PlusTijdschriftrecensie

Ons Amsterdam geeft plekken glans waar je anders zo maar aan voorbijloopt

Al sinds 1947 verschijnt Ons Amsterdam. In het februarinummer van het tijdschrift over de geschiedenis van de stad onder meer een artikel over de zeventiende-eeuwse goochelaar Ocus Bocus.

Peter van Brummelen
null Beeld Ons Amsterdam
Beeld Ons Amsterdam

Het is best een mooi pand, maar je loopt er op Nieuwezijds Voorburgwal zo aan voorbij, het op de nummers 128-130 gevestigde gebouw Neptunus. Dat komt ook een beetje door de kolos die er sinds de vroege jaren dertig naast staat: het wel tien verdiepingen hoge kantoorpand Candida.

Maar in 1915, toen gebouw Neptunus werd opgeleverd, stak het een flink eind boven zijn omgeving uit. Het werd gebouwd als onderkomen van de De Vereeniging van Nederlandsche Gezagsvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij. De Vereeniging was een soort beroepsvereniging, uitzendbureau én vakbond op nautisch gebied.

Die oorspronkelijke bestemming laat zich nog altijd aflezen aan de gevel waarop beeldhouwwerk verwijst naar de scheepvaart. Vroeger stond er ook nog een torentje op het dak. Daar weer bovenop stond een mast die diende als stormseinpaal: met vlaggen, kegels en ballen werden schippers in de haven geïnformeerd over windkracht en eventuele stormen.

Note to self: bij het eerstkomende bezoek aan de Nieuwezijds Voorburgwal even uitgebreid stilhouden bij gebouw Neptunus.

Dat is leuk aan Ons Amsterdam, het al sinds 1949 verschijnende tijdschrift over de geschiedenis van de stad: plekken of gebouwen waar je normaal gesproken bijna achteloos aan voorbijloopt of -fietst, kunnen door een enkel artikel een heel nieuwe glans krijgen.

Op de cover van het februarinummer staat een foto van Harry Botschuiver, de ook al zingende grootvader van André Hazes. Lezers van Het Parool konden onlangs op de geschiedenispagina’s al een verkorte versie van het verhaal lezen, maar Ons Amsterdam heeft deze maand meer te bieden op het gebied van historisch entertainment. Lezenswaardig is het verhaal over de zeventiende-eeuwse goochelaar Ocus Bocus.

Goochelaar Ocus Bocus

Ocus Bocus was de artiestennaam van Ribi Simson, een Joodse slager uit de buurt van de Nieuwmarkt. Als goochelaar genoot hij niet alleen bekendheid in de hele stad, maar ook daarbuiten. Hij had er zoveel succes mee dat hij zijn baan als slager kon opzeggen. Ons Amsterdam citeert een vergunning uit 1627 om in Den Haag zijn ‘consten op ‘t Buytenhof te exerceeren.’

in 1639 schafte Ocus Bocus zich een eland aan om daarmee langs de kermissen en jaarmarkten te trekken. Hij moest een flinke som geld neertellen voor het in de Republiek zeldzame dier, maar hij zou de kosten zeker dubbel en dwars terugverdienen. Helaas overleed het dier al binnen drie maanden. Of het echt een eland was, valt te bezien.

Notarisakten doen vermoeden dat Ocus Bocus geen idee had hoe een eland eruitzag en dat hij mogelijk een kat in de zak kocht.

‘We kenden Anne Frank niet’

Een vaste en mooie rubriek in Ons Amsterdam is Vaste Route, waarin een rondje door de stad wordt gelopen met een min of meer bekende Amsterdammer, dit keer actrice Petra Laseur (1939). De wandeling voert rond het Merwedeplein, het decor van Laseurs kinderjaren. Vanzelfsprekend wordt halt gehouden bij nummer 37 III, waar ooit de familie Frank woonde.

Petra Laseur, nuchter: “We kenden ze niet. Ik kan natuurlijk wel een interessant verhaal ophangen over mijn speciale band met Anne, maar die was er niet. En dat is ook niet zo raar: ze was tien jaar ouder en scheelde vijf jaar met mijn oudere zusje.”

Wel een levende herinnering: de intocht van het Canadese leger over de Berlagebrug. Petra Laseur zag voor het eerst een Jeep en werd meteen verliefd: “Op mijn 57ste heb ik een soort Jeepje gekocht, waar ik nog steeds met groot genoegen in rijd.”

Meer over