PlusRecensie

Portretten van de stad: schilderen met vogelpoep en cementmolens

Een schilderij is een verzameling sporen van handelingen, tijd gevat in pigment. Caro Jost en Karin Sander geven er een conceptuele draai aan.

Edo Dijksterhuis
Het werk van beide kunstenaars gaat niet alleen over vinden maar ook over toe-eigenen. Beeld Peter Cox
Het werk van beide kunstenaars gaat niet alleen over vinden maar ook over toe-eigenen.Beeld Peter Cox

Karin Sander prepareert haar doeken en legt ze dan buiten ergens neer, bijvoorbeeld in een park of achtertuin. Een uitzonderlijk groot canvas kwam terecht op een bouwterrein in haar woonplaats Berlijn. Er gingen schoenen met robuuste profielen, kruiwagens en cementmixers overheen. Na een paar weken haalde Sander het doek weer op en fixeerde alle sporen. De enorme lel met voetstappen en spetters die nu in Slewe Gallery hangt, doet denken aan het werk van Jackson Pollock, die ook over zijn schilderijen banjerde en er zelfs op sliep. Op de plek waar een houten plaat heeft gelegen is een witte uitsparing ontstaan, waar moddervlekken de afdruk van een torso suggereren. Gedachtesprongetjes naar een ondiep graf of de lijkwade van Turijn zijn zo gemaakt.

Sander herhaalde dit procedé vele malen, soms met de doeken in rechtopstaande positie. Dat leverde schitterende patronen op van waterdruppels, gevallen blaadjes, klodders vogelpoep en vegen van staarten van kwispelende honden. Het witte doek dat begint als één reusachtige pixel in de buitenruimte wordt een afdruk van de verstreken tijd, alsof dit fotografisch papier is en de sluitertijd extreem lang was.

Afdruk van de straat

Caro Jost, mede-exposant in de tentoonstelling Time 2 Time in Slewe Gallery, is uit hetzelfde conceptuele hout gesneden. Maar zij is acht jaar jonger, van een net andere generatie, en haar benadering is iets minder streng. Terwijl Sander alles overlaat aan het toeval, kiest Jost bewust de plek waar zij een afdruk maakt van de straat. Tijdens haar reizen over de wereld heeft de kunstenaar altijd een canvas bij zich, van past-onder-de-arm-formaat. Ze behandelt zo’n doek ter plekke met een gipsachtige pasta en drukt het op het wegdek. Zo ontstaan ‘portretten’ van New York, Basel, Taipei, maar ook de Amsterdamse Westermarkt – hoewel je ze niet als zodanig zult herkennen.

Het werk van beide kunstenaars gaat niet alleen over vinden maar ook over toe-eigenen. Bij Sander is het iets eenvoudigs als een kassei. In Berlijn zijn veel straten ermee geplaveid en bij demonstraties worden ze losgewrikt om richting ME te gooien. Het exemplaar van Sander is echter beschilderd met teer lindegroen eitempera. Het harde ding, potentieel projectiel, verandert daarmee in een zacht snoepje.

Bonnetje als monument

Jost doet iets soortgelijks met oude rekeningen, bijvoorbeeld van Elaine de Kooning, schilder en echtgenoot van Willem de Kooning. Volgens het bonnetje kocht ze onder andere vier penselen van ossenhaar à 60 cent. Jost schilderde de rekening in uitvergrote vorm op doek en verfrommelde dat weer, zoals waarschijnlijk ook is gebeurd met het bonnetje. Het wordt zo een sculptuur, misschien zelfs een monument voor de vrouw die in de schaduw leefde van haar man en door de geschiedenis vergeten werd.

Time 2 Time

Caro Jost, Karin Sander
Waar Slewe Gallery, Kerstraat 105A
Te zien t/m 12/3

Meer over