PlusInterview

Regisseur Johan Nijenhuis: ‘Ik vecht voor het romcomgenre waar ik van houd’

Met Marokkaanse bruiloft, sinds donderdag in de bioscoop, is Johan Nijenhuis weer terug in romcomland. Toch is de tijd waarin hij films als Costa! maakte definitief voorbij. ‘Een simpel verhaaltje over een knappe jongen die een keurig meisje versiert na een verloren weddenschap, kan echt niet meer.’

Gudo Tienhooven
Regisseur Johan Nijenhuis (derde van llinks) tijdens de opnames van Marokkaanse bruiloft. ‘Ik durf nu meer stiltes te laten vallen.’  Beeld Dutch Filmworks
Regisseur Johan Nijenhuis (derde van llinks) tijdens de opnames van Marokkaanse bruiloft. ‘Ik durf nu meer stiltes te laten vallen.’Beeld Dutch Filmworks

Ziet Johan Nijenhuis (54), de Hollandse koning van de makkelijk verteerbare publieksfilm, eigenlijk wel eens iets uit het arthousesegment? Na lang nadenken noemt de regisseur dan toch twee titels: die van het Roemeense abortusdrama 4 maanden, 3 weken, 2 dagen (2007) en die van de Britse tragedie 45 Years (2015) met actrice Charlotte Rampling.

“Allebei prachtig! Die maken tenminste ook de brug naar het grote publiek. Maar veel arthouse, ook uit Nederland, stoot die kijker alleen maar van zich af. Dan gaat na afloop het licht aan en vraag je jezelf af waar je nou eigenlijk naar hebt zitten kijken. Filmcultuur is voor mij eerder dat je samen lacht om een typetje als Judeska.”

Nijenhuis, die in 2001 doorbrak met Costa! en vervolgens talloze successen maakte als Verliefd op Ibiza, Toscaanse bruiloft en Onze jongens, blikt terug op zijn tijd als student aan de filmacademie. “Ik vergeet nooit meer dat een documentairemaakster vertelde dat ze voor het eerst naar bioscoop City was geweest. ‘Wat een grote zaal is dat! En die film, Look Who’s Talking, ging over een pratende baby. En iedereen lachte daarom!’ Sommige meer ‘artistieke filmmakers’ zitten blijkbaar zo in hun eigen bubbel, dat ze geen idee hebben wat er daarbuiten allemaal gebeurt. Ik dacht meteen: Oei, we hebben hier werelden te overbruggen...”

U bent en blijft een beetje ons boegbeeld van de publieksfilm. Waarom is dat eigenlijk?

“Ik vecht voor het romcomgenre waar ik van houd. Het gevoel dat ik me altijd een beetje moet verdedigen, is omdat vanuit de artistieke hoek de aanval op de publieksfilm vaker te horen is dan andersom. Ik blijf bijvoorbeeld ook lid van de Nederlandse Academy, omdat ik het gesprek met elkaar wil blijven voeren. Neem het Nederlands Filmfestival, dat is zo’n mooie etalage. Maar we moeten moeite blijven doen de gemiddelde bioscoopbezoekers daarbij te betrekken. Anders verdwijnt de belangstelling. Er gaat altijd zoveel geld heen, dat vind ik anders niet eerlijk.”

Voor De beentjes van Sint Hildegard uit 2020, met onder anderen Herman Finkers, kreeg u ineens positieve recensies van filmcritici. Hoe was dat?

“Heel grappig, omdat De beentjes eigenlijk óók een romcom is. Ik weet nog toen ik Costa! maakte, dat de producent zei dat het wat scènes moest bevatten die indruk maken op critici. Mijn antwoord was dat ik niet eens wist hoe dat moest. Ik hoef niet zo nodig met kunst bezig te zijn. Veel jonge makers vinden het leuk een steadicamshot van 20 minuten te draaien. Ik denk dan: hier ben je me kwijt, had nou gewoon je verhaal verteld.”

Waarom viel De beentjes dan wél in de smaak?

Nijenhuis lacht. “Omdat het over 50-plussers gaat? Kijk, het fijne aan die film is dat ik me maar op twee mensen focus. Dan krijgen personages meer diepgang en wordt je film al snel gelaagder. Toscaanse bruiloft, Verliefd op Cuba: dat waren allemaal ensemblefilms. Dan moeten al die personages het doen met een handjevol scènes die ook allemaal raak moeten zijn. Het zijn ‘ieder wat wils-films’. Ik begrijp wel dat critici zeggen: dan ga je de diepte niet in.”

Wat nam u van die film mee naar uw nieuwe filmprojecten?

Marokkaanse bruiloft en ook Zwanger & Co (vanaf volgende maand in de bioscoop, red.) zijn weer ensemblefilms, maar daarin durf ik nu meer stiltes te laten vallen. Ik maakte voorheen best lawaaierige films, daar wilde ik wel eens in door galopperen. Nu ben ik minder geneigd alles voor de kijker in te vullen. Die mag soms ook best zelf nadenken over wat er in de personages allemaal omgaat.”

Dat zijn bijna arthouse-elementen...

“Klopt, maar dat kan prima werken in een publieksfilm, hoor. Het is ook eigenlijk de bedoeling dat die elementen nauwelijks opvallen. Als ze het na afloop maar hebben over wat ze heeft geraakt.”

Waarom regisseerde Jon Karthaus het onlangs gelanceerde vervolg op Costa! en niet u?
“De rechten liggen bij mijn oude bedrijf. Maar dan nog, ik had het ook niet gedaan als ik wél was gevraagd. Dat is nu aan de jongere makers. Dan maak je ook wat brutalere grappen. Ik was trouwens ziek op de première. Ik heb hem nog altijd niet gezien.”

Bent u een betere filmmaker geworden?
“In twintig jaar tijd, ik mag hopen van wel, ja. Het belangrijkste is dat je meegaat met de tijd. De hobbels in een romcomverhaal moeten eigentijdser. Simpele verhaaltjes als: knappe jongen versiert keurig meisje na het verliezen van een weddenschap – dat kan echt niet meer. Voor kijkers van veertien hoef je niet een hele nieuwe vormgeving toe te passen. Die kijken wat voor kleding jongens en meisjes aanhebben. Het publiek van 30 is veeleisender. In Verliefd op Cuba volg je actrice Susan Visser die haar welvaartsniveau meeneemt wanneer ze haar dochter opzoekt in een land waar mensen bijna niks hebben. Dat gegeven probeer je te laten meezingen in het verhaal. Marokkaanse bruiloft is daarom ook zo interessant. Je vertelt opnieuw het verhaal van een meisje dat haar eigen weg in de liefde moet vinden, maar nu kijkt haar hele familie mee. Bovendien staat ze tussen twee culturen in. Dat maakt het nieuw voor mij. Zo hoop ik het gevorderde romcompubliek óók de zaal in te krijgen.”

Meer over