PlusAchtergrond

Museum Voorlinden verkent de vriendschap tussen tegenpolen Picasso en Giacometti

Pablo Picasso en Alberto Giacometti waren geobsedeerd door dezelfde thema’s, maar verschilden toch vooral van elkaar. Museum Voorlinden verkent de vriendschap tussen de twee kunstenaars.

Kees Keijer
Museum Voorlinden presenteert de eerste tentoonstelling in Nederland over de verrassende band tussen twee van de grootste kunstenaars uit de twintigste eeuw.
 Beeld Museum Voorlinden
Museum Voorlinden presenteert de eerste tentoonstelling in Nederland over de verrassende band tussen twee van de grootste kunstenaars uit de twintigste eeuw.Beeld Museum Voorlinden

‘Hij verbijstert me, hij verbijstert me zoals een monster je zou verbijsteren.’ Alberto Giacometti (1901-1966) had in 1957 weinig goede woorden over voor Pablo Picasso (1881-1973), de man die hij ooit als een goede vriend beschouwde. Tussen 1930 en 1934 hadden ze regelmatig contact en in 1940 en 1941 zelfs vrijwel dagelijks.

Maar in boeken of tentoonstellingen werd weinig aandacht besteed aan de vriendschap tussen de twee kunstenaars. Tot nu toe, want museum Voorlinden pakt groots uit met de expositie Picasso-Giacometti, georganiseerd in samenwerking met de Fondation Giacometti en het Musée national Picasso-Paris, waar de tentoonstelling eerder te zien was.

Helemaal gelijkwaardig begon de vriendschap niet. Toen de twee kunstenaars elkaar voor het eerst ontmoetten was Giacometti 21 jaar oud, twintig jaar jonger dan Picasso. De Zwitser was naar Parijs gekomen om aan de Académie de la Grande Chaumière te studeren. Picasso was zonder twijfel de beroemdste moderne kunstenaar ter wereld. Giacometti was aanvankelijk geen volwaardige fan. ‘Ik zag de reproducties van Picasso’s nieuwste schilderijen: ze lijken op sculpturen, wat ik niet mooi vind, en hij is er zo op gebrand altijd iets nieuws te doen, dat ik het uiteindelijk alleen nog vermoeiend vind,’ schreef hij in 1929 in een brief aan zijn vader.

Zelfportretten

In de eerste zaal in Voorlinden hangen twee zelfportretten van beide heren. Picasso schilderde zichzelf in 1901 als zelfverzekerde maar ook melancholieke jongeling van twintig jaar, met een zorgvuldig gekweekt baardje dat hem een paar jaar ouder doet lijken. Hij schilderde het doek ongeveer op het moment dat Giacometti geboren werd. Die laatste maakte negentien jaar later ook een zelfportret, maar dat is wat traditioneler en impressionistischer. Het is duidelijk dat Picasso in alle opzichten een stuk verder was toen de twee kunstenaars elkaar ontmoetten.

Ze hadden ze veel gemeen. Beiden waren zonen van kunstenaars die al vroeg begonnen met schilderen. Beiden verruilden al vroeg hun land van herkomst voor Parijs, destijds het onbetwiste centrum van de kunstwereld. En beiden ontwikkelden een radicaal nieuwe beeldtaal die ongelofelijk invloedrijk bleek.

Toch waren ze in zekere zin tegenpolen. Terwijl de levenslustige Picasso de zelfverzekerdheid zelve was, of dat in elk geval probeerde uit te stralen, was Giacometti meneertje moeilijk. De Zwitser zat vol onzekerheden die hij ook onderdeel maakte van zijn kunstenaarschap.

Voorlinden deed voor de tentoonstelling onderzoek naar de vriendschap tussen Picasso en Giacometti, maar hoe verbeeld je zoiets? Niet als een helder, chronologisch verhaal, vond het museum. De tentoonstelling brengt het werk van beide kunstenaars steeds bij elkaar op basis van specifieke thema’s. De zoektocht naar abstractie bijvoorbeeld, de dood of poserende modellen. Beiden lieten zich in hun beelden aanvankelijk inspireren door de beeldhouwer Rodin, beiden zochten een vorm om zich te verhouden tot het surrealisme.

Dichter bij zijn ideaal

Binnen die thematische zalen zijn het toch keer op keer de verschillen die opvallen. Bij de modellen bijvoorbeeld. In een van de zalen staan maar liefst tien sculpturen van Giacometti op een rij. Tien keer wordt de bezoeker aangestaard door hetzelfde gezicht. Het model is Annette Arm (1923-1993), die in 1949 met Giacometti trouwde. Ze was het onderwerp van vele lange poseersessies. Steeds opnieuw werd haar gezicht in beeld gebracht. Keer op keer probeerde hij haar gezicht te boetseren tot hij dichter bij zijn ideaal kwam. Giacometti was verwikkeld in de onmogelijke ‘zoektocht naar het absolute’ (in de woorden van schrijver Jean-Paul Sartre) om iemands essentie te herscheppen.

Picasso had zo ongeveer de omgekeerde werkwijze. “Ik zoek niet, ik vind,” is een beroemde uitspraak van de Spanjaard. Hij portretteerde zijn geliefden als wellustige wezens, maar als hij weer op zijn prooi was uitgekeken werden het akelige monsters, slappe vleesdraden met agressieve tandjes.

Schedels

Bijzonder is ook om te zien hoe beide kunstenaars in hun werk met de dood omgingen. Beiden schilderden en beeldhouwden regelmatig schedels, vaak als een verwijzing naar de eindigheid van het leven. Picasso was in 1901 geschokt door de zelfmoord van Carles Casagemas. Hij schilderde zijn opgebaarde vriend bij een brandende kaars. Giacometti was in 1947 onder de indruk van de zelfmoord van zijn buurman en maakte een beeld van een hologige figuur met een lange neus, hangend in een zwarte metalen kooi.

Het ging mis met de vriendschap. In de jaren dertig leek het werk van Giacometti en Picasso nauwelijks op elkaar, maar voerden ze regelmatig artistieke discussies. In de tweede helft van de jaren 1930 debatteerden de twee kunstenaars voornamelijk over de rol van het realisme in de kunst. Vooral Giacometti ging zich steeds meer richten op een natuurgetrouwe weergave van het menselijk lichaam. In 1950 zocht Giacometti een galerie in Parijs. Galerie Louise Leiris was een optie. Daar zat ook Picasso, die het voorstel torpedeerde door tegen Giacometti’s komst te stemmen. Daarna was er nog een keer een knallende ruzie met slaande deuren en was de vriendschap voorbij.

Picasso-Giacometti, t/m 13 februari 2022 te zien in museum Voorlinden, Wassenaar.

Meer over