PlusAchtergrond

Renske de Greef schreef een boek over het moederschap: ‘Ik wilde bewijzen dat ik nog steeds rock-’n-roll was’

Columnist en illustrator Renske de Greef (38) maakte het boek dat ze zelf had willen lezen toen ze moeder werd: Mamamorfose. Over enge kraamverzorgsters, verstopte vooroordelen en over zichzelf als onervaren babyfluisteraar.

Renske de Greef
null Beeld Renske de Greef
Beeld Renske de Greef

Voordat ik kinderen kreeg, had ik het idee dat ik precies wist wie ik was. Ik had er dertig jaar over gedaan, maar nu was ik op het punt dat ik een gebruiksaanwijzing van mezelf zou kunnen schrijven, met daarin bijvoorbeeld ‘De Renske® is uitermate geschikt voor feesten en partijen!’ of: ‘Zet de Renske® nooit in voor huishoudelijke taken als opruimen, koken of weten waar de afstandsbediening is gebleven.’

Ook toen ik op een dag zwanger bleek, dacht ik niet direct aan moeder worden – ik kreeg een kínd, zo zag ik het. Ik zou gewoon dezelfde blijven, maar dan met een baby aan mijn zij. In een naar Zwitsal geurend plaatje zag ik ons al op een picknickkleedje liggen onder een boom, want dat was zo’n beetje mijn voorstelling van het gezinsleven.

Het ging anders.

Tijdens de zwangerschap merkte ik hoe vreemd mensen doen tegen zwangere vrouwen – van onbekende mannen die roepen: ‘Weet je zeker dat het er niet twee zijn?!’ tot vrouwen die hun hand op je buik leggen en zeggen: ‘Ja hoor, een trechtervormige linksdraaiende peerbuik. Dat wordt een jongetje!’ Dit maakte mijn voornemen zelf stug vol te houden dat er niets veranderd was nog groter – al helemaal wanneer mensen ‘zwanger’ op één lijn leken te trekken met ‘oppervlakkig’.

‘Ga je dan straks alleen maar over rompertjes schrijven,’ vroeg een mannelijke collega tijdens een werkborrel spottend. Het liefst had ik geantwoord met: ‘Hoezo? Wat is er mis met rompertjes? Misschien ga ik wel heel diepgravende cultuuranalyses schrijven aan de hand van babykleding door de jaren heen,’ maar wat ik werkelijk dacht was: ik ga never nooit over rompertjes schrijven, zak hooi met je xy-chromosomen.

Compenseren

De felheid waarmee ik wilde bewijzen dat ik zwanger heus nog steeds wel rock-’n-roll was, was veelzeggend. Alsof ik stiekem vond dat ik de buik moest compenseren, me stoerder moest voordoen dan ik me eigenlijk voelde. De zwangerschap bleek diep verstopte vooroordelen over vrouw-zijn en het moederschap in me los te hebben gemaakt.

Zelfs het woord ‘moeder’ riep een onflatteus beeld bij me op – dan dacht ik aan nonnen of controlfreakerige schooltraktaties of vrouwen die routineus het snot uit de neus van hun kind zogen. Zo ging ik de bevalling in, overtuigd van mijn controle over de zaken, vastbesloten er met behulp van wat oerkracht simpelweg een baby uit te werpen en door te gaan zoals gepland.

null Beeld Renske de Greef
Beeld Renske de Greef

Dertig uur later zat ik verdwaasd rechtop in een bed, in een toestand die nog het best te omschrijven viel als ‘zojuist aangereden door een monstertruck’, met in mijn armen een warme, huilende baby, met een mutsje op dat de onrustbarende punt op haar hoofd, veroorzaakt door de vacuümpomp, aan het zicht onttrok. Dit was het dan, het moment waarop het moederschap zich in mij zou ontvouwen, moeiteloos, alsof een keer ruiken aan een lekker geurend babyhoofd automatisch een oerinstinct zou ontgrendelen.

Maar nu ik hier zo lag, realiseerde ik me: ik weet niets. Het idee dat ik nu als vanzelf zou begrijpen wat de bedoeling was, dat ik nu iemand was die dingen zou zeggen als ‘ik hou haar nog even wakker, dan kan ze na de borstvoeding lekker lang doorslapen’, kwam me ridicuul voor. Als ik heel eerlijk was, was er zelfs een soort eerbiedige ongemakkelijkheid naar de baby toe, alsof ze een vreemde was, vanachter een gordijn vandaan getoverd en bij me neergelegd, en ik me misschien maar eens aan haar moest gaan voorstellen.

Het kraambed

Elke zwangerschapscursus gaat slechts tot de bevalling – and they lived happily ever after. Dat er nauwelijks aandacht is voor de periode daarna, kwam me nu als waanzinnig voor. Zeker, een bevalling is zwaar. Nog zwaarder is dat je daarna direct aan de slag moet als volstrekt onervaren thuiszorg/babyfluisteraar, terwijl je je nog steeds voortbeweegt als een gemolesteerde pinguïn.

Ik lag compleet in de kreukels in het kraambed, met koolbladeren op borsten die zo hard en scheef waren dat het leek of ik een boob job in een achterafsteegje had laten doen, een houten snijplank waar ik op moest zitten voor de hechtingen en een kraamverzorgster die me streng toesprak toen ik tijdens het voeden het hoofdje van mijn baby aaide, omdat ze er anders immers ‘maar aan gaat wennen’.

Knagend besef

Die weken voelde ik me alsof ik leefde in een game waarin ik uit alle macht elk level probeerde te halen en geen moment mocht verslappen. Ik was nooit iemand geweest die zich veel zorgen maakte, maar de grootsheid van deze verantwoordelijkheid, gecombineerd met een knagend besef dat ik helemaal niet echt wist wat ik aan het doen was, deed mijn zorgelijkheidsmeter in het rood schieten.

’s Nachts droomde ik dat ik de baby was vergeten, overdag maakte ik me druk over de precieze hoeveelheid laagjes kleren, de vitaminedruppels en het zorgvuldig deppen van haar fluwelen huid omdat er anders broeiplekjes zouden ontstaan. In de tijd dat ze sliep, had ik last van ‘dutjes-fomo’: wat moest ik doen met deze kostbare tijd? Slapen? Bellen? Lezen? Wat deed ik vroeger? Waar hield ik ook alweer van? Wie was ik ook alweer?

En ondertussen ontdekte ik wat het betekent om voor een baby te zorgen. Zorgen voor je eigen kind zou geen moeite kosten, dacht ik. Daarbij was ze mij in films en boeken al honderden keren voorgespiegeld: de alleskunnende moeder, zo een die alle belastingformulieren invult terwijl ze een kind verschoont en tegelijkertijd een traditionele Franse vissoep maakt.

Onhandige vader

Ik leek echter meer op het cliché van de onhandige vader, die klungelt met zo’n slap babylijf en heimelijk steeds op zoek is naar applaus, naar iemand die zou zeggen: ‘Nou, die luier heb je echt heel goed om gedaan, zeg! Chapeau! Die baby gaat de één wel halen!’ En hoewel ik inderdaad geen natuurtalent was, begon ik me ook af te vragen of ik het misschien cultiveerde, of ik niet stiekem een beetje trots was op mijn onkunde. Zo voldeed ik immers niet aan dat hardnekkige misverstand dat vrouwen nou eenmaal zorgzamer zijn, en van nature betere ouders.

Het probleem met deze houding was dat, nu het om mijn eigen kind ging, het nergens meer op sloeg. Ik wilde helemaal niet bohemien en artistiek tekortschieten, ik wilde het juist heel graag goed doen. Waar ik dacht dat ik met persoonlijkheid moeder kon worden, zag ik nu dat een baby nog geen boodschap heeft aan persoonlijkheid. Zij wenste kalme handen en schone lakens, ze wilde dat ik er wás. Dus dat was wat ik probeerde te doen: er zijn.

null Beeld Renske de Greef
Beeld Renske de Greef

Na een jaar vierden we haar eerste verjaardag in een huisje in het bos; onder de donkere hemel van een zomerstorm hingen we vlaggetjes op en kwamen we erachter dat een taart met daarop een foto leuk klinkt, maar betekent dat je het gezicht van je kind in slagroompunten moet snijden.

Het afgelopen jaar had ik piepend en krakend bezit genomen van mijn nieuwe rol. Het had soms gevoeld alsof ik touwtrok met de baby, om aandacht voor mezelf, om wie zich moest aanpassen – ik was hier eerder! Inmiddels vroeg ik mezelf af waarom ik zo bang was geweest – bang dat ik mezelf zou kwijtraken, bang voor zachtheid, bang voor verandering.

Reptielenbrein

Ik zag nu dat het moederschap voor mij niet iets is dat volautomatisch wordt aangestuurd door mijn reptielenbrein, noch is het een verlichte staat van zijn – het is werk in uitvoering. Het is een deel van mij dat zich continu ontwikkelt, waarin ik steeds opnieuw leer en twijfel en probeer, en daarin schittert juist de liefde.

Ik heb lang gedacht dat het moederschap geen onderwerp was voor een boek – dat doe je maar in je eigen tijd, of zo. Toch hunkerde ik tijdens deze periode naar herkenbare verhalen, grappig én kwetsbaar, verhalen die ruimte opeisten voor deze overweldigende ervaring. En uiteindelijk veegde ik mijn vooroordelen van tafel en maakte ik het boek dat ik zelf had willen lezen, in woord en beeld, zo eerlijk mogelijk – en met verrassend weinig Zwitsalgeur.

Mamamorfose van Renske de Greef verschijnt op 2 mei bij Nijgh & Van Ditmar, €22,50.

Meer over