PlusInterview

Noem Lamb vooral geen horrorfilm, maar: ‘Licht is voor mij véél enger dan duisternis’

De IJslandse regisseur Valdimar Jóhannsson (44) debuteert overtuigend met Lamb, een hedendaagse sage waarin het lammerseizoen een onverwachte gift brengt en horror zich afspeelt bij vol daglicht.

Joost Broeren-Huitenga
Noomi Rapace en Hilmir Snær Guðnason in Lamb. Beeld
Noomi Rapace en Hilmir Snær Guðnason in Lamb.

Valdimar Jóhannsson heeft liever niet dat u dit stuk leest. Het gaat de IJslandse regisseur niet specifiek om dit ene interview, maar om alles wat er over zijn speelfilmdebuut Lamb geschreven wordt. En kijk ook de trailer maar niet – ga gewoon zo blind mogelijk de film zien. “Dan heb je de beste ervaring,” vindt de regisseur.

De Amerikaanse distributeur van de film had daar duidelijk een ander idee over: hun trailer (die ook in Nederland wordt ingezet) toont pontificaal het raadselachtige wezen dat zich onverwacht aandient in het boerengezin van het jonge, kinderloze stel Maria (Noomi Rapace) en Ingvar (Hilmir Snær Guðnason).

Dat had Jóhannsson zelf niet zo gedaan, vertelt hij afgelopen oktober tijdens een bezoek aan het filmfestival van Gent. Ook dat Lamb in Amerika in de markt werd gezet als een (artistieke) horrorfilm, was niet zijn keuze – “voor ons is het geen horrorfilm; het is een film over rouw, ouderschap en acceptatie.”

Maar goed, relativeert de regisseur met een glimlach, hij heeft dan ook geen kaas gegeten van marketing. “Blijkbaar doen ze iets goed, want in Amerika werd de film een doorslaand succes. In IJsland deden we het op mijn manier; daar kwam bijna niemand naar de bioscoop.”

Folklore

Als Lamb dan geen horrorfilm is, wat is het dan wel? Misschien komen we met de termen ‘sage’ en ‘folklore’ dichter bij de kern. Jóhannsson en zijn coscenarist, de IJslandse dichter Sjón, vertellen hun eigen verhaal, maar putten rijkelijk uit de toon en structuur van klassieke Noord-Europese mythes.

In zekere zin doen ze met Lamb ook hetzelfde als onze voorouders met die aloude verhalen deden: abstracte menselijke angsten een concrete vorm geven. In het geval van Lamb bijvoorbeeld de angst voor de natuur die wraak neemt op menselijke uitbuiting.

Regisseur Valdimar Jóhannsson: ‘Het is een film over rouw, ouderschap en acceptatie.’ Beeld ANP / AFP
Regisseur Valdimar Jóhannsson: ‘Het is een film over rouw, ouderschap en acceptatie.’Beeld ANP / AFP

“Volksoverleveringen zijn een belangrijke bron voor deze film,” beaamt Jóhannsson. “Sjón is er een expert in, hij kent ze allemaal. In zekere zin wilden wij nieuwe folklore maken, ons die vorm eigen maken, maar wel trouw blijven aan die oudere verhalen.”

In Amerika en IJsland draaide de film afgelopen najaar al; de release in Nederland had wat lockdownvertraging. Het is een mooi toeval dat de film daardoor nu midden in het lammerseizoen wordt uitgebracht. Maria en Ingvar zijn namelijk schapenhouders, en de ellende begint met een buitengewone geboorte in hun stal.

Altijd licht

Horror of niet, Lamb zoekt de duistere kanten van de menselijke aard op. Des te opvallender is het dat dit bij het volle daglicht gebeurt – in het noorden van IJsland, waar de film werd gedraaid, gaat de zon in de zomermaanden nooit onder. Jóhannsson: “Als het altijd licht is, zie je altijd alles, en iedereen ziet jou. Voor mij is dat véél enger dan duisternis.”

Het lammerseizoen en het eindeloze licht bepalen samen ook de sfeer en het ritme van Lamb, dat met zijn kalme tempo wel wat wegheeft van een slaapwandeling. “Het lammerseizoen leidt op zo’n kleine boerderij ook tot een soort droomstaat,” legt Jóhannsson uit. “Er moet altijd iemand wakker zijn, dus als je maar met z’n tweeën bent, blijft er altijd één de hele nacht op. Maar het blijft wel de hele tijd licht, en dat weken achter elkaar. Op een gegeven moment gaat het voelen alsof je in een droom leeft.”

Still uit Lamb.
 Beeld
Still uit Lamb.

Daar helpt ook de locatie bij. Afgelegen is nog zacht uitgedrukt voor de boerderij van Maria en Ingvar, ingekapseld tussen de dramatische IJslandse rotspartijen. Hun huis heeft bovendien een vreemde indeling waardoor je er als kijker telkens een beetje in verdwaalt.

“Ik denk dat ik heel IJsland twee keer rondgereden ben op zoek naar precies de juiste plek,” zegt Jóhannsson. “Uiteindelijk stuitte mijn broer op deze boerderij, niet ver van waar we opgroeiden. Het gebouw was al iets van twintig jaar niet bewoond, en er is daar verder helemaal niets. Zo ver je kunt kijken, in alle richtingen, zie je alleen maar hei en bergen. Dat was perfect – we konden alle kanten op filmen.”

Hoewel de hele film zich dus bij daglicht afspeelt, werd voor een aantal specifieke scènes alsnog na middernacht gedraaid. “Ik verwacht niet dat de kijker het bewust merkt, maar ik zie wel degelijk verschil tussen daglicht en nachtlicht,” legt Jóhannsson uit. “Na middernacht is het licht zachter.”

Lamb is te zien in Cinecenter, City, Eye, Filmhallen, Kriterion, Lab111, Rialto

Béla Tarr

Valdimar Jóhannsson volgde de onafhankelijke filmopleiding van de Hongaarse cineast Béla Tarr, geroemd om zijn minimalistische, zwaarmoedige en contemplatieve films, die vaak flink de tijd nemen om hun meesterlijke mistroostigheid over het publiek uit te storten. Tarr is ook executive producer van Lamb. Maar Jóhannsson leerde het filmvak óók op de sets van gigantische Hollywoodproducties als Prometheus (2012), Transformers: Age of Extinction (2014) en Star Wars: Rogue One (2016) en de serie Game of Thrones, die op IJsland werden gedraaid vanwege de dramatische landschappen. Jóhannsson vervulde duizend-en-een klussen op die sets, van best boy en gaffer tot elektriciën en special effects-techneut.

Meer over