PlusAlbumrecensie

Pianist Maarten van Veen en celliste Maya Fridman voelen elkaar telepathisch aan

Pianist Maarten van Veen en celliste Maya Fridman waren van plan een lijst eigentijdse stukken door te spelen, maar ontdekten dat ze beiden van improviseren hielden. Het resultaat, het nieuwe album Nuït, is wonderschoon.

Erik Voermans
null Beeld

Improvisatie was in klassieke muziek ooit doodnormaal, maar werd in de loop van de negentiende eeuw, toen componisten steeds meer de behoefte voelden alles vast te leggen wat er moest worden gespeeld, steeds meer een zeldzaamheid.

Muziek maken werd in de klassieke wereld uiteindelijk puur noten lezen. Als componisten in hun partituur schreven dat er op bepaalde plekken iets geïmproviseerd moest worden, kon je bij repetities het ongemak van de gezichten scheppen.

In die zin was ontmoeting van pianist Maarten van Veen en celliste Maya Fridman iets bijzonders. Ze waren van plan een lijst met eigentijdse stukken door te spelen, maar er gebeurde iets anders. Toen ze ontdekten dat ze beiden van improviseren hielden, schoven ze de partituren aan de kant en begonnen iets te spelen dat in het moment ontstond. Ze waren door het resultaat zo verrast, dat ze hun plan wijzigden. Ze zouden een album maken op basis van improvisaties.

Fridman reikte het idee aan van Nuït, de godin van de sterrennacht, heerseres over de oneindigheid, en zo ontstond een stuk van vijftig minuten, samengesteld uit verschillende spontane muzikale dialogen, die aan het einde van de samenkomsten werden bijgeknipt en in een dramaturgisch bevredigende volgorde werden geplaatst.

Het resultaat is wonderschoon. Van Veen en Fridman voelen elkaar op telepathische wijze aan. De muziek klinkt vaak als een tonale Morton Feldman, al zijn er ook momenten waarop de vlam in de pan slaat.

Klassiek

Maya Fridman, Maarten van Veen
Nuït
(TRPTK)

Meer over