PlusBoekecensie

Reisroman van Splinter Chabot gaat aan gedweep ten onder

Met het uitgangspunt van Als de hemel genoeg ruimte heeft is weinig mis: twee onvoorwaardelijke vrienden maken een grote reis met een onheilspellende bestemming. Dat had spannend kunnen zijn, maar Splinter Chabots betere zinnen worden overwoekerd door een wildgroei aan gedweep.

Dries Muus
Zoals elke reis die een béétje odyssee is, is de grote reis tegelijk een verkenning van magische streken en een innerlijke zoektocht. Beeld Getty Images/iStockphoto
Zoals elke reis die een béétje odyssee is, is de grote reis tegelijk een verkenning van magische streken en een innerlijke zoektocht.Beeld Getty Images/iStockphoto

Splinter Chabot (1996) is een schrijver met een boodschap, die je kunt samenvatten met: wees open, juist over je diepste pijn en twijfels, en neem anderen in vertrouwen, hoe moeilijk en beschamend dat ook kan zijn. Met eerdere boeken, vooral Confettiregen, bereikte hij daar massa’s dolende zielen mee – en ongetwijfeld lukt hem dat opnieuw met Als de hemel genoeg ruimte heeft. Afgezet tegen Chabots onmiskenbaar positieve streven voelt het als een zure recensentenvraag, als pedant gezeur over een vormkwestie, want fijn hoor, al die hulp in nood, maar: zijn die boeken eigenlijk wel goed?

Om te beginnen met iets positiefs: vrijwel elk hoofdstuk bevat wel een geslaagde zin. Slechter nieuws: die geslaagde zinnen zijn omgeven door zo’n wildgroei aan gedweep dat ze er nauwelijks nog toe doen.

Martelgedachten

Met het uitgangspunt, even simpel als veelbeproefd, is weinig mis. Magnus en Elias, onvoorwaardelijke vrienden, maken een backpackreis. Zoals elke reis die een béétje een odyssee is, is het tegelijk een verkenning van magische streken en een innerlijke zoektocht – vooral naar de duisternis in Magnus’ hoofd, naar de ultieme redding. Lang blijft in het midden of de vrienden zich richting doem of verlossing begeven en of er voor Magnus überhaupt een niet-destructieve uitweg is uit zijn ‘martelgedachten’.

Dat had spannend kunnen zijn. En in combinatie met Chabots betere typeringen had het reisverhaal gemakkelijk een handvol missers kunnen overleven.

Maar geen wagonladingen.

Gekmakend

Niet de gekmakend vaak toegepaste stijlfiguren als een ‘olieboldikke’ man, een bakkerij die ‘mierendruk’ is of een ‘poppenkastkleine frambozentaart’ – allemaal in krap twee pagina’s.

Niet de levenswijsheden of de vergelijkingen en zeker niet de combinaties daarvan: ‘De toekomst is als water. We zwemmen erin, maar weten niet goed waarheen.’

Niet de constante wederzijdse ophemeling van de twee vrienden; Magnus die volgens Elias ‘niet tot saaiheid in staat’ is. Bestaat er iets saaiers aan een personage? Iets vermoeienders? Onechters?

Niet het gebrek aan irritaties, agressie, verveling of onhebbelijkheden. Dit is geen echte vriendschap, maar het tegendeel daarvan: een oppervlakkige, plastic versie. Zoals ook de opeenvolging van kleurrijke vreemdelingen en betoverende plekken, van sprookjesclichés, niet duidt op een rijke fantasie, maar eerder op een gebrek daaraan.

In zijn betere, originelere zinnen bewijst Chabot dat hij het kan, fictie schrijven. Kon hij maar half zo goed schrappen.

null Beeld -
Beeld -

als de Hemel genoeg ruimte heeft

Splinter Chabot
Podium, €24,99, 576 blz.

Zie ook:

Uitgever Sladjana Labovic over Splinter Chabot in De Klapstoel: ‘Hij schrijft zoals hij zich kleedt: heel bloemrijk. Dat is misschien niet voor iedereen, het is een smaak. Maar wel één waarvan ik meer zou willen zien.’

Meer over