Recensie: Dennis Lehane - De infiltrant

De vorige roman van Dennis Lehane - de fenomenale thriller Shutter island - dateert van 2003. Voor De infiltrant heeft hij dus ruim de tijd genomen. Dat lijkt veel, zelfs voor een pil van zevenhonderd pagina's.

Lehane heeft zijn tijd echter niet verlummeld. Het boek schetst het wel en vooral wee van de Verenigde Staten in 1918 en 1919. Daar mag een auteur wel enige research voor plegen. En zeker Lehane, die het principe huldigt dat een verhaal vertellen wezenlijk verschilt van lesgeven. Dat vooroordeel en discriminatie zich uiten in handelingen van de romanfiguren, niet in prozaïsche algemeenheden.
Da
nny Coughlin lijkt geboren te zijn voor een oogverblindende carrière bij de politie van Boston. Zijn Ierse vader en zijn eveneens Ierse peetvader, inspecteur Eddie McKenna, behoren tot de invloedrijkste politiemensen van Boston. Hij verheugt zich erop de jongste rechercheur te worden die de stad heeft gekend.

De problemen beginnen wanneer McKenna hem opdraagt in de verboden politiebond te infiltreren en uit te zoeken welke bolsjewistische en/of anarchistische groepering erachter schuilgaat. Al snel beseft hij hoe simplistisch deze vooronderstelling is, en hoe door zijn toedoen ook loyale collega's in moeilijkheden kunnen komen.

Hij neemt zelfs het voortouw in onderhandelingen met de hoofdcommissaris over menswaardiger werkomstandigheden en een minder armoedig inkomen voor zijn collega's. Wanneer deze hoofdcommissaris overlijdt en zijn opvolger de toezeggingen niet nakomt, leidt hij de eerste politiestaking in de VS.

De infiltrant, met Lehane in bloedvorm, is in een familie-epos, waarbij steeds duidelijker blijkt dat definiëring van familie in termen van bloedbanden niet per se de beste is. (HANS KNEGTMANS)

Dennis Lehane - De infiltrant
Vertaald door Paul Heijman, Random House (imp. Van Ditmar), 19,99
.

null Beeld
Meer over