PlusHolland Festival

Op Holland Festival krijgt de vermoorde vreemdeling van Camus een naam en een stem

Waarom is de gedode Arabier in de beroemde novelle De Vreemdeling van Albert Camus eigenlijk naamloos? In de voorstelling Contre-enquêtes op het Holland Festival krijgt hij een naam en een stem. Ook al wilde de dochter van Camus niet dat haar vaders werk er een rol in kreeg.

Lorianne van Gelder
Mounir Margoum (links) en Thierry Raynaud in Contre-enquêtes.  Beeld Philippe Weissbrodt
Mounir Margoum (links) en Thierry Raynaud in Contre-enquêtes.Beeld Philippe Weissbrodt

Na De kleine prins en Twintigduizend mijlen onder zee is De Vreemdeling (L’étranger, 1942) de meestgelezen Franstalige roman ter wereld. Voor wie niettemin zijn leeslijst Frans anders invulde – of het vak helemaal liet schieten – hier nog even het verhaal.

De jonge man Meursault, een in Frankrijk geboren Algerijn, doodt een Arabier op het strand. Hij komt in de gevangenis en wordt ter dood veroordeeld. Hij mijmert over het hoe en waarom van die daad, over het leven – maar denkt geen seconde aan zijn slachtoffer zelf. Het is een absurde, existentialistische novelle. En de gedode Arabier, die blijft anoniem.

In 2013 publiceert de gerenommeerde Frans-Algerijnse schrijver en journalist Kamel Daoud Meursault contre-enquête (in Nederland vertaald als Moussa, of de dood van een Arabier). Hierin laat hij Haroun, de broer van de gedode Arabier, aan het woord, en geeft hij de omgekomen man ook een naam: Moussa.

In de voorstelling ontmoeten de twee romanpersonages, Meursault en Haroun, elkaar.

Acteurs Mounir Margoum (45) en Thierry Raynaud (50) vertellen over de totstandkoming van de voorstelling. Margoum is Frans-Marokkaans, Raynaud heeft zelf Frans-Algerijnse roots (hij stamt af van de ‘pieds-noirs’, de Fransen die in Algerije woonden) en Nicolas Stemann, regisseur en associate artist bij het Holland Festival, is Duits maar maakte de voorstelling bij Théâtre Vidy-Lausanne, Zwitserland.

In hoeverre speelde jullie eigen achtergrond een rol in het maakproces?

Raynaud: “We hebben veel geïmproviseerd. Nicolas Stemann vond het interessant om onze achtergronden erin te verwerken en ook de legitimiteit ter discussie te stellen van dat hij als Duitser dit verhaal brengt. Dat benoemen we ook in de voorstelling: waarom kan Mounir een Algerijn spelen en ik niet? Mag een Duitser dit super-Franse verhaal op toneel zetten? En wat is mijn eigen rol hierin? Mag ik dit verhaal vertellen als Fransman met een geschiedenis in Algerije?”

Nicolas Stemann staat erom bekend traditionele teksten om te gooien en naar zijn hand te zetten. Hoe hebben jullie dat ervaren?

Margoum: “Hij wilde eerst Meursault contre-enquête als boek opvoeren. Maar dat werk heeft zo veel te maken met L’étranger, het een gaat niet zonder het ander. Als je het werk van Camus leest nadat je Daoud hebt gelezen, is dat veel interessanter, dan als je ze alleen los van elkaar ziet. Het is spannend om ze aan elkaar te verbinden. Aan het begin van het maakproces kregen we ineens een telefoontje van Catherine Camus, de dochter van Albert, die nog over de auteursrechten gaat. Ze gaf ons geen toestemming om L’étranger op te voeren. Ze zei ook dat ze niet wilde dat we de twee boeken samen zouden brengen. Wat nu, vroegen we ons af. Uiteindelijk werd dat gegeven juist interessant: we konden het allemaal gebruiken, zelfs het telefoongesprek van Catherine Camus zit nu in de voorstelling. We bevragen alles: onze eigen rol, de twee verhalen, de rol van Stemann, en het verzet van de dochter van Camus.”

L’étranger is zo verankerd in de Franse cultuur, daar kunnen wij ons als Nederlanders nauwelijks een voorstelling van maken. Kunt u uitleggen wat de rol is van het werk in Frankrijk?

Margoum: “Iedereen kent het en de meesten hebben het op school moeten lezen. Grappig genoeg was ik een van de weinigen die het niet hadden gelezen, dus dat ben ik meteen gaan doen toen we aan dit project begonnen. Ik vond het prachtig en indrukwekkend, maar er bleef ook iets van ongemak hangen. Daarna las ik Daouds boek en viel het op zijn plek: de vermoorde Arabier kreeg een naam, dat was waar ik ook mee zat.”

Raynaud: “Ik had niet dezelfde moeite met het verhaal. Ik las het meer als een filosofische verhandeling, over de zinloosheid van het leven van de hoofdpersoon. Dat maakt het zo’n iconisch werk. We merken aan sommige mensen in het publiek dat ze het als een belediging ervaren hoe we omgaan met het boek. Dat komt ook doordat de Algerijnse geschiedenis nog altijd beladen is.”

Margoum: “Als je het vergelijkt met de Nederlandse omgang met de koloniale geschiedenis is Frankrijk denk ik minder ver. Algerije blijft ingewikkeld omdat toen in 1962 de bloedige onafhankelijkheidsstrijd van Algerije ten einde was, veel Algerijnse Fransen alsnog weigerden Algerije op te geven. Het was bijna een burgeroorlog geworden. Toen zij, de pieds-noirs, repatrieerden naar Frankrijk, werden ze met de nek aangekeken: links zag hen als de kolonialen die de Algerijnen geen vrijheid gunden. Het Nederlandse publiek zal misschien niet alle gevoeligheden en subtiliteiten meekrijgen, maar dat geeft niet. De essentie komt wel over: de discussie over kolonialisme en wie welk verhaal mag vertellen is actueler dan ooit.”

Contre-enquêtes, 14 & 15 juni Internationaal Theater Amsterdam, 20 uur. Frans gesproken met Engelse en Nederlandse boventiteling.

Meer over