PlusBoekrecensie

Schitterende sculpturen van snottige weekdieren in schelpenboek van Koos Dijksterhuis

Hoe ouder een noordkromp (Arctica islandica) is des te groter worden zijn schelpen.   Beeld Getty Images
Hoe ouder een noordkromp (Arctica islandica) is des te groter worden zijn schelpen.Beeld Getty Images

Met Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes heeft natuurschrijver Koos Dijksterhuis een niet onuitputtelijk, maar zeer aanstekelijk schelpenboek geschreven.

Marjolijn de Cocq

‘Twee derde van de oppervlakte van de aardbol bestaat uit water, en wat we met het blote oog van de zee kunnen zien, is in feite niet meer dan de huid. Wat voor wezens daaronder leven, daarvan weten we bijna niets.’ Met dit citaat van de Japanse schrijver Haruki Murakami opent het boek Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes.

Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes? Onderzeewezens: de noordkromp een ronde tweekleppige, de zee-engel –ook wel zeevlinder – een ragfijn gevleugeld slakje met een schelpje als een speldenknopje; het koffieboontje een bol, ovaal slakkenhuisje (overigens niet bruin maar lichtroze.) Welkom in de wondere wereld van de waterwezens die Koos Dijksterhuis beschrijft.

Of nou ja, waterwezens.... ‘Schelpen!’, begint hij. ‘ Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur ook – dat zulke schitterende sculpturen gemaakt kunnen worden door een snotterig weekdier dat voor negentig procent uit water bestaat verbaast mij nog altijd bij iedere schelp.’

Schiermonnikoog

Zijn neiging om schelpen te zoeken dankt hij aan het vakantiehuisje op Schiermonnikoog dat zijn ouders in 1966 kochten en dat nu in bezit is van zijn broer, van zijn zussen en van hem. Eerst werd zijn vader besmet met de ‘schelpenzoekkoorts’ door een collega van hem, die ook altijd naar Schiermonnikoog ging.

‘Zijn collega had het weer van de eilander schoenmaker, die zijn schelpenverzameling in een vitrine in zijn werkplaats had uitgestald. Mijn negen jaar oudere broer kreeg de smaak eveneens te pakken en weldra liet ook ik me bekoren door de verscheidenheid aan vormen en kleuren van die wonderlijke wezens met hun parelmoeren glans.’

Alle schelpdieren zijn weekdieren. De meeste weekdieren zijn ook schelpdieren. Vrijwel altijd krijgt een babyschelpdier bij geboorte een mini-schelpje mee, dat het gedurende zijn leven uitbouwt. Uit kliertjes in de zogenoemde mantel komt de kalkspecie waarmee het weekdier laagje voor laagje zijn schelp opbouwt. Schelpen groeien dus mee met het schelpdier en zitten eraan vast, zoals bij zoogdieren de nagels, tanden en het haar.

Er zijn zo’n honderdduizend soorten schelpdieren, in de meest buitenissige vormen en kleuren. Noordkrompen, zo leren we dus van Dijksterhuis, zijn grote, stevige, tamelijk ronde tweekleppigen. Tweekleppigen bouwen hun schelp in tweevoud. Ze metselen tegelijkertijd twee min of meer spiegelbeeldige kleppen, die bij de top meestal aan elkaar vastzitten met een slotband en die stevig dichtgetrokken kunnen worden met sluitspieren.

507 jaarringen

Hoe ouder een noordkromp is, des te groter worden zijn schelpen – elk jaar metselt het dier er een randje bij. In goede jaren wat meer dan in slechte, en in de zomer meer dan in de winter. Zo vormen zich jaarringen, net als in een boomstam. In 2006 werd bij IJsland een noordkromp opgevist die meer dan vijfhonderd jaar oud was; 507 jaarringen werden geteld.

Zoals toen hij vlak voor zijn achtste verjaardag oud genoeg werd bevonden om mee te gaan op zoektocht op de Balg en het Oosterstrand, is de noordkromp (Arctica islandica) nog steeds het doel als Dijksterhuis op Schiermonnikoog komt. ‘Noordkrompen zijn prachtig van (ronde) vorm en kleur: geel, blauw, zwart. Ze zijn groot en stevig en liggen lekker in de hand. Ze zijn zeldzaam genoeg om een uitdaging te vormen en algemeen genoeg om regelmatig succes te boeken.’

En al snel na die initiatie werkte het jongetje Dijksterhuis zich op van verzamelaar van anonieme, grote en glansrijke schelpen tot serieuze collectioneur die het verschil wist tussen Noorse hartschelp (Laevicardium crassum) en gedoornde hartschelp (Acanthocardia echinata). Zijn eerste gidsje voor kinderen Pret met schelpen van Bob Entrop, was hij binnen een paar weken ontgroeid.

Erotisch imago

Wat schelpdieren dan weer gemeen hebben, is een avontuurlijk seksleven. Veel schelpdieren zijn tegelijk man en vrouw, ze kunnen elkaar tegelijkertijd bevruchten. Sommige kunnen, als ze eenzaam zijn, zelfs zichzelf bevruchten. Oesters doen hun erotische imago eer aan door in een massale orgie tegelijkertijd klaar te komen. Ze laten hun eitjes en zaadcellen daarbij vrij in het water. Als ze dat doen, kleurt de Noordzee melkachtig troebel.

Altijd als Dijksterhuis een strand of kust betreedt, komt de speurneus in hem boven en zoekt hij de boel af naar schelpen. Zeeschelpen vooral. Zijn boek gaat dan ook vooral over zeeschelpen en in het bijzonder zeeschelpen die in Nederland te vinden zijn. ‘Al maak ik vele uitstapjes naar land- en zoetwaterschelpen, buitenlandse schelpen en tropische soorten, en zelfs naar andere strandvondsten, zoals krabben, heremietkreeften, haaientanden, mosdiertjes en goudkammetjes.’

Verleidelijk, schrijft Dijksterhuis, om nog veel meer prachtige schelpen, rare leefwijzen, aparte gedragingen op te dissen, maar hij besloot zich te hoeden voor overdaad. ‘Als ik uw belangstelling voor de wonderlijke weekdierwereld heb gewekt of vergroot, ben ik dik tevreden.’

Missie geslaagd.

De tweede zaterdag van de Boekenweek, 16 april vanaf 11.00, leidt Koos Dijksterhuis een strandwandeling aan het strand in IJmuiden naar aanleiding van Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes. Aanmelden via info@kennemerboekhandel.nl of 023-5251944

null Beeld

Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes

Koos Dijksterhuis
Atlas Contact, €27,99
416 blz.

Meer over