PlusTen slotte

Pop-artgrootheid Claes Oldenburg (1929-2022) was de man van het opblazen en uitvergroten

Claes Oldenburg in 1970. Beeld Jack Mitchell/Getty Images
Claes Oldenburg in 1970.Beeld Jack Mitchell/Getty Images

Claes Oldenburg (1929-2022) was een veelzijdig kunstenaar. Hij maakte van de meest alledaagse gebruiksvoorwerpen indrukwekkende kunst.

Lorianne van Gelder

Het was heerlijk om Claes Oldenburg na te doen. De in Zweden geboren maar in Amerika opgegroeide pop-art kunstenaar had zo’n heldere stijl – geestig en direct – dat het altijd verleidelijk was hem te kopiëren. Dat deed bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam met een gigantische, rode schep rond 2011, toen een aantal braakliggende kavels beschikbaar werden gemaakt voor zelfbouw.

Oldenburg was de man van het opblazen en uitvergroten van alledaagse voorwerpen. ‘Kolossale monumenten’ noemde hij ze zelf. Dus zo’n rode schep had hij best gemaakt kunnen hebben, ware het niet dat hij dergelijke kunstwerken al veel eerder had bedacht. De wasknijper bijvoorbeeld, ‘Clothespin’ genaamd, een 14 meter hoge, stalen wasknijper die sinds 1976 voor het stadhuis van Philadelphia staat. Het was, zoals veel van zijn werk, met een groot gevoel voor humor gemaakt. Oldenburg zou er de grap over hebben gemaakt dat de ambtenaar die hem de opdracht had gegeven eigenlijk liever iets met ‘stieren, Grieken en veel naakte meiden’ had gewild.

Zijn werk is te vinden in het Museum of Modern Art (Moma) in New York, maar ook in het Kröller-Müller Museum in Otterlo, waar een gigantische, blauwe tuinschep, Trowel (Troffel) in het bos staat. Inderdaad een schep, maar al in 1971 gemaakt. Andere voorwerpen die hij uitvergrootte, waren een ijsje op de hoek van een gebouw in Duitsland, een stoffer en blik, lucifers, een stempel en een verrekijker. Het formaat van de werken maakt je als aanschouwer tegelijkertijd piepklein en reusachtig, omdat het is alsof je met een microscoop de wereld bekijkt.

Gipsen ondergoed

Beïnvloed door grootheden als Marcel Duchamp (van het urinoir als kunst), en samen met Andy Warhol en Roy Lichtenstein een van de leidende figuren in de pop-artbeweging, reflecteerde Oldenburg met zijn kunst op de dunne lijn tussen kunst, consumptie en commercie. Een van zijn eerste exposities heette The Store, waarin hij als grap niet zijn kunst via een galerie wilde verkopen maar zelf een winkel begon waar hij ondergoed, hompen vlees, lasagne en taart – allemaal van gips – verkocht. Hij drukte er zelfs visitekaartjes voor.

Spoonbridge and Cherry, van Claes Oldenburg enCoosje van Bruggen in het Amerikaanse Minneapolis.  Beeld Tom Wallace/Star Tribune/Getty Images
Spoonbridge and Cherry, van Claes Oldenburg enCoosje van Bruggen in het Amerikaanse Minneapolis.Beeld Tom Wallace/Star Tribune/Getty Images

Kunst moest niet gemaakt worden om alleen in musea en kunstgaleries te staan, vond Oldenburg. In 1995 zei hij tegen de Los Angeles Times: ‘I want to locate art in the experience of life.’ (Ik wil kunst plaatsen in het beleven van het leven).

Oldenburg was getrouwd met de Nederlandse kunstenares Coosje van Bruggen (overleden in 2009), met wie hij ook een duo vormde. Een van hun bekendste werken in Nederland zijn de enorme ‘vliegende’ kegels en bowlingbal The Flying Pins bij de universiteit van Eindhoven.

Oldenburg overleed maandag op 93-jarige leeftijd in New York.