Albumrecensie

Nick Cave gaat soms weer even ouderwets los in geschreeuw

Peter van Brummelen
Carnage, van Nick Cave. Beeld Goliath Records
Carnage, van Nick Cave.Beeld Goliath Records

Als jongen was Nick Cave in zijn geboorteland Australië koorknaap in de Anglicaanse kerk. Het lijkt er op zijn nieuwe album Carnage allemaal weer uit te komen in White Elephant, een nummer waarin hij voorgaat in een koor dat zingt over het Koninkrijk in de Hemel. Als oude man weer gevallen voor het geloof, die Cave? Neuh, het ligt er duimendik bovenop dat hij aan het schmieren is. Zo dik zelfs, dat je denkt: kan wel iets minder.

Alweer een nieuw album van Nick Cave, ja. Carnage kwam onverwacht uit, maar lijkt een logisch vervolg op de twee albums die eraan vooraf gingen: het door de dood van zijn zoon Arthur geïnspireerde Skeleton Tree en het wat zweverige Ghosteen. Na de ingetogenheid van die platen gaat Cave op Carnage (bloedbad) soms weer even ouderwets loos in geschreeuw en gebrul, maar is de algehele sfeer er toch een van bezinning.

Opvallend is dat Carnage wordt gepresenteerd als een album van Nick Cave én Warren Ellis, de man die al jaren een leidende positie heeft in zijn begeleidingsband The Bad Seeds en met wie hij in het verleden ook filmsoundtracks heeft gemaakt. Ook Cave en Ellis zijn door de pandemie aan huis gebonden. In Albuquerque zingt Cave dat een bezoek aan Amsterdam er voorlopig niet in zit.

Rock

Nick Cave
Carnage
(Goliath Records)

Meer over