PlusInterview

Sandra van Beek dook in de geschiedenis van Het Achterhuis: ‘Anne Frank is van iedereen. De hele wereld leest mee’

Anne Frank in 1935 op de stoep van het bedrijf van haar vader, Otto Frank, op het Singel. De foto is gemaakt door haar vader,  die als schaduw in beeld  is. Beeld AFF Basel/AFS Amsterdam/Reuters
Anne Frank in 1935 op de stoep van het bedrijf van haar vader, Otto Frank, op het Singel. De foto is gemaakt door haar vader, die als schaduw in beeld is.Beeld AFF Basel/AFS Amsterdam/Reuters

Otto Frank zette zich zijn hele leven in om het dagboek van zijn dochter Anne bekendheid te geven. Het was zijn missie én de redding van zijn leven. Het boek Geschiedenis van het dagboek van Sandra van Beek vertelt het verhaal van Het Achterhuis, dat 75 jaar geleden verscheen.

Hanneloes Pen

Otto Frank was de enige van zijn gezin die terugkeerde uit de kampen. Zijn vrouw Edith en dochters Margot en Anne waren gestorven door uitputting dan wel vlektyfus. Totaal ontredderd kwam Otto Frank uit Auschwitz in Amsterdam aan. ‘Ons hele hebben en houden is gestolen (…) Ik heb hoed noch regenjas,’ schreef hij aan zijn moeder in Zwitserland in mei 1945.

Miep Gies, zijn secretaresse en een van de helpers van de acht onderduikers in het Achterhuis, bood hem onderdak. Zij had het dagboek van Anne in de oorlog bewaard en overhandigde Frank het met de woorden: ‘Dit is de erfenis van uw dochter Anne.’

Zo’n vijftien jaar geleden dook Sandra van Beek in de geschiedenis van het dagboek toen zij als researcher meewerkte aan de in 2010 verschenen film Otto Frank, vader van Anne van regisseur David de Jongh. In haar boek zet Van Beek uiteen hoe het dagboek een boek werd, in vertalingen verscheen – inmiddels in meer dan zeventig talen – en als toneelstuk en film werd bewerkt. Ook de laatste omstreden en fel bekritiseerde publicatie Het verraad van Anne Frank van Rosemary Sullivan over het onderzoek van een coldcaseteam naar de verrader van de onderduikers in het Achterhuis komt aan bod.

Sandra van Beek: ‘Ik heb dit niet geschreven voor de mensen die de geschiedenis al kennen.’

 Beeld Olivier Garcia
Sandra van Beek: ‘Ik heb dit niet geschreven voor de mensen die de geschiedenis al kennen.’Beeld Olivier Garcia

U moet extra alert zijn geweest met uw boek over het dagboek van Anne Frank?

“Ik heb in januari, midden in de nacht, het Amerikaanse CBS-programma gezien, die de ‘primeur’ kreeg dat de Joodse notaris Arnold van den Bergh de verrader van Anne Frank zou zijn. Ik dacht meteen: wat krijgen we nou? Een door Otto Frank overgeschreven briefje met de naam van de verrader erop, als bewijs…?”

“De mediastorm over die ‘onthulling’ daarna hield niet op. Experts maakten het met de grond gelijk. Mijn boek moest nog uitkomen. Ik dacht weken daarna: nu hebben de mensen genoeg van dit onderwerp en denken ze: moeten we het weer over Anne Frank hebben? Mijn uitgever wilde het publiceren en sleepte me erdoorheen. Ze zeiden: jouw boek gaat over het dagboek.”

Uw boek begint met een scherp citaat van Arnon Grunberg: ‘We weten niet wie Anne Frank heeft verraden, maar we kunnen ophouden haar te blijven verraden.’

“Het is een goed citaat. Ik wil het nu liever niet over het verraad hebben, al stip ik het even in mijn boek aan. En overigens, wat betreft Anne: ik hoor nooit dat mensen Van Gogh-, Rembrandt- of Mondriaanmoe zijn. Anne is van dezelfde orde van grootte.”

Hoe zag u de uitgave van uw eigen boek tegemoet?

“Anne Frank is van iedereen. De hele wereld leest mee. Je moet oppassen. Ik ben geen historicus, maar journalist en researcher. Ik heb eindeloos, steeds weer opnieuw, de bronnen gecheckt.”

Het manuscript voor het boek had u al in 2009 klaarliggen. Waarom is het boek nu pas gepubliceerd?

“Als researcher werkte ik mee aan de film Otto Frank, de vader van Anne. Naast de film zou een boek van mijn hand uitkomen, maar vanwege het 50-jarig bestaan van het Anne Frankhuis kwam er ook een biografie van Herman Vuijsje en Jos van der Lans uit dat geïnitieerd was door de Anne Frank Stichting. Het waren veel producties. Mijn manuscript heeft mede daardoor twaalf jaar in mijn la gelegen. Iedere keer als ik een enveloppe uit die la pakte, dacht ik: ik móét er wat mee doen. 75 jaar na de eerste druk van Het Achterhuis was dit het moment.”

Was die versie printklaar?

“Er is nog veel aan veranderd. Ik heb de laatste ontwikkelingen toegevoegd, onder meer over het in 2014 opgevoerde toneelstuk Anne van Jessica Durlacher en Leon de Winter en onbekende citaten van de laatste getuigen, onder wie Otto’s neef Buddy Elias, zijn stiefdochter Eva Schloss en Otto’s vrienden Max en Hilde Goldberg die niet in de film van De Jongh zijn gebruikt.”

Uw boek gaat ook over Otto Frank. Waren er nog nieuwe wetenswaardigheden te vermelden?

“Ik kon in mijn eerste versie niet helemaal de vinger leggen op de persoon Otto Frank. Nu, ouder en wijzer, begrijp ik hem beter. Hij was naast koopman een leraar, opvoeder en pedagoog. Dat laatste was hij voor zijn eigen kinderen en voor de talloze kinderen die hem na het verschijnen van het dagboek brieven schreven. Hij schreef ieder kind terug. Maar als twintigjarige schreef hij na de dood van zijn vader al vaderlijke brieven naar zijn rouwende moeder.”

Begrijpt u waarom hij na een bepaald moment niet meer stil wilde staan bij zijn verrader?

“Otto Frank was een humanist en geen haatdragend mens. Hij wilde geen kwaad met kwaad vergelden. Ook wilde hij niet dat de aandacht voor het verraad het dagboek overschaduwde.”

Hoe denkt u zelf over het verraad?

“Ik denk in de sfeer van historicus David Barnouw: er gebeurde in de oorlog veel in het gebied rondom de Westermarkt. Er waren onderduikers, er was verzet. De onderduikers zijn misschien wel bij toeval ontdekt. Waarom moesten de onderduikers anders zo lang wachten op de overvalwagen waarin ze werden meegenomen?”

Uw boek zet de geschiedenis van het dagboek vanaf het verschijnen in 1947 tot nu neer. Veel is al bekend. Voor wie is uw boek bedoeld?

“Een heleboel Nederlanders hebben Annes dagboek, dat mooi en sprankelend geschreven is, niet gelezen en zijn niet in het Anne Frankhuis geweest. Dat was mijn motivatie dit boek te publiceren. Ik schrijf het niet voor de mensen die de geschiedenis al kennen.”

Otto Frank had behoorlijk wat moeite om het dagboek gepubliceerd te krijgen. Waarom zette hij eindeloos door en gaf hij zelfs toestemming toneelstukken en films ervan te maken ook al verdraaiden sommige scenarioschrijvers de feiten?

“Het was een moeizame strijd het dagboek te laten verschijnen. Veel uitgevers hadden er na de oorlog geen trek in. Ook al werden in toneelstukken en films feiten anders gepresenteerd, er was tenminste aandacht voor het dagboek.”

“Toen Otto hoorde dat zijn vrouw en kinderen dood waren, was hij kapot. Het leven was voorbij voor hem. Met het dagboek kreeg hij een doel in het leven. Hij had een missie en hamerde op tolerantie en verdraagzaamheid. Dat dagboek was zijn redding. ‘Het hielp Otto om de duivel uit te drijven. Hij herstelde erdoor,’ zei zijn goede vriend en psychiater Max Goldberg, al hoorde hij altijd ‘treurmuziek op de achtergrond’.”

null Beeld

Geschiedenis van het dagboek
Sandra van Beek
Uitgeverij Pluim, €24,99 euro
256 blz.

Meer over