PlusReportage

Operatie Nachtwacht: speuren naar de kleinste zwakke plekjes in het steundoek

Onderzoekers bij de achterzijde van De Nachtwacht in het Rijksmuseum.  Beeld ANP / Robin van Lonkhuijsen
Onderzoekers bij de achterzijde van De Nachtwacht in het Rijksmuseum.Beeld ANP / Robin van Lonkhuijsen

De Nachtwacht is van de muur gehaald zodat de achterkant onderzocht kan worden. Wetenschappers van de TU Delft kijken of het doek gebreken vertoont.

Kees Keijer

Drie mannen in grijze laborantenjassen lopen heen en weer van een tafel met computers naar de achterkant van De Nachtwacht. Het beroemde schilderij van Rembrandt is voor de gelegenheid van de muur gehaald. Het staat nog steeds in de glazen ruimte waar het al meer dan twee jaar is voor het onderzoeks- en restauratieproject Operatie Nachtwacht. Maar nu staat het schilderij heel dicht tegen het glas en heel dicht bij de bezoekers.

Die kunnen nu ook een glimp opvangen van de achterkant. Erg spectaculair is dat overigens niet, want het spieraam en het doek aan de achterzijde stammen uit 1975, toen de laatste restauratie aan het schilderij werd uitgevoerd. Toen werd een extra doek, een steundoek, tegen de achterzijde geplakt.

De mannen, universitair hoofddocent Roger Groves van de TU Delft en onderzoekers Andrei Anisimov en Nan Tao, doen samen met medewerkers van het Rijksmuseum onderzoek naar de hechting tussen het oorspronkelijke doek van het schilderij en het steundoek. Daar staat een stellage met allerlei kastjes, snoeren en lampen. Op het doek van De Nachtwacht licht een groen vierkantje op.

Warmte meten

De wetenschappers van de TU Delft onderzoeken De Nachtwacht met shearography, voluit speckle pattern shearing interferometry. Het is een techniek waarmee defecten in constructies kunnen worden opgespoord. Je kunt ermee onder de oppervlakte van een materiaal zoeken naar verborgen schade.

Shearography wordt vooral gebruikt in de lucht- en ruimtevaart. Een haarscheurtje kan daar enorme gevolgen hebben. Anisimov: “Denk aan kleine defecten in structuren. In een brug kunnen defecten groot zijn maar niet cruciaal, maar een klein defect in een vliegtuig kan catastrofale gevolgen hebben.”

Petria Noble, hoofd van het restauratie-atelier schilderijen van het Rijksmuseum: “Dat is wat we hier ook doen. Het steundoek draagt het hele schilderij. Dus met deze techniek willen we te weten komen of het dat ook aankan.”

Het onderzoek richt zich dus op de hechting tussen het steundoek en het oorspronkelijk doek. Groves: “We hebben een laser die geprojecteerd wordt op het canvas. Dat is het groene licht. Daarnaast is er een camera met een interferometer. Daarmee kun je zeer nauwkeurige metingen doen op minder dan een micrometer: een duizendste millimeter.”

Naast de laser heeft het apparaat van de TU ook witte halogeenlampen die een tot twee graden Celsius warmte afgeven. Noble: “Dat is een temperatuurschommeling die in het museum heel normaal is, afhankelijk van het aantal bezoekers.” Zodra het belichte gebied afkoelt, legt het shearography-instrument een reeks beelden vast. Deze beelden laten verschillen van afkoeling tussen materialen zien. Als er lucht tussen de twee doeken zit, wordt dat haarfijn geregistreerd.

Het Rijksmuseum zit niet te springen om het steundoek uit 1975 nu te vervangen, want dat is een zeer ingrijpende operatie.

Asimov komt met een klein doekje dat als testmateriaal heeft gediend en dat door Noble van tevoren was bewerkt met een scalpel en een spatel. De beschadigingen lichten op de uitdraai op als gele vlekken. Noble: “Zulke plekken willen we dus niet op De Nachtwacht vinden.” Groves: “We zouden dan wel wat discussies moeten voeren, ja.”