PlusTen slotte

Tekenaar Jean-Jacques Sempé (1932-2022) maakte met Le Petit Nicolas zijn eigen rotjeugd goed

Hij was vooral bekend als de tekenaar van de kinderboekenserie Le Petit Nicolas, maar de donderdag overleden Jean-Jacques Sempé (89) was ook een internationaal succesvolle illustrator. Niemand tekende zo veel covers voor The New Yorker als hij.

Peter van Brummelen
Jean-Jacques Sempé in 2019. Beeld ANP / AFP
Jean-Jacques Sempé in 2019.Beeld ANP / AFP

Ze stonden allebei nog aan het begin van hun carrière toen ze halverwege de jaren vijftig Le Petit Nicolas bedachten. René Goscinny zou later roem en succes vergaren als de auteur van de stripreeks Asterix, Jean-Jacques Sempé wachtte een soortgelijke toekomst als tekenaar. Maar voorlopig was het sappelen, vooral voor Sempé, die er al een hele serie mislukte banen op had zitten toen hij besloot professioneel tekenaar te worden.

Le Petit Nicolas, over de alledaagse belevenissen van een Parijs schooljongetje, was aanvankelijk een ballonstrip. Sempé wist weinig van zulke strips, Goscinny had zich er tijdens een verblijf in de Verenigde Staten grondig in verdiept. Als strip sloeg Le Petit Nicolas niet aan. Het werd paradoxaal genoeg pas wat toen Nicolas vanaf 1959 in een veel traditionelere vorm verschenen: teksten van Goscinny met tekeningen van Sempé.

null Beeld Jean-Jacques Sempé
Beeld Jean-Jacques Sempé

Dromerig, lief en onschuldig

De verhalen werden vanaf dat jaar gepubliceerd in Pilote, het mede door Goscinny opgerichte jeugdtijdschrift waarin ook Asterix zijn debuut maakte. Al snel verscheen Le Petit Nicolas ook in boekvorm. René Goscinny en Jean-Jacques Sempé vulden elkaar perfect aan. Hun verhalen waren zowel in tekst als beeld dromerig, lief en onschuldig. Kinderen waren hun voornaamste publiek, maar ook volwassen wisten ze te raken.

Zo onbezorgd als het leven van Nicolas was (oké, hij zat er wel mee dat hij de kleinste van zijn klas was), zo getroebleerd was Sempés eigen jeugd geweest. In Pessac, een voorstad van Bordeaux, had hij als jongen zwaar geleden onder een alcoholistische stiefvader en een gewelddadige moeder. Straatarm waren ze thuis ook. Terugkijkend op zijn leven en werk zei Sempé in 2018 dat Le Petit Nicolas voor hem een manier was geweest om zijn eigen jeugd over te doen.

Amsterdamse school

Le Petit Nicolas sloeg ook internationaal aan. In wel 45 landen werden er van de boeken rond de 15 miljoen exemplaren van verkocht. Ook in Nederland vond De Kleine Nicolaas een publiek, in Amsterdam werd er zelfs een school naar hem vernoemd. Op middelbare scholen lieten leraren Frans hun leerlingen de boeken in de oorspronkelijke versie lezen – Goscinny’s eenvoudige teksten waren een prima hulpmiddel om Frans te leren.

Als illustrator werkte Sempé voor alle grote Franse tijdschriften, waaronder Paris Match en Marie Claire. Vanaf 1978 werd hij ook een vaste medewerker van The New Yorker, zo ongeveer het walhalla voor illustratoren. De Fransman maakte wel honderd covers voor het Amerikaanse blad, een record. Uit dat werk spreekt een zelfde elegante vriendelijkheid als uit zijn tekeningen voor Le Petit Nicolas.

Zachte lijnen en pastelkleuren

New York, het vaste decor van de getekende covers van het blad (waar ook de Nederlander Joost Swarte voor tekent), kreeg in de versie van Sempé een typisch Frans tintje. Hij tekende in zachte lijnen en had een voorkeur voor pastelkleuren. En hoewel er op zijn covers vaak veel te zien was, kwamen ze nooit druk over. Moderne auto’s vond hij verschrikkelijk om te tekenen, katten zette hij juist graag op papier.

null Beeld Jean-Jacques Sempé / The New Yorker
Beeld Jean-Jacques Sempé / The New Yorker