Jan Sluijters' Potret van Greet van Cooten (1910) is het topstuk van de geschonken collectie.

PlusAchtergrond

Na de schenking van Els Blokker-Verwer heeft museum Singer Laren nu zijn eigen Mona Lisa

Jan Sluijters' Potret van Greet van Cooten (1910) is het topstuk van de geschonken collectie.Beeld Singer Laren, schenking Collectie Nardinc

Museum Singer Laren staat sinds deze week definitief op de kaart als hét museum voor Nederlands impressionisme en modernisme. Met dank aan de mecenas die niet alleen de collectie een impuls gaf, maar ook een nieuwe vleugel bekostigde.

Edo Dijksterhuis

Eerst de familiaire ontvangst aan de keukentafel van Els Blokker-Verwer en daarna die glimlach. Toen wisten Evert van Os en Jan Rudolph de Lorm, respectievelijk algemeen directeur en museumdirecteur van Singer Laren, dat het goed zat.

Ze hielden zich na vertrek in totdat ze uit het zicht waren van de woning en vielen elkaar toen juichend in de armen. “We waren zo blij dat we ons verhaal goed hadden kunnen vertellen,” zegt De Lorm. “En dat het zo goed was ontvangen.”

Dat verhaal was een verzoek: of de weduwe van Jaap Blokker, de man achter de gelijknamige winkelketen, haar omvangrijke kunstcollectie niet wilde schenken aan het museum. En nog een beetje meer.

‘Keukentafelmoment’

“Als je een collectie krijgt, krijg je de financiële zorgen voor onder andere onderhoud erbij,” legt Van Os uit. “Bovendien moet je ook ruimte hebben om de collectie te tonen en de kennis om hem goed te ontsluiten. Die onderwerpen namen we dus mee in ons gesprek.”

De Lorm kneep hem een beetje. “Ik dacht: wie het onderste uit de kan vraagt, krijgt het lid op zijn neus.”

Maar Van Os zat met de beoogde schenker samen in het bestuur van Stichting Laren Jazz en kende haar als een vrouw die goed weet wat ze wel en niet wil. “We hebben eerst de toenmalige burgemeester laten polsen hoe dit verzoek zou vallen. Daarna hebben we met de architect en vormgever een boekje gemaakt met een impressie van de nieuwe vleugel waar haar collectie in hangt, plus een doorrekening van de kosten op de lange termijn.”

null Beeld Karin Borghouts/Singer Laren
Beeld Karin Borghouts/Singer Laren

Blokker-Verwer was er begin 2017, het ‘keukentafelmoment’, klaar voor. Ze wilde kleiner gaan wonen en veilen was voor haar geen optie. Ze wilde de collectie, die zij samen met haar man in veertig jaar tijd bij elkaar gebracht had, intact houden. Liefst in het dorp waar ze al zo lang woonde.

De Lorm: “Twee dagen later al kwam ze bij ons op bezoek. Ze zei: zo gaan we het doen. Ze had één voorwaarde: dat het niet de Blokkervleugel ging heten.”

De nieuwe aanbouw heet Nardincvleugel, naar het landgoed in Het Gooi waar de Blokkers jarenlang hebben gewoond. De uitbreiding brengt het totale museumoppervlak op bijna 1700 vierkante meter en door alle extra wanden is de hangruimte 2,5 keer zo groot geworden. Voor het eerst kan Singer Laren tijdelijke en permanente tentoonstellingen combineren. In de collectiepresentatie hangen nu 70 van de 117 werken die Blokker-Verwer geschonken heeft.

Leo Gestel, Berglandschap (Mallorca), 1914, olieverf op doek, 70 x 100 cm, Singer Laren, schenking Collectie Nardinc. Beeld Singer Laren, schenking Collectie Nardinc
Leo Gestel, Berglandschap (Mallorca), 1914, olieverf op doek, 70 x 100 cm, Singer Laren, schenking Collectie Nardinc.Beeld Singer Laren, schenking Collectie Nardinc

Na het schoonmaken van de vergeelde vernislaag knallen die laat negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse schilderijen van de muur. Er zitten bekende namen tussen als Leo Gestel en Carel Willink, maar ook circustaferelen van de ietwat vergeten Kees Maks en een naïef vrolijke voorstelling van marcherende jongeren door Johan van Hell.

Lieveling

De grote lieveling van de Blokkers was Jan Sluijters, van wie het museum maar liefst 41 doeken kreeg. Topstuk is het bijna lichtgevende portret dat de kunstenaar maakte van zijn vrouw. “Het is natuurlijk Greet, maar je kunt er ook Lady Di in zien of een Warhol,” zegt Van Os. “Dit is nu de Mona Lisa van Singer.”

De bouw van de Nardincvleugel werd aangegrepen om ook de bestaande zalen onder handen te nemen. Waar vroeger de net iets te grote en lichte tuinzaal was, heeft het parcours nu een logisch ritme door middelgrote zalen met bovenlicht, met halverwege een afslag naar een filmzaaltje.

Op de vloeren ligt warm eikenhout, net als in de villa waar het museum zijn oorsprong heeft (zie kader). Dat hout is doorgetrokken in de portalen waardoor de lange zichtlijnen worden gevangen in omlijstingen.

Kees Maks, Variétédanseres, ca. 1925, olieverf op doek, 115 x 86 cm, Singer Laren, schenking Collectie Nardinc. Beeld Singer Laren, schenking Collectie Nardinc
Kees Maks, Variétédanseres, ca. 1925, olieverf op doek, 115 x 86 cm, Singer Laren, schenking Collectie Nardinc.Beeld Singer Laren, schenking Collectie Nardinc

De bouw van de nieuwe vleugel kostte 5,6 miljoen euro, de opwaardering van de oudbouw 2 miljoen euro. Blokker-Verwer heeft daar een substantieel deel van betaald, de rest komt van de Vriendenloterij en andere donateurs. De mecenas heeft ook de middelen verschaft om een junior-conservator aan te stellen, die onderzoek doet naar de collectie.

“Met deze aanwinst kunnen we zoveel verhalen vertellen,” verheugt De Lorm zich. “Dit zijn echte gamechangers voor de Singercollectie. Het Stedelijk Museum heeft veel modernisten maar die staan deels in depot en bij Kröller-Müller is het internationale echelon goed vertegenwoordigd. Wij kunnen met deze uitbreiding onze ambitie waarmaken als het museum voor Nederlands impressionisme en modernisme in alle nuances.”

Met de schenking en fysieke uitbreiding is het wensenlijstje van de directeuren voor een groot deel vervuld. “Op twee dingen na,” volgens De Lorm. “We missen nog een abstracte Mondriaan en een Van Gogh. Dan is het verhaal echt rond.”

Singer Laren

Singer Laren begon in de villa die Anna en William Singer in 1911 lieten bouwen in de kunstenaarskolonie Laren. William was de vermogende zoon van een Amerikaanse staalmagnaat, schilderde zelf maar is vooral bekend geworden als kunstverzamelaar. Na zijn overlijden liet Anna een museum en concertzaal aan de villa bouwen, die in 1956 openden voor publiek.

Singer Laren is nog steeds een privaat museum en krijgt alleen een kleine onderhoudssubsidie van de gemeente. Een groot deel van de ruim 3000 stukken tellende collectie is geschonken door onder anderen de erven van Ferdinand Hart Nibbrig, de schilder Jacob Dooijewaard, de collectie Groeneveld en Renée Smithuis. Ook zijn er belangrijke individuele werken gedoneerd, bijvoorbeeld van Max Liebermann en Max Beckmann.

Hoewel Singer veel tijd en moeite investeert in het onderhouden van relaties met verzamelaars, neemt het museum niet alles aan. “We moeten selectief zijn,” stelt artistiek directeur De Lorm. “Een schenking moet iets toevoegen aan de bestaande collectie en passen in het langetermijnplaatje.”

Meer over