PlusExclusief

Oud-Songfestivalwinnaar Lenny Kuhr: ‘S10? Als het mij lukte om hoog te eindigen, waarom haar dan niet?’

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Lenny Kuhr (1950) is zangeres en liedschrijfster. Haar 33ste album verschijnt zaterdag en is haar eerste bij het hippe platenlabel Excelsior. Een interview aan de hand van steekwoorden. Over de tranen van Rinus Michels, de affaire rond The Voice of Holland en de kansen van S10 op het Songfestival.

Stefan Raatgever

Eindhoven

“In mijn jeugd mijn hele wereld. Ik kende niets anders. Was ook niet erg, want de stad leefde qua muziek echt in die jaren vijftig en zestig. Peter Koelewijn was de grote man en er waren veel jonge bandjes. Ik denk dat die creativiteit juist ontstond doordat we in Eindhoven de inspiratie niet hoefden te zoeken in de natuurlijke schoonheid van de stad, maar moesten halen uit het dagelijkse leven en uit elkaar.”

Excelsior

“Het contact ontstond, zoals alle goede dingen, eigenlijk vanzelf. Ik nam een paar jaar terug een lied van Freek de Jonge op voor een film van zijn vrouw Hella. Dat gebeurde in de studio van Frans Hagenaars, de vaste producer van Excelsior. Na afloop was hij zo enthousiast dat hij voorstelde eens over een album te praten.”

“Ik ga niet zomaar met iedereen een plaat maken, maar vind Excelsior een ontzettend goed label en wist dat ze daar dezelfde integere manier van muziek maken hebben als ik. Als je de studio alleen al ziet! Al die prachtige oude instrumenten. Ik zong in een microfoon uit 1953. Retro, zei Frans. Ik dacht: ik ben drie jaar ouder dan die microfoon en dan blijkbaar dus ook retro.”

Stem

“Hoe die werkt, blijft magisch. Op mijn 13de had ik nog een kinderstem. Maar toen ik in mijn eentje op zolder een lied van Mahalia Jackson zong, gebeurde er een wonder: ik brak door die stem heen. Ineens kwam er een verdieping van het gebouw bij. Wat een sensatie, zo diep kwam ik met mijn adem. Dan is het meer dan een stem, dat is je hele wezen.”

“Verschrikkelijk was het om ineens niet meer bij dat gevoel te kunnen. In 1993 raakte ik tijdens een optreden mijn stem kwijt – op dat moment het ergste wat me kon overkomen. Ik kon niet alleen niet meer zingen, maar ook niet meer praten met mijn kinderen. Ik moest communiceren met briefjes.”

“Het verlies zette mijn hele wereld op zijn kop. Ik dacht dat ik misschien wel nooit meer zou zingen. En wie was ik dan eigenlijk nog? Dat moest ik uitzoeken. Na een half jaar kwam mijn stem langzaam terug. Eerst klonk hij anders, zachter, kleiner. Maar na een jaar of vijf waren ook de diepste tonen er weer.”

“Later hoorde ik dat het een neurologische aandoening is geweest. Ik hoef niet bang te zijn dat het me weer gebeurt, maar moet mijn stem wel onderhouden natuurlijk. Gelukkig gaat dat moeiteloos bij mij, omdat ik ook thuis heel veel zing voor mijn plezier.”

Tolk

“Ik heb als meisje lang gezegd dat ik tolk wilde worden. Ik durfde niet uit te spreken dat ik eigenlijk zangeres wilde worden, hoewel ik dat al vanaf mijn twaalfde zeker wist. We hadden een uitvoering op de muziekschool. Ik had gitaarles, maar zong er voor het eerst ook bij. Een Pools liedje. Ineens voelde ik hoe ik de hele zaal meekreeg. Toen wist ik: ik wil niets liever dan dit.”

“Dat ik het niet durfde zeggen, lag niet aan mijn ouders. Die waren er juist trots op dat ik goed kon zingen, vonden dat ik mijn hart moest volgen. Het gekke is: hoewel ik erg slecht ben in mezelf verkopen, heb ik nooit getwijfeld of ik het wel zou kunnen. Ik hoorde laatste een interviewtje uit die tijd terug. Ik was een jonge tiener en zong Ierse en Hebreeuwse volksliedjes. ‘Denk je dat je met deze liedjes kunt doorbreken?’ werd er gevraagd. Ik antwoordde: ‘Ja, want ze zijn toch heel mooi?’ Waar haalde ik dat zelfvertrouwen vandaan?’’

Nog steeds een troubadour

“Excelsior opperde een aantal collega’s te vragen speciaal voor mij een lied schrijven. Ik ben zelf te verlegen om zoiets voor te stellen, maar ben blij dat het toch is gebeurd. Stef Bos schreef Nog steeds een troubadour. Zoiets zou ik nooit over mezelf hebben durven schrijven. Het woord troubadour zou ik nooit gebruiken. Hebben we al gehad, denk ik dan. Maar nu Stef het heeft geschreven, kan het wel. Het is een prachtig persoonlijk lied en tegelijk een universeel verhaal over een troubadour.”

De troubadour

“Ik was 18 toen ik de muziek bij de tekst van David Hartsema schreef en 19 toen ik ermee aan het Songfestival meedeed. Ik zag die troubadour helemaal voor me: zo’n man die van kasteel naar kasteel trok met zijn liederen. Het slotrefrein bestaat volledig uit ‘Lalala’. Dat stond niet in de oorspronkelijke tekst. Maar ik vind ‘Lalala’ juist geen zwaktebod. Sommige emoties laten zich niet in woorden vatten namelijk. Het is een uiting van vreugde, maar er klinkt ook droefheid in door. Deze lalalala’s zijn een heel verhaal.’’

Daphna

“Een van mijn twee dochters. Sharon en zij wonen allebei in Israël, het land waar hun vader vandaan komt. Daphna is ook muzikant. Toen we dachten over liedjes voor dit album, dacht ik meteen aan haar: Daphna heeft zulke mooie liedjes gemaakt; eentje ervan op een tekst van Herman Pieter de Boer, die een paar jaar na haar geboorte mijn liefde werd en met wie ze is opgegroeid. Wat was het mooi, het moment dat Daphna voor het eerst hoorde hoe haar liedjes zouden gaan klinken. Ze stond te stuiteren van vreugde. Nog groter is de vreugde dat wij dit als moeder en dochter samen hebben kunnen doen.”

S10

“Wat is dat? Dat zegt me niets. Oh wacht, je bedoelt de Nederlandse inzending voor het Songfestival dit jaar. Ik ken haar niet, heb geen idee hoe ze zingt. Gaat ze met een Nederlandstalig liedje? Dat vind ik heel fijn. Het kan ook heel goed, denk ik. In je eigen taal heb je automatisch meer zeggingskracht. En daar gaat het om, niet om de letterlijke betekenis van de woorden. Ook hoog eindigen kan prima, hoor. Als het mij is gelukt, waarom haar dan niet?”

Rinus Michels

“Och ja, De Generaal. Ik heb in 1974 voor hem gezongen. Mijn platenbaas van toen, Gerrit den Braber, had me er vriendelijk ingeluisd. Gerrit was een groot voetbalfan en had die tekst gemaakt op de melodie van De troubadour. Of ik die voor de grap wilde inzingen. Niet veel later bracht hij het als single uit!”

“Maar ach, het paste wel bij de roes van het WK dat eraan kwam. Toen het Nederlands elftal op trainingskamp was in Spanje, verzorgden we met een aantal Nederlandse artiesten een avond amusement. Ik zong De Generaal. Michels had na afloop tranen in zijn ogen van ontroering.”

Visite

De Troubadour speel ik soms nog als toegift van een concert, maar Visite zing ik nooit meer. Da’s ook logisch, vind ik. Het was een gelegenheidslied. Hartstikke leuk, maar bedoeld voor toen, niet voor nu. Herman Pieter de Boer en ik maakten het op verzoek van onze producer. Die wilde graag dat ik zou zingen met Les Poppys, een Frans jongenskoor. Herman schreef geestige zinnetjes als Oh, mon amour, bon bon bonbonière/Oh, mon amour, oui oui parapluie. Ik weet nog dat die jongetjes elkaar in de studio in Parijs aankeken en de dirigent vroegen: Monsieur, is dit Frans?”

Songfestival

“Ik heb bedankt om afgelopen jaar naar Ahoy te gaan. Ik geniet gewoon niet zo van zo’n massaal evenement. Het liefst kijk ik thuis op de bank. En dan maar commentaar leveren, hè. We hebben een appgroep met mijn zussen, mijn dochters en een paar nichten en neven. Dan gaan we helemaal los over de zang en de jurken.”

Tel Aviv

“Mijn lievelingsstad in Israël, mijn tweede land. Ik heb er een jaar gewoond met mijn eerste echtgenoot en voel me er nog steeds thuis. Een vrije en relaxte stad. Het was zwaar om door die coronaellende anderhalf jaar niet naar mijn dochters en hun kinderen toe te kunnen.”

“Liefde is niet weg als je elkaar niet ziet, maar toch: elkaar zien via Facetime is anders. Zeker ook omdat je van die kleintjes hun opgroeiende jaren mist. Voor je het weet, ben je als oma een pratend poppetje op een iPhone. Afgelopen oktober was ik er gelukkig weer. We moesten er toestemming voor krijgen van de Israëlische ambassade. Zenuwslopend, maar het lukte.”

The Voice of Holland

“Een heel jammerlijk verhaal. Het gaat over de waan van de macht die uiteindelijk alleen maar destructie veroorzaakt. Of ik ervaringen in die richting heb gehad? Nee. Ik denk dat ik me daarvoor altijd te zeer bewust was van het spel dat in de showbizz, een nepwereld, wordt gespeeld. Ik hield er afstand van. En als ik zo’n sfeer van machtsspelletjes bemerkte, was ik snel weg.”

“Wat me tegen de borst stuit, is dat deze affaires nu ook weer entertainment worden. Terwijl het belangrijkste is dat er voor die meisjes wordt gezorgd en er zorgvuldig wordt gekeken of die mannen schuldig zijn of niet.”

Op donderdag 17 februari treedt Lenny Kuhr op in Paradiso.

Meer over