PlusInterview

Rodrigo García schreef een boek over zijn beroemde vader, Gabriel García Márquez

Gabriel García Márquez betreurde het dat hij over alles in zijn leven kon schrijven, behalve over zijn eigen dood. Zijn oudste zoon Rodrigo García (62), een gevierd filmregisseur, heeft dat nu in zijn plaats gedaan.

Jonas Mortie
De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez op een terras bij Piazza Navona, in Rome. Beeld Getty Images
De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez op een terras bij Piazza Navona, in Rome.Beeld Getty Images

Er is nog tijd is het relaas van de laatste dagen van ‘Gabo’, zoals Gabriel García Márquez, de Colombiaanse Nobelprijswinnaar en schrijver van Honderd jaar eenzaamheid en Liefde in tijden van cholera door vrienden en familie werd genoemd, en van de dood van zijn vrouw Mercedes, zes jaar later.

“Ik had nooit een vooropgezet plan om een boek te schrijven,” zegt hun zoon Rodrigo García. “Ik kwam oorspronkelijk gewoon naar Mexico om bij mijn vader te zijn, met wie het toen niet goed ging. De dokters hadden gezegd dat hij nog wel enkele maanden zou leven, maar plots werd dat bijgesteld naar drie weken.

“Vanaf dat moment zaten we in een soort limbo, te wachten op iets dat elk moment kon gebeuren, zonder dat iemand wist wanneer. Ik begon notities te maken, zonder dat daar een bedoeling achter zat. Losse herinneringen, bijzonderheden die me opvielen. Ik heb lang niet geweten wat ik ermee moest aanvangen. Bovendien wist ik dat mijn moeder niet al te happig op publicatie zou zijn. Pas toen zij enkele jaren geleden stierf, werd het eigenlijke onderwerp van het boek me duidelijk. Het zou een vaarwel worden aan allebei mijn ouders, aan die wereld waarin elk kind opgroeit, aan die kerk waartoe je behoort.”

Voor u was het ondenkbaar om het boek te publiceren zolang uw moeder nog leefde. Waarom? Wat zou ze van het boek hebben gevonden?

“Mijn moeder was een heel sociale vrouw, maar tegelijkertijd was ze beducht voor pottenkijkers. Ze hield het privéleven graag privé. En wat ze van het boek zou vinden? Ik denk dat ze zou zeggen dat ik een babbelkous en een roddeltante ben, en vervolgens zou ze haar vrienden opbellen en zeggen: ‘Heb je Rodrigo’s boek gelezen? Het is echt gewéldig.’ Zo tegenstrijdig was ze wel.”

Uw vader leed op het moment van zijn dood al enkele jaren aan dementie. U vertelt hoe erg hij het vond dat zijn belangrijkste instrument als schrijver, zijn geheugen, hem langzaam ontglipte.

“In zekere zin was dat het ergste wat hem kon overkomen. Hij zei me weleens: ‘Mijn geheugen is mijn ruwe materiaal én mijn instrument. Ik doe niks anders dan me zaken herinneren. Mijn geheugen is alles.’ Zelfs verbeelding is een vorm van voorspelling gebaseerd op eerdere ervaringen. Neem iemand zijn geheugen af, en je neemt hem zijn ziel af.”

Hebt u in die dagen ook een kwetsbaardere versie van uw vader leren kennen?

“Nee, eigenlijk niet. Omdat het niet de kwetsbaarheid was van een man die er nog helemaal was. Hij was niet meer de man van vroeger. Het was meer alsof je voor een kind moest zorgen.”

Op het moment van zijn eigenlijke dood gebeurt er iets heel merkwaardigs. Jullie vinden een dood vogeltje precies op de plaats waar hij altijd zat. Het lijkt wel een gegeven uit een van zijn boeken.

“We denken dat het vogeltje tegen het raam moet zijn gevlogen en vervolgens daar is beland. Een vriendin van de secretaresse van mijn vader maakte ons er later op attent dat een van mijn vaders bekendste personages, Úrsula Iguarán (uit Honderd jaar eenzaamheid.), net als hij op een Witte Donderdag stierf en dat er in de passage waarin hij haar dood beschrijft gedesoriënteerde vogels tegen de muren vliegen en dood neervallen. Wat ik ervan moet denken, weet ik niet, ik weet alleen dat het een te mooi verhaal is om niet verder te vertellen.”

U hebt elders beschreven hoezeer u getroffen was door de eenvoud van zijn dood, vergeleken met de verpletterende gebeurtenis die de dood van een ouder voor elk kind is.

“Het kan net zo simpel zijn als in slaap vallen. Een vreedzame dood staat soms in schril contrast met wat die dood betekent voor de nabestaanden.”

Waarom is uw vader volgens u gaan schrijven?

“Nog voor hij kon schrijven, tekende hij stripverhalen. En zoals hij zelf al verteld heeft, groeide hij op in een wereld vol verhalen. Hij woonde in een huis met mensen die achtervolgd werden door het verleden of door spoken uit het verleden, meestal figuurlijk maar soms ook – naar zij geloofden – letterlijk. Ik denk dat het een combinatie was van opgroeien in een bepaald milieu en een aantal ongrijpbare factoren.”

Hij was geobsedeerd door de dood en tegelijkertijd lopen zijn boeken over van de vitaliteit.

“Zijn boeken zitten vol leven én vol dood, dat klopt. Wellicht hoort dat samen: de angst voor de dood en levenslust. Hij hield van het leven, hij was enorm gulzig op dat vlak, gulzig ook naar de levens van anderen.”

U beschrijft hoe hij in een soort trance verkeerde wanneer hij schreef, in die mate dat hij je niet eens hoorde als je tegen hem sprak.

“Een gesprek was op zo’n moment onmogelijk. Ik herinner me hoe mijn moeder mijn broer of mij zijn werkkamer in stuurde om hem te melden dat het middageten klaar was. Hij keek dan dwars door je heen naar de deur en wanneer je weg was, keek hij nog steeds naar de deur. Hij kon zich jaloersmakend goed concentreren.”

U bent een succesvol regisseur. Klopt het dat uw vader er als kind eigenlijk van droomde om films te maken?

“Dat zou kunnen. Maar ik ben blij dat zijn droom nooit is uitgekomen, want dan hadden we zijn boeken niet gehad. Gelukkig dus maar.”

null Beeld -
Beeld -

Er is nog tijd

Rodrigo García
vertaling Ton Heuvelmans, Meulenhoff,
€20,99,
160 blz.

Meer over