PlusInterview

Rembrandt Frerichs improviseert in pianoconcerten: ‘Het ensemble moet bij de les blijven’

In zijn twee pianoconcerten brengt pianist Rembrandt Frerichs improvisatie terug in de klassieke muziek. ‘Live wordt het nog veel leuker, straks.’

Erik Voermans
Pianist Rembrandt Frerichs speelt beter met publiek, zegt hij. ‘Je hoort jezelf dan dingen doen die je thuis niet had kunnen bedenken.’ Beeld MARK ENGELEN
Pianist Rembrandt Frerichs speelt beter met publiek, zegt hij. ‘Je hoort jezelf dan dingen doen die je thuis niet had kunnen bedenken.’Beeld MARK ENGELEN

Rembrandt Frerichs is een Nederlandse pianist die soepel en overtuigend tussen vele stijlen door laveert, maar misschien toch het meest een improviserend jazzman is. Nu heeft hij twee pianoconcerten geschreven. Uiteraard zijn het geen gewone pianoconcerten geworden, waarbij de musici hun genoteerde noten spelen en na afloop voor het publiek buigen. Nee, de partij van de solist, Frerichs zelf, staat niet vast en wordt ter plekke en telkens opnieuw uitgevonden.

“Dit is geen nieuw procedé,” zegt Frerichs in de studio van het label TRPTK, waar de opname wordt gemastered. “Als je in 1759 naar een pianoconcert was gaan luisteren, had je hetzelfde meegemaakt.”

Inderdaad, ook in de tijd van Mozart was het gebruikelijk dat de pianist zijn solopartij op de avond zelf bedacht, al had die hem mogelijk deels al in zijn hoofd voorbereid. “Het is in elk geval heel spannend voor de musici van het ensemble dat meespeelt. Ze kunnen niet achterover leunen, maar moeten enorm bij de les blijven, want ik doe elke keer iets anders.”

Spannend

Het idee Frerichs te koppelen aan musici van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) kwam van altist Michael Gieler, bedenker van de IJ-Salon. Na enig delibereren kwamen ze uit op het Alma Quartet, het strijkkwartet dat louter uit musici van het KCO bestaat. “Dat was al een unit. Voor de vertrouwdheid heb ik ook bassist Dominic Seldis gevraagd, met wie ik al lang samenspeel.” En ook Vinsent Planjer, die lid is van het Rembrandt Trio, was van de partij.

Zowel voor de pianist als de strijkers was het ‘spannend’. “We waren allemaal erg uit onze comfortzone. Ik zat met drie petten op te spelen. Als componist, als pianist en als improvisator. Van de meeste delen deden we vier takes, waarvan we de beste momenten aan elkaar monteerden. Meer dan eens stond het er ook in één keer op. Daarna doe je dan nog wat je ‘risico-takes’ noemt, waarbij je met meer vrijheid kunt spelen, omdat je weet dat er al een bruikbare opname is gemaakt. Uiteindelijk hebben we veel van die risico-takes gebruikt. En live wordt het nog veel leuker, straks.”

Beter met publiek

Frerichs speelt altijd beter als er publiek bij is, zegt hij. “Je hoort jezelf dan dingen doen die je thuis absoluut niet had kunnen bedenken. Dat komt doordat er live eigenlijk geen tijd is om na te denken over wat je gaat doen. Je doet het.”

En de kleinste blijk van waardering brengt iets teweeg, vult Vinsent Planjer aan. “Als maker heb je toch bevestiging nodig. Zo’n collectieve ervaring is bovendien wezenlijk iets anders dan thuis op je kamer zitten spelen. Ik voelde daar een evident energieverlies.”

Live spelen is natuurlijk ook een ritueel, zegt Brendon Heinst, de mastering engineer van TRPTK, die verantwoordelijk is voor het eindresultaat. “Je komt als solist en ensemble in een transcendente staat, omdat je een ervaring deelt.”

Frerichs: “Werken met nieuw materiaal maakt je kwetsbaarder. Als je de Matthäus-Passion uitvoert, weet je één ding heel zeker, en dat is dat de noten te gek zijn. Dat blijft bij projecten met levende materie toch anders. En dan is het extra leuk als je merkt dat je muziek goed valt, dat de mensen geraakt zijn.”

Planjer: “We hebben veel gewerkt met musici uit andere culturen, waarin musici zichzelf beschouwen als doorgevers van het goddelijke. Als je er zo in staat, haalt dat al veel van de druk en van het ego weg.”

De kleinste details

De masteringsessie begint. Het komt nu aan op de kleinste details. “Ik zou zeggen, de lage strings hier iets meer,” zegt Frerichs dan. Of: “Hier mag wel iets meer warmte.”

Alle aanwezigen, ook leden van het Alma Quartet, doen hun zegje. De discussies gaan over abstracte begrippen als texturen, afstand en nabijheid. Als buitenstaander waan je je even in een toverwereld, waarin de taal een kleur is geworden.

“Het is een vrij democratisch proces op deze manier,” zegt Frerichs, “en daardoor duurt het soms wat langer.”

Uiteindelijk is het Heinst, die in stilte aan de knoppen en de schuifjes zit, maar zich soms ook even laat gelden. “Nu even niet door de muziek heen praten jongens. Ik heb gehoord wat jullie zeiden en ik ben er al mee bezig.”

In de studio klinkt het allemaal schitterend. Het is alsof de musici in de kamer staan te spelen.

Rembrandt Frerichs: Piano concerto no. 1 en 2 (TRPTK), op 21 mei te horen in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Meer over