PlusAchtergrond

Onlineplatforms komen met boeken van eigen auteurs – belangrijke journalistieke verhalen met meerwaarde

Na De Correspondent brengen nu ook Follow The Money en Vrij Nederland hun eigen boeken uit. Want waarom zou je je eigen verhalen ergens anders een heel nieuw leven laten leiden?

Vera Spaans
De Correspondent gaf tot nu toe vijftien boeken uit. Commercieel hoogtepunt was De meeste mensen deugen van Rutger Bregman met een half miljoen verkochte exemplaren in Nederland en België. Beeld Getty Images / Beeldbewerking Het Parool
De Correspondent gaf tot nu toe vijftien boeken uit. Commercieel hoogtepunt was De meeste mensen deugen van Rutger Bregman met een half miljoen verkochte exemplaren in Nederland en België.Beeld Getty Images / Beeldbewerking Het Parool

Het begon met Rutger Bregman. Hij had twee boeken uitgegeven bij De Bezige Bij, toen hij in 2014 bij het journalistieke platform De Correspondent aan een serie verhalen werkte. Ook die zouden uitmonden in een boek. Hoezo, dacht De Correspondent, zou De Bezige Bij daar weer aan gaan verdienen?

Uitgever Andreas Jonkers: “Die verhalen waren bedacht en gemaakt bij ons, we hadden er al zo veel in geïnvesteerd. Dus toen dachten we: waarom geven we het niet zelf uit?”

Het bleek een schot in de roos. Van Gratis geld voor iedereen zijn inmiddels 70.000 exemplaren verkocht. Na Bregman publiceerden ook andere schrijvers van De Correspondent hun boeken bij hun eigen werkgever: Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis over privacy, Thalia Verkade & Marco te Brömmelstroet over verkeer, Jesse Frederik over de toeslagenaffaire.

Vijftien boeken in totaal, met De meeste mensen deugen, weer van Rutger Bregman, als commercieel hoogtepunt met een half miljoen verkochte exemplaren in Nederland en België.

Niet zo gek dat andere media dachten: dit moeten wij ook eens proberen. In januari komen twee andere onlinemedia met hun eerste eigen boek. Onderzoeksplatform Follow The Money (FTM) debuteert met De Blauwe Fabel, van Ties Joosten, over waarom Nederland al zo lang, koste wat kost, KLM in de lucht wil houden. En in dezelfde maand verschijnt bij Vrij Nederland (VN)– onlinemedium en maandblad – een boek van Jonah Falke, een zoektocht naar armoede in Nederland.

Scherper kiezen

Ook bij Vrij Nederland zagen ze uitgeverijen goede sier maken met hun auteurs. Bregje Hofstede maakte een serie over slapeloosheid, het werd een boek bij Das Mag. Kelli van der Waals schrijft voor VN over het digitale tijdperk, maar haar boeken verschijnen bij Atlas Contact. Sander Donkers, Mischa Cohen, Annemiek Leclaire. Bekende VN-auteurs, ondergebracht bij gevestigde uitgeverijen. “Ik gun het die mensen van harte,” zegt hoofdredacteur Ward Wijndelts. “Maar zo laat Vrij Nederland wel iets liggen!”

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Vrij Nederland, toen nog een weekblad, al wel boeken uitgegeven. Toen het tijdschrift noodgedwongen een maandblad werd, met een uitgebreidere website, kwam de kwestie opnieuw op. Een column over het politieke relletje van de week werkte niet meer, verhalen moesten overstijgend worden. “We moeten scherper kiezen, maar open blijven staan voor de vorm. Hoe kan ik mijzelf blij maken met belangrijke verhalen over de wereld? Dat kan een artikel zijn, maar ook een Netflixdocumentaire – of een boek.”

Niet dat alles een boek wordt, natuurlijk. Dit jaar verschenen driehonderd stukken, er zijn nu vijf concrete boekplannen. Naast dat van Falke wordt gewerkt aan een pamflet over de parlementaire journalistiek en boeken over de huizenmarkt (werktitel: Waarom jij geen huis kan betalen), over onze obsessie met tijd en over het hyperkapitalisme (werktitel: Miljardairs onder de guillotine is niet het antwoord).

Correspondentachtige oplages

Voor het businessmodel wordt openlijk gekeken naar De Correspondent. Een paar boeken per jaar, van bij het eigen publiek bekende auteurs. Voorverkoop via de VN-kanalen – bij De Correspondent is de eigen kiosk goed voor 10 procent van de verkoop – en daarna in de boekhandel. Van Correspondentachtige oplages durft Wijndelts niet te dromen, met een verkoop van gemiddeld tweeduizend exemplaren per boek is de begroting gedekt.

Follow The Money hoopt bij het KLM-boek op een verkoop van 10.000 exemplaren. En het tweede boek dat op de planning staat, over Sywert van Lienden, zou weleens nog harder kunnen gaan, verwacht uitgever Jan-Willem Sanders. Het platform heeft 31.000 betalende lezers, de nieuwsbrief gaat naar 150.000 mailadressen. En dan heeft Ties Joosten nog een wekelijkse eigen nieuwsbrief voor de mensen die zijn dossier volgen.

Boeken uitgeven is niettemin een heel ander vak dan een journalistiek platform draaiende houden. Sanders: “Het plannen gaat precies andersom. Bij een verhaal vraag je: hoever sta je met je onderzoek, wanneer is de eerste versie? Dan kun je een week later publiceren. Bij een boek kijk je naar de gewenste publicatiedatum, en werk je van daaruit terug. Het boek van Ties kon met de kerst klaar zijn, maar dan is het al erg druk in het boekenschap en het papier is schaars. Dat zou het allermoeilijkste scenario zijn voor het eerste boek, dus hebben we de publicatie uitgesteld tot eind januari.”

Follow The Money en Vrij Nederland hebben beide freelanceredacteur Willemijn Lindhout aangetrokken, om zo meer kennis van het boekenvak in huis te halen. Wijndelts leunt daarnaast op de uitgever van A.W. Bruna, uit hetzelfde concern. “Die kijkt mee of een manuscript kan verkopen, en kan ook tegen me zeggen: dit moet je echt niet doen.”

Geschreven onder werktijd

Een groot verschil met de klassieke uitgeverijen: deze boeken worden geschreven onder werktijd. Bij De Correspondent krijgen auteurs in loondienst gemiddeld drie maanden voor hun eerste versie, dan nog een maand voor het herschrijven en een maand voor alle publiciteit. FTM gaf Joosten een half jaar de ruimte. Ter vergelijking: wie bij een uitgeverij een contract tekent, ontvangt doorgaans een voorschot waarvoor je één, hooguit twee maanden vrij kunt nemen.

Andreas Jonkers vindt het een mooie ontwikkeling, meer non-fictie op de markt. “Belangrijke journalistieke verhalen uitgeven in boekvorm heeft een meerwaarde. Zo kunnen mensen ze op een rustig, door henzelf gekozen moment lezen.”

Hij begrijpt eigenlijk niet waarom de kranten er niet toe overgaan. “Die schrijven zoveel mooie verhalen, waarom zou je die daarna een eigen leven laten leiden bij een uitgeverij? Neem zo’n column van Youp van ’t Hek. Uitgeverij Thomas Rap verkoopt daar duizenden exemplaren van, zonder er iets wezenlijks aan toe te voegen. Waarom doet NRC dat niet zelf?”

Extraatje

Maar dat ziet NRC niet zitten. NRC heeft in het verleden weleens boeken uitgegeven, of samengewerkt met een vaste uitgeverij, zegt hoofdredacteur René Moerland. “Maar uiteindelijk kon dat nooit echt uit. Nieuwe journalistiek levert ons meer op dan wanneer een auteur al gepubliceerde verhalen gaat bewerken voor een boek. We vinden het wel heel leuk als auteurs boeken maken, en het is goed voor de krant, maar we zien het toch als extraatje.”

Youp van ’t Hek uitgeven is al helemaal niet aan de orde, want die heeft zelf het auteursrecht over zijn columns. “En die zit al jaren bij dezelfde uitgeverij.”

Dus houdt de krant het bij het klassieke model: de artikelen bij NRC, de boeken buiten de deur. Ook omdat het zo makkelijk gaat: NRC-redacteuren met een boekidee vinden meestal vrij eenvoudig een uitgever, is Moerlands ervaring. “Wij faciliteren dan het onbetaalde verlof dat nodig is voor het schrijfproces en de auteur houdt alle verdiensten zelf.” Dat die redacteur dan gebruikmaakt van informatie die voor en namens de krant is uitgezocht, ziet Moerland ook wel. “Niet zelf uitgeven heeft voors en tegens. En wie weet, misschien maken we over een tijdje wel een heel andere afweging.”

Meer over