PlusAchtergrond

Oscar Peters exposeert in Den Haag: ‘Een architectonisch monster’

Het ‘architectonische monster’ van kunstenaar Oscar Peters.Beeld Lotte van Uittert

In de Electriciteitsfabriek in Den Haag heeft kunstenaar Oscar Peters (38) met twee kinetische installaties een wereld gecreëerd waarin volksvermaak en spektakel worden gevierd.

Drie jaar geleden liet Oscar Peters in tentoonstellingsruimte W139 in de Warmoesstraat een zeventig meter lange houten achtbaan verrijzen. Eroverheen raasden karretjes met kunst erin. Die achtbaan werd door iemand uit Japan gezien en op Instagram gezet. Niet veel later kreeg Peters een e-mail uit Osaka. “Ze vonden het te gek! En vroegen of ik daar zoiets kon ­komen bouwen voor het Spoorwegfestival.”

Zo gezegd, zo gedaan; Peters bouwde in een maand tijd een nieuwe achtbaan in Osaka. Maar daarmee houdt het verhaal niet op. In Osaka zag Peters hoe buurtschappen met grote altaren en trommelaars op wielen door de straten gingen. “Ik was geraakt door de manier waarop de mensen de dingen vieren. Door die enorme gemeenschappelijkheid, iedereen doet mee. Dat vond ik zo inspirerend dat ik er iets mee wilde doen.”

Het resultaat is nu te zien in de Electriciteits­fabriek in Den Haag. Wie binnentreedt in de ­oude monumentale turbinehal van de Uniper-electriciteitscentrale stuit op de gigantische muil van een beest, bestaand uit negentien ­torens van rode stof die elk een eigen leven ­lijken te leiden – ze schudden, piepen en kraken vervaarlijk.

De wandelende torens veroorzaken een soort peristaltische beweging, die maakt dat de bezoeker aan de voorkant naar binnen wordt ­getrokken en aan de achterkant weer wordt uitgespuugd. “Het is een architectonisch monster dat je met huid en haar opslokt,” zegt Peters. “Je gaat the belly of the beast binnen, zoals Jonas in de walvis.”

‘Ooh’ en ‘aah’

“Ik heb het op maat gemaakt voor deze plek,” zegt Peters terwijl hij voorgaat in het wandelende rode bos, dat bijna tien meter hoog, zestien meter diep en zestien meter breed is. “Normaal zorgt de fabriek ervoor dat mensen ‘ooh’ en ‘aah’ zeggen. Maar ik wilde de Electriciteitsfabriek niet gebruiken als ‘normale’ tentoonstellingsruimte, met wat losse werken waar je naar kunt kijken. Ik wilde het gevecht met de ruimte aangaan door er een sculptuur in te plaatsen dat álle aandacht opeist. Met een gigantisch brutalistisch sculptuur; een totaalinstallatie die de gehele ruimte transformeert.”

Hij houdt ervan vreemde werelden te scheppen, zegt Peters. “Ik ben opgegroeid met monster- en spektakelfilms zoals Conan the Barbarian, waarin de sets nog groots en overweldigend waren. Echt gemaakt, dus geen computeranimaties. Dat heeft het zaadje in me gepland, denk ik. Die rode torens worden een soort entiteiten die zich tot jou gaan verhouden, waardoor je je hierbinnen heel alleen en heel erg ­samen voelt. Het is sereen én een tikje macaber; er zit een soort zen in, maar het heeft tegelijkertijd ook iets dreigends.”

Dat gevoel wordt versterkt door het mechanische geluid dat de negentien torens produceren als ze door het gebouw wandelen. “Die mechanische dreun had ik zo niet bedacht, maar het is een fijne bijkomstigheid. Het is een soort gechoreografeerde Japanse ceremonie, die me ook een beetje doet denken aan de soundtrack van Tetsuo II: Body Hammer – een heel nare film uit het begin van de jaren negentig.”

Vierde achtbaan

Zijn werk balanceert op het randje van kunst en vermaak, doceert Peters, terwijl hij voorgaat op een van de roestvrijstalen trappen aan de achterzijde van zijn rode, trillende monster. “Het is bloedserieus, maar hierboven heeft het ook iets van een kermis.”

Wat heet: in zes weken tijd bouwde Peters in eendrachtige samenwerking met zijn kompanen Zoro Feigl en Bart Schalekamp en een aantal stagiairs een prachtige houten achtbaan. “Dit is onze vierde achtbaan, maar elke baan heeft iets unieks, want ik wil het wel een beetje leuk houden voor mezelf. Deze is een meter ­hoger en dik veertig meter langer dan die in W139. En er zit een looping in. Een achtbaan met een schroef erin zou ook te gek zijn, maar dan is het echt tijd voor iets nieuws; ik wil niet de boeken in als die kunstenaar die alleen maar achtbanen bouwt.”

Op de karretjes zijn net als in W139 kunst­werken van andere kunstenaars bevestigd – een knipoog naar de statische manier waarop kunst vaak wordt gepresenteerd. “Naar kunst kijken kan een bijzondere ervaring zijn, maar het is ook vaak saai en statisch: vier witte muren met dure, kostbare dingen, heilige huisjes. Daar speel ik mee; door de kunstwerken op een achtbaan te zetten, gaat het eerbiedwaardige er vanzelf af.”

Dat dubbele zit ook in de naam die Peters aan zijn zelf gecreëerde wereld gaf: ‘Volta’. “Ik vind het een leuke woordspeling; een volta is een abrupte wending in een sonnet, dus met de ­tentoonstellingstitel preludeer ik op de abrupte breuk tussen beneden en boven; tussen het sombere, contemplatieve bos en de vrolijke, kermisachtige achtbaan. Maar het is een ook verwijzing naar het elektrificerende van de Electriciteitsfabriek. En het bekt gewoon ­lekker.”

De achtbaan van kunstenaar Oscar Peters.Beeld Lotte van Uittert

‘Volta’ van Oscar Peters: t/m 22/03, iedere vrijdag van 16.00 – 20.00 uur en zaterdag en zondag van 12.00 – 17.00 uur in de Electriciteitsfabriek in Den Haag. Op vrijdagavond serveert Peters in samenwerking met Nest soep en praat hij met uiteenlopende gasten over kunst en andere zaken.

Meer over