PlusAchtergrond

Op zoek naar de Joodse roots van de stad – ‘De Amsterdamse macht staat op de ruïnes van Joods Amsterdam’

Bart Wallet en Ephraim Goldstoff proosten in de  ‘Russische sjoel’ in de Nieuwe Kerkstraat. Beeld
Bart Wallet en Ephraim Goldstoff proosten in de ‘Russische sjoel’ in de Nieuwe Kerkstraat.

Voor de oorlog was een op de tien Amsterdammers Joods. Welke sporen hiervan zijn er nog na de Holocaust? In de tv-documentaire Mokum gaan twee UvA-hoogleraren Joodse studies op zoek naar de Joodse roots in de stad.

Hanneloes Pen

Wie aan Amsterdamse Joden denkt, denkt aan de Holocaust. Maar hoe kwamen ze in Amsterdam terecht? Hoe leefden ze samen en wat zien we daar nu nog van terug in de stad? Zo begint de eerste aflevering, Van gabbers naar geteisem, van de tweedelige tv-documentaire Mokum.

“Er is zo veel meer te vertellen dan de oorlog. We willen het rijke Joodse leven laten zien. We maken een stadswandeling en lichten een tegel op, of laten een lichtje schijnen op een gebouw of buurt en tonen het Joodse verhaal erachter. We laten zien hoe de Joden de stad hebben gevormd en gekleurd,” zegt documentairemaker Heleen Minderaa over de door Moondocs en de Joodse redactie van de EO geproduceerde docu.

Mokum kwam tot stand met geld uit de Joodse erfpachttegoeden, door Amsterdam beschikbaar gesteld aan de Joodse gemeenschap als tegemoetkoming voor geïnde erfpachtcanons in de oorlogsjaren.

Hoogleraren Bart Wallet (Joodse geschiedenis) en Irene Zwiep (Hebreeuws en Joodse studies) van de Universiteit van Amsterdam nemen de kijker mee op een wandeling langs onder meer synagogen, het oude Vlooienburg en de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, van de Transvaalbuurt tot aan Buitenveldert.

Wallet is gefilmd op de Blauwbrug over de Amstel en wijst in de richting van het Rembrandtplein. “Daar woonden de christenen,” zegt hij. En terwijl hij zich omdraait: “En aan de andere kant woonden de Joden: de arme Joden woonden in slechte buurten op Vlooienburg, Uilenburg en Marken, de rijkere op de nieuwe grachten aan de oostkant van de Amstel. Iedere rechtgeaarde Amsterdammer wist dat hij aan de overkant van de brug in een andere wereld terechtkwam. Op deze brug waren door de eeuwen heen straatgevechten tussen de groepen.”

Dan komt de boksschool van Barry Groenteman in beeld. De oud-bokser vertelt over de legendarische Joodse bokser Ben Bril; in zijn prijzenkast staan tal van diens kampioensbekers .

Barry Groenteman in zijn boksschool. Beeld
Barry Groenteman in zijn boksschool.

Zwiep bezoekt een voormalig Joods mannenhuis aan de Nieuwe Herengracht dat sinds jaar en dag een corpshuis is. De huisoudste bewoont de riante kamer op de bovenste etage die vroeger dienstdeed als synagoge. De student die Zwiep rondleidt door het huis laat ook zijn eigen slaapkamer zien. “Dit moet de loofhut zijn geweest waar de Joodse mannen met zijn tienen aten,” zegt Zwiep. “Ja, het dak kan open,” antwoordt de student.

Al die verschillende plekken vertellen het verhaal van Joden die door de eeuwen heen woonden in hun geliefde Mokum – Jiddisch voor ‘plaats’.

Katholieke Joden

De eerste Joodse emigranten kwamen vanaf de zestiende eeuw vanuit Portugal en Spanje naar Amsterdam. Velen hadden zich daar onder druk van de Inquisitie laten dopen. Toen de controle op het naleven van het katholieke geloof te groot werd, week een deel van de Joodse kooplieden uit naar Amsterdam, het centrum van de wereldhandel.

Ze gingen op Vlooienburg wonen, de plek waar nu de Stopera staat, en bouwden een grote synagoge, die in 1675 werd ingewijd en aan het huidige Jonas Daniël Meijerplein staat. Op het gebouw prijkt een pelikaan met zijn kroost en wat engelen. “Bij de bouw van de synagoge werden verschillende katholieke elementen in de sjoel verwerkt. Enkele generaties hadden immers als katholieken geleefd. Ze bekeerden zich in Amsterdam tot hun voorouderlijk joodse geloof,” zegt Wallet.

 Irene Zwiep met een van de huidige bewoners van het voormalig Joods mannenhuis aan de Nieuwe Herengracht. De bovenste verdieping deed vroeger dienst als synagoge: ‘Het dak kan open.’ Beeld
Irene Zwiep met een van de huidige bewoners van het voormalig Joods mannenhuis aan de Nieuwe Herengracht. De bovenste verdieping deed vroeger dienst als synagoge: ‘Het dak kan open.’

Toen de vanuit Portugal gevluchte grootvader van filosoof Spinoza overleed, wilden zijn kinderen hem begraven op de Joodse begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel. Wallet: “Maar dat mocht niet van de rabbijn. ‘Ga maar naar de katholieken,’ zei hij tegen de familie. Want opa had zich nooit tot het jodendom bekeerd. Uiteindelijk werd Spinoza’s opa post mortem besneden en kon hij alsnog naar Ouderkerk.”

Het verhaal van vrijdenker Spinoza zelf, die in opstand kwam tegen de joodse leer en uit de Joodse gemeenschap werd verbannen, wordt in de serie niet verteld. “We hebben meer onderwerpen niet kunnen aansnijden. Het verhaal van Spinoza is complex en zou veel screentijd in beslag nemen. We wilden de grote ontwikkelingen in de stad laten zien: de komst van de Joden, de synagogen, extreme armoede, de integratie en de opkomst van het socialisme. We hebben piketpalen moeten slaan,” zegt Minderaa.

Zo komt bijvoorbeeld ook het Joodse cabaret en theater niet aan bod. “We wilden geen losse blokken in de documentaire, maar de kijker juist meenemen op reis. We kozen ervoor om ook het verhaal van de Joden uit Litouwen te vertellen, die onder meer vanwege de pogroms weggetrokken uit de sjtetls, hun dorpen.”

Wallet: “We gaan van plek naar verhaal, van verhaal naar plek.”

Zo komen de kijkers terecht in de ‘Russische sjoel’ in de Nieuwe Kerkstraat, waar Oost-Europese Joden hun diensten hielden. In die sjoel, vertelt Ephraim Goldstoff, kleinzoon van de koster van de synagoge, werd niet alleen gebeden: “Hier werd tijdens de dienst zó veel gedanst dat de vloer is ingezakt.” Op een tafel staat de door de sjoelgangers genuttigde schnaps – met een alcoholpercentage van 95, wat het dansen uiteraard bevorderde.

Vodden op het Waterlooplein

Naast de Sefardische Joden uit het Iberisch schiereiland kwamen vanuit Duitsland en Oost-Europa ook Hoogduitse of Asjkenazische Joden, vaak straatarm, vanaf halverwege de zeventiende eeuw in steeds groteren getale naar Amsterdam. Zij vormden in de negentiende eeuw uiteindelijk meer dan negentig procent van de Joodse gemeenschap in de stad.

De Asjkenazische Joden, die Jiddisch spraken, bouwden hun eigen grote synagoge, recht tegenover de Portugese, die in 1671 werd ingewijd. Ze leefden veelal van de handel op straat.

In de tweede aflevering, Stennis en sores, vertelt de inmiddels 95-jarige Elisabeth Suesan over haar vader, die als marktkoopman vodden verkocht op het Waterlooplein.

Elisabeth Suesan vertelt over haar vader, die als marktkoopman vodden verkocht op het Waterlooplein. Beeld
Elisabeth Suesan vertelt over haar vader, die als marktkoopman vodden verkocht op het Waterlooplein.

Fotohistoricus Saskia Asser toont aan de hand van de oudste foto’s van Amsterdam de armoede van de Joden, die in stegen en zijstegen in kelderwoningen leefden.

In het begin van de twintigste eeuw werd het arme Uilenburg gesaneerd. Talloze arbeidersfamilies, ook de familie Suesan, verhuisden naar de Transvaalbuurt, waar grotere woningen met stromend water en een wc werden gebouwd. De Amsterdamse arbeiders vochten rond diezelfde tijd voor betere arbeidsomstandigheden en de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond voor een achturige werkdag.

In Amsterdam-Zuid ontstond tientallen jaren later een enclave van gevluchte Duitse Joden. Ook dit ‘erfgoed’ is in beeld gebracht. Amsterdammer Jack Weil organiseert nog steeds Duitse middagen met Kaffee und Kuchen voor Mokumers met een Duits-Joodse achtergrond.

Minderaa: “Het is zo mooi om te zien hoe rijk het Joodse leven in de stad was. Bijna een soort Pompeï. Vlooienburg is platgegooid. De Amsterdamse macht staat op de ruïnes van Joods Amsterdam. Kijkers van het tweeluik zullen nooit meer zomaar langs dergelijke bekende plekken lopen.”

Aflevering 1 van Mokum wordt op maandag 7 maart om 22.30 uur uitgezonden op NPO2, aflevering 2 op maandag 14 maart om 22.20 uur.

Meer over