PlusAchtergrond

Rock-’n-rollkapper Christiaan Houtenbos stopt: ‘Ik heb een encyclopedie in mijn hoofd van de haren van ­alle topmodellen’

Haarstylist Christiaan Houtenbos kreeg iedereen in zijn stoel: alle topmodellen, Mick Jagger, Grace Jones en Valentino. Op zijn 76ste, net met pensioen, kijkt hij terug op een rock-’n-rollleven waarin hij de absolute modetop bereikte. ‘Ondanks het feit dat ik als getrouwde hetero not available was.’

Fiona Hering
Christiaan Houtenbos in zijn hotelkamer in het Ambassade Hotel: 'Sta je als 76-jarige vent wéér 16-jarige meisjes te knippen. Dat klopt toch eigenlijk niet. Het veld zit vol ­getalenteerde jongelui die aan de slag moeten kunnen.' Beeld Sophie Saddington
Christiaan Houtenbos in zijn hotelkamer in het Ambassade Hotel: 'Sta je als 76-jarige vent wéér 16-jarige meisjes te knippen. Dat klopt toch eigenlijk niet. Het veld zit vol ­getalenteerde jongelui die aan de slag moeten kunnen.'Beeld Sophie Saddington

Hij logeert steevast, al meer dan dertig jaar, in ‘het hanekotje’ van Ambassade Hotel aan de Herengracht. Dat voelt telkens weer als thuis­komen, zegt Christiaan Houtenbos, op zijn 76ste nog steeds één van de meest gewilde haarstylisten wereldwijd. Op weg naar een job in Europa of Afrika maakte hij altijd een tussenstop in Amsterdam. “Even corned beef kopen.”

Sinds kort is hij haarstylist af, en dat bevalt ’m prima. In maart 2020 zat Houtenbos met model Bella Hadid en fotografenduo Inez & Vinoodh in Los Angeles, toen covid losbarstte. “We konden op het nippertje terug naar huis, het land ging op slot, het perfecte moment om te stoppen. Met pensioen, at last.”

De laatste twintig jaar is zijn carrière ontploft, ‘het kon niet beter’. Fotografen Mario Testino (‘gewoon bij mij thuis aan de diepvriesdop­erwten met gehaktballen hè’), Inez & Vinoodh en Paolo Roversi zaten hem achter de broek voor prestigieuze jobs: de Franse Vogue, Interview Magazine, campagnes voor high-end merken. Hij is trots op wat hij heeft bereikt, ‘maar er hoeft niet nog meer bij te komen’.

Natuurlijke look

Ze proberen hem nog weleens te verleiden voor een topklus, zegt hij, maar het is klaar. “Sta je als 76-jarige vent wéér 16-jarige meisjes te knippen. Dat klopt toch eigenlijk niet. Het veld zit vol ­getalenteerde jongelui die aan de slag moeten kunnen. Het is wonderlijk hoe snel ik verslaafd ben geraakt aan nietsdoen. Ik heb vijftig jaar uit een koffer geleefd, elke avond in bed piekeren over de shoot van morgen. Ik heb weliswaar een encyclopedie in mijn hoofd van de haren van ­alle topmodellen, maar het is maar net hoe ze wakker zijn geworden. Je kunt voor een shoot bijna alles van tevoren minutieus plannen, met haar kan dat niet. Het is te vloeiend, beïnvloedbaar door weersomstandigheden en hormonen. Staat het model eenmaal voor de camera, dan is het net een schilderij: zal ik er wat bij plakken of haal ik wat weg?”

Tot zo’n twintig jaar geleden pasten al zijn tools in een rugzak. Hij werkte veel met Arthur Elgort en Patrick Demarchelier, fotografen die van een natuurlijke look houden, net als hij. Daarna werden zijn opdrachtgevers theatraler, moesten er ook pruiken komen en kwam er een koffer bij. “Er zijn collega’s van me die met twintig koffers reizen en tien assistenten. Dat heb ik nooit gewild. Ik deed alles alleen.”

Met zijn vrouw Marianne, agent van Arthur ­Elgort, bracht hij de afgelopen twee jaar door in hun buitenhuis in The Hamptons. Hij werkt er aan een boek van de duizenden foto’s die hij nam, er is een documentaire over hem in de maak en hij heeft zich er ook op beeldhouwen gestort. Het huis heeft hij zelf gebouwd. “Knoert van een zwembad erbij, vijver voor de deur, mooie oceaan erachter.”

In de jaren zeventig runde hij vanuit New York ook nog vier eigen kapsalons, in Rotterdam en Den Haag en twee in Amsterdam op Singel 417 en op de plek van Café het Paleis. “Toen Marianne zwanger was van onze oudste zoon Piet, heb ik ze opgedoekt.”

Houtenbos groeide op in Bovenkarspel, West-­Friesland, als oudste van twaalf kinderen in een gezin waarin iedereen zijn steentje moest bijdragen. Op zijn twaalfde veegde hij na school al de vloer aan in de herenkapperszaak van zijn vader.

Wassen, knippen en wegwezen

Zijn militaire dienst volbracht hij bij de mariniers op Aruba en Curaçao. De vrouw van de ­directeur van de olieraffinaderij op Aruba deed een goed woordje voor hem bij de Amerikaanse Glamour. Via via kreeg hij een baan bij warenhuis Bergdorf Goodman in New York. “Het was 1967, ze hadden destijds een ouderwetse, stijve kapsalon waar alle dames van Park Avenue ­kwamen. Hun dochters wilden echter wat anders, dus heb ik een apart salonnetje opgezet: wassen, knippen en wegwezen.” Zijn naam ­veranderde hij van Piet in Christiaan, omdat er al een Mister Piet werkte. “Ik heb ook nog even Bertus geprobeerd, maar dat werkte niet.”

Met zijn charme, kop vol weelderige krullen en bruine, futuristische Pierre Cardinpak – ‘mét rits’ – wond hij alle klanten om zijn vinger, ­onder wie veel moderedacteuren. Na twee jaar kreeg hij er echter onenigheid. “Toen hebben ze me eruit gegooid, het beste dat me kon overkomen.”

Hij sliep in die tijd nog bij de YMCA. In het Chelsea Hotel aan de overkant zat Janis Joplin steevast aan de bar. “Ik heb haar meerder malen compleet laveloos naar haar kamer gesleept.”

Vrijwel vanaf de start was zijn freelance­bestaan een succes. “Best een wonder, omdat ik getrouwd was. Gedeeltelijk heb je natuurlijk ook succes omdat mensen je aardig én aantrekkelijk vinden, en dan blijk je ineens not available

te zijn. Voor de vrouwelijke modeklanten niet, maar ook voor de boys niet. Dat kon in het New York van de jaren zeventig een probleem zijn.”

Blockhead

Dat was het niet, want geweldige skills, sociale vaardigheden en een tikkeltje loco zijn, gaan niet vaak samen. Couturier Valentino Garavani wilde zijn haar wekelijks door Houtenbos laten föhnen. Dat zegde zich voort, en inmiddels zijn er legio legendarische anekdotes. Zo opende overbuurvrouw Grace Jones eens rond twaalf uur ’s nachts haar slaapkamerraam en schreeuwde: ‘Christiaan, I need a haircut. “Ik ben begonnen met een klein schaartje, een tondeuse had ik toen nog niet. Eerst de zijkanten eraf, daarna bleef er nog een rauw stuk aan de bovenkant over. Wat ermee te doen? Dan maar plat.” Jones’ beroemde blockhead was geboren.

De beroemde blockhead van Grace Jones Beeld Getty Images
De beroemde blockhead van Grace JonesBeeld Getty Images

Zangeres Sky Ferreira wende zich niet zo lang geleden tot hem. “Ze had een enorme kop met verbrande, geblondeerde haren en wilde er vanaf. Nou, dat kon. Ik ben aan de achterkant begonnen, zodat ze niet kon gaan piepen. Het resultaat: afgerafeld, ongelijk, het kon niet beter.”­

Zijn eerste befaamde digithead creëerde hij begin jaren negentig ‘op kleine Henkie die uit het zwembad kwam’. Een van zijn twee zoons. Allemaal korte kleine blokjes, een soort uitvergrote pixels. Omdat hij wilde uittesten hoe de techniek op anderen uitpakte, verspreidde hij flyers in Central Park voor gratis haircuts. Het initiatief kreeg diverse malen een vervolg, waaronder op het Rode Plein in Moskou, wat lange rijen opleverde. Zijn ‘undercut’ – oftewel ‘the buzz’: achterkant en zijkanten weggeschoren – is eveneens beroemd.

Het imago van rock-’n-rollkapper dankt Houtenbos grotendeels aan zijn vriendschap met punkontwerper Stephen Sprouse. “Je wórdt in die wereld ook een soort rockstar, álles wordt voor je gedaan, firstclasstickets, chauffeur, drank en drugs in overvloed, je hoeft alleen maar te komen opdagen met je tassie. Ik was ook kind aan huis in Studio 54, ik knipte regelmatig Andy Warhols pruiken. Elk weekeinde gingen Marianne en ik met het watervliegtuig naar Fire Island, íédereen zat daar: Pat Cleveland, Apol­lonia van Ravenstein, Giorgio di Sant’ Angelo, Perry Ellis, Calvin Klein. Op blote voeten van huis naar huis om te feesten. We snoven aan doekjes met benzine om high te worden.”

Naakt over de set

Thuis in zijn appartement in midtown Man­hattan hangt een Karel Appel aan de muur. “Hij woonde boven me en kwam daar op een avond mee aanzetten toen ik zijn haar moest knippen. Andere koek dan Mick Jagger. Die knipte ik ook, maar ik wilde nooit geld. Kwam hij steevast met een fles goedkope champagne aanzetten.”

Zijn mooiste herinnering? Geen idee, er zijn er te veel. Maar als hij dan toch iets moet noemen: De trip in 1979 met Arthur Elgort en Nancy en Henry Kissinger, minister van Buitenlandse ­Zaken, voor de Vogue naar Peking. “Tijdens de Koude Oorlog anderhalve week op de eerste rang zitten in China. Arthur en ik werden van tevoren wel op het matje geroepen dat we absoluut geen marihuana mochten meenemen.”

Op reis met de Amerikaanse minister Henry Kissinger knipt Houtenbos het haar van de vrouw van Kissingers Chinese ambt­genoot, Madam Hu. Beeld Arthur Elgort
Op reis met de Amerikaanse minister Henry Kissinger knipt Houtenbos het haar van de vrouw van Kissingers Chinese ambt­genoot, Madam Hu.Beeld Arthur Elgort

We leven nu in andere modetijden. “Destijds was de sfeer op de set veel persoonlijker. Je was weken weg met een klein team en had onderling veel lol. Model Gia Carangi – een schat van een meid, gay en helaas veel te jong aan aids over­leden – liep soms naakt over de set, sterker: dat deden we allemaal. Het Tsjechische model ­Paulina Porizkova droeg tijdens een tripje een T-shirt: Too Stoned to Fuck.”

Heeft hij nog contact met Mario Testino, de ­fotograaf die is beschuldigd van ongewenste ­intimiteiten? “Zeker, het gaat redelijk goed met hem. Ik heb zelf jarenlang met machtige homoseksuele kerels gewerkt. Misschien ben ik de dans ontsprongen, omdat er tussen ons geen machtsverhouding was. Ik werkte mét ze, niet vóór ze.”

Niemand heeft hem proberen te grijpen? “­Natuurlijk wel, allemáál. Maar die blow job konden ze uiteindelijk ook elders krijgen en deze kapper niet.”

Zangeres Debbie Harry met links ontwerper Stephen Sprouse  en rechts Houtenbos in 1989 Beeld Arthur Elgort
Zangeres Debbie Harry met links ontwerper Stephen Sprouse en rechts Houtenbos in 1989Beeld Arthur Elgort
Meer over