PlusFilmrecensie

Onder een rood dak: een rouwende theatermaker en een vrouwelijke chauffeur in het meesterlijke Drive My Car

Twee mensen die praten in een auto. Dat klinkt saai, maar blijkt uiterst meeslepend in Ryûsuke Hamaguchi’s Murakami-verfilming Drive My Car. De film is genomineerd voor vier Oscars.

Joost Broeren-Huitenga
Hidetoshi Nishijima als theatermaker Yûsuke Kafuku en Tôko Miura als zijn chauffeur Misaki Watari in Drive My Car. Beeld
Hidetoshi Nishijima als theatermaker Yûsuke Kafuku en Tôko Miura als zijn chauffeur Misaki Watari in Drive My Car.

In het korte verhaal Drive My Car van Haruki Murakami is de Saab 900 waarin de hoofdpersoon wordt rondgereden een knalgele cabriolet. In de verfilming door Ryûsuke Hamaguchi is hij rood, met een gesloten dak.

Het lijkt misschien een triviaal verschil, en het is zeker niet de meest ingrijpende wijziging die Hamaguchi aanbracht. Maar het is tekenend voor hoe de filmmaker zich het verhaal eigen heeft gemaakt in zijn meesterlijke verfilming. Rood is wat minder frivool dan geel, en visueel toch opvallend genoeg – zeker in het Japanse straatbeeld, waar verreweg de meeste auto’s wit zijn. En dat dichte dak spreekt boekdelen over de sfeer – die is in de film nóg wat geslotener dan bij Murakami.

Tot veler verbazing werd deze bijna drie uur lange verfilming, die draait om rouwverwerking en vooral bestaat uit praatscènes, genomineerd voor vier Oscars. Na al een kleine zegetocht te hebben gemaakt bij zijn première op het filmfestival van Cannes, is de Japanse film bij de meest glamoureuze filmprijzen ter wereld (de uitreiking is komend weekend) niet alleen genomineerd in de categorie Beste niet-Engelstalige film, maar ook in de drie belangrijkste categorieën: Beste film, Beste regie en Beste scenario.

Hamaguchi verwees in een Twitterbericht over die nominaties bescheiden naar ‘de universaliteit van Haruki Murakami’s verhaal’. Daarmee doet hij zichzelf tekort. Het skelet van Murakami’s verhaal is weliswaar behouden – een rouwende theatermaker krijgt een jonge vrouw als chauffeur, en dankzij hun gesprekken begint hij de dood van zijn vrouw te accepteren. Maar de vele kleine en grote ingrepen die Hamaguchi maakte in personages en plot, en vooral de talrijke toevoegingen waarmee hij het verhaal en de thema’s uitdiept, maken de vergelijking tussen de twee al snel onzinnig.

Dialogen van Tsjechov

In die zin lijkt Drive My Car wel wat op de eerdere Murakami-verfilming Burning (2018) van de Zuid-Koreaanse regisseur Lee Chang-dong. Over die film schreef de Britse recensent Jessica Kiang ‘dat hij is gebaseerd op het verhaal van Murakami zoals een imposante eikenboom is gebaseerd op een piepklein eikeltje’, en die metafoor is ook een-op-een toe te passen op Drive My Car.

Een belangrijk deel van Hamaguchi’s toevoegingen zijn teksten uit Tsjechovs Oom Wanja. Dat stuk wordt door Murakami al zijdelings genoemd, maar neemt in de film een zeer prominente plek in. We zien de hoofdpersoon, theatermaker Yûsuke Kafuku (Hidetoshi Nishijima), vroeg in de film de titelrol van het stuk spelen, en later werkt hij als gastregisseur op een theaterfestival in Hiroshima aan een nieuwe versie ervan. In die rode Saab luistert hij keer op keer naar Tsjechovs tekst, op een cassettebandje ingesproken door zijn overleden echtgenote. Zo verweeft Hamaguchi flarden uit de meer dan honderd jaar oude Russische dialogen in zijn film, die telkens op intrigerende manieren resoneren met wat Kafuku doormaakt.

Andere toevoegingen betrok Hamaguchi uit twee andere verhalen uit Murakami’s bundel Mannen zonder vrouwen: een verhaal-binnen-een-verhaal uit Scheherazade; het in slaapstand verkerende gemoed van de hoofdpersoon uit Kino. Maar Hamaguchi’s belangrijkste toevoegingen liggen juist bij die vrouwen waar Murakami het zo nadrukkelijk zonder deed.

Nieuwe perspectieven

Waar chauffeur Misaki Watari (Tôko Miura) bij Murakami niet veel meer dan een luisterend oor is, krijgt ze van Hamaguchi een dramatische eigen geschiedenis, die nieuwe perspectieven opent op de thema’s van het verhaal. En in een proloog van ruim een halfuur neemt Hamaguchi de ruimte om Kafuku’s leven met zijn echtgenote Oto (Reika Kirishima) vóór haar plotselinge dood te tonen. Het is liefdevol en harmonieus, tot Kafuko ontdekt dat Oto vreemdgaat – waar hij haar niet op aanspreekt.

Hoezeer Hamaguchi het verhaal echter ook uitbouwt, de kern is gelijk: gesprekken tussen twee mensen in een rijdende auto. Dat Hamaguchi en coscenarist Takamasa Oe in Cannes de prijs voor beste scenario wonnen, is dan ook niet verwonderlijk: Drive My Car is een zeer talige film.

Toch doet die aandacht op het woord de film tekort. Hamaguchi speelt bijvoorbeeld een intrigerend spel met spiegelbeelden, inclusief gekruiste blikken in de achteruitkijkspiegel, een visueel motief dat even spaarzaam als doeltreffend wordt ingezet. In al zijn soberheid en realisme is Drive My Car een uiterst cinematische en meeslepende film.

Haruki Murakami

Hamaguchi vertelde in interviews dat er in eerste instantie twee dingen waren die hem aantrokken in Murakami’s verhaal: de rijdende auto als setting, en de ideeën over wat acteren betekent die in het verhaal verweven zitten. Opvallend genoeg draait hij de invulling daarvan in zijn film om. Murakami laat Kafuku acteren beschrijven als een proces waarbij je van jezelf weggaat, om na het spelen van de rol bij jezelf terug te keren als net iemand anders. Hamaguchi’s Kafuku ziet het andersom: “Als ik Tsjechovs teksten spreek, kom ik het dichtst bij de kern van wie ik ben.”

Drive My Car

Regie Ryûsuke Hamaguchi
Met Hidetoshi Nishijima, Tôko Miura, Reika Kirishima
Te zien in Cinecenter, City, Eye, Filmhallen, Kriterion, Lab111, Rialto De Pijp, Rialto VU, Studio/K, Tuschinksi

Meer over