PlusInterview

Musical over Albert Mol in DeLaMar West: ‘Voor bekrompen Nederlanders was hij het Monster van Flikkerstein’

De musical De Mol en de Paradijsvogel van OpusOne over Albert Mol voldoet precies aan de uitgangspunten van DeLaMar West: een Nederlandse musical vanuit het niets opgebouwd, een jonge componist, hoofdrol voor mannen uit de lhbtq-gemeenschap, een Syrische vluchteling en nog geen druk van een première in een groot theater.

Patrick van den Hanenberg
Repetitie van de musical ‘De Mol en de Paradijsvogel’, in kamerjas op de bank: Laus Steenbeeke als Albert Mol.
 Beeld Jean-Pierre Jans
Repetitie van de musical ‘De Mol en de Paradijsvogel’, in kamerjas op de bank: Laus Steenbeeke als Albert Mol.Beeld Jean-Pierre Jans

In de talkshow Een Groot Uur U uit 1969 vroeg presentator Koos Postema aan danser-acteur Albert Mol zonder omhaal of hij homo was. Mol wenkte naar de camera, die hem close-up nam, en zei tegen de kijkers: “Aan niemand doorvertellen, maar ja, ik ben homo.” En daarmee was Mol de eerste bekende Nederlander die daar openlijk voor uit kwam.

Monster van Flikkerstein

Regisseur-schrijver Daniël Cohen vindt het vreemd dat Mol geen gay icoon is geworden. Na een doorloop in de Diemerstudios vertelt hij: “We hebben rolmodellen nodig, zeker als je tot een minderheidsgroep behoort. Maar waarom zijn we daar dan zo superkritisch op? Waarom mag een man niet vrouwelijk zijn?”

Cohen: “Voor bekrompen Nederlanders was Mol het Monster van Flikkerstein, maar ook de conservatie gayscene moest weinig hebben van deze ‘flikker met flair’. Men zag hem vooral als een aanstellerig panellid bij Wie van de Drie, terwijl hij een geweldige danser en acteur was, die internationaal actief is geweest en gespeeld heeft met Sonneveld.”

[Tekst loopt door onder video]

“Hij heeft zich een beetje verscholen achter het beeld van ‘malle Appie waar iedereen om lacht’. In de gay community werd gezegd: doe maar niet zo overdreven, want dan verpest je het voor de anderen. Je moet blijkbaar als homo dun, mannelijk en jong zijn. Tijd voor eerherstel, tijd om na te gaan waar de zelfhaat in de community zit en tijd om te onderzoeken hoe het met de huidige homoacceptatie zit, want het is echt een misvatting dat het nu prima is.”

In elkaar geslagen

Voor dat eerherstel dacht Cohen aan een musical met Laus Steenbeeke als Albert Mol, die rustig opgebouwd moest worden volgens het Angelsaksisch model. Cohen: “Op kleine schaal uitproberen en schaven aan de hand van reacties van het publiek. Met zes jonge jongens van de musicalopleidingen, die als stagiairs niet anoniem in het ensemble worden gestopt, maar wezenlijke acteer- en dansrollen krijgen. En dan niet na zes weken repeteren de première in een groot theater. Er hangt nog geen miljoenenbudget aan en er mogen best meerdere jaren overheen gaan.”

In gesprek met producent Maarten Voogel van OpusOne, die in DeLaMar West een prachtige speelplek in de luwte voor nieuwe producties heeft gekregen, kwam het idee om er een moderne lijn aan toe te voegen.

Voogel: “Ik liep al een tijd rond met de gedachte om iets te doen met het verhaal van de Marokkaanse jongen Saïd, die in de Utrechtse wijk Kanaleneiland constant in elkaar werd geslagen vanwege zijn geaardheid en in het Amsterdamse nachtleven terechtkwam. Hij is uiteindelijk overleden aan epilepsie, een aandoening die het gevolg was van al dat geweld.”

Voogel: “Zijn leven is nu losjes gebruikt voor de rol van een Syrische vluchteling, een genderqueer dragqueen, die hoopt in Amsterdam het paradijs te vinden na de hel voor homo’s in eigen land. Het verhaal wint daardoor aan diepte en actualiteit. Na de pauze komen de verhalen van Albert Mol en de Syrische jongen heel mooi samen. OpusOne is als meerjarig gesubsidieerd gezelschap gebonden aan diversiteit en inclusiviteit in de programmering en dat geldt ook voor DeLaMar West.”

Flink los

Andreas Fleischmann, directeur van DeLaMar is tevreden met wat er in de nieuwe vestiging van DeLaMar gebeurt. De voormalige directeur van theater de Meervaart heeft altijd een sterke band gehad met het westelijk deel van Amsterdam buiten de Ring. “Hier kan je iets betekenen, omdat er niet zoveel is. Het is een ideale plek voor het productiehuis MusicalMakers, dat de zaal de helft van het jaar gebruikt voor werkplaatsvoorstellingen, en dus blijft er genoeg ruimte voor andere producenten, zoals OpusOne.”

“Het gaat hier de komende tijd flink los. Na corona is er een sfeer van uitgestelde behoeftebevrediging, niet alleen voor de nieuwe makers maar ook voor de contacten met de buurt. Er zijn naschoolse activiteiten en we vragen aan externe producenten om in hun projecten twee open momenten te reserveren voor de buurt om doorlopen of repetities te bekijken.”

Fleischmann: “Dat moet lukken met een Cordaanvestiging, huisvesting voor alleenstaande moeders, dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking, een studentenhotel en het ROC met 4000 studenten in de buurt.”

Cohen: “Een nieuw en jong publiek DeLaMar West intrekken met relevante verhalen, zoals De Mol en de Paradijsvogel, kan een wezenlijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het leefklimaat in de stad. Want zoals een oudere man in de voorstelling zegt: ‘Het is Pride in de Warmoesstraat, niet op het Mercatorplein’.”

De Mol en de Paradijsvogel door OpusOne, 19 t/m 23 april in DeLaMar West

Meer over