte, maar waren kritisch over de lange solo’s en herhalende gitaarpatronen.

Ook dit nieuwe, elfde album komt voort uit spontane jamsessies, maar voor het eerst nodigden Auerbach en Carney andere artiesten uit in hun studio, als Billy Gibbons (ZZ Top), Greg Cartwright (Reigning Sound) en Angelo Petraglia (Kings of Leon).

“We voelden nooit erg de behoefte om met andere artiesten de studio in te duiken, omdat we onze eigen muziek altijd al goed vonden,” zegt Auerbach lachend. Dit veranderde toen Gibbons op een dag langskwam in de studio. “Hij had een fles wijn bij zich en we zijn voor de gezelligheid wat gaan spelen. Een beetje jammen. Een paar uur later was de wijn op, vertrok Gibbons weer naar huis, en lag er ineens een compleet nummer.”

Gezelligheid

Die manier van werken en de uitkomst bevielen zo goed dat The Black Keys in de toekomst zeker van plan zijn om vaker gasten uit te nodigen. “Dit is eigenlijk hoe je altijd muziek zou moeten maken,” zegt Auerbach. “Weet je wat het is? Alles gebeurt binnen de muren van de studio. Niemand hoort het, totdat je het uitbrengt. Als een nummer een keer niet klinkt, maakt dat helemaal niks uit. Het gaat om de gezelligheid. En als daar dan aan het einde van de dag iets uit komt, is dat alleen maar mooi meegenomen.”

Auerbach en Carney hebben zoveel plezier in het maken van muziek, dat van stoppen geen sprake is. Auerbach: “Pat zegt na elk album dat we uitbrengen dat dat het beste album ooit is. Waarom zouden we stoppen als we steeds beter worden? We vinden het allebei gewoon echt heel leuk. We hebben er nooit druk op gelegd. We duiken de studio in wanneer we willen en we zien wel waar het eindigt.”

Meer over