PlusBoekrecensie

‘Moederskind’ van Howard Jacobson: kroniek van een ‘mislukt’ leven

Voor fans van Jacobsons hyperbolische moppertirades zal zijn memoires Moederskind een (wel wat uitgesponnen) feest der herkenning zijn.

Dirk Jan Arensman
Howard Jacobson in juni 2017. Beeld David Levenson/Getty Images
Howard Jacobson in juni 2017.Beeld David Levenson/Getty Images

Het zat er al vroeg in bij Howard Jacobson (79), als we zijn eigen memoires mogen geloven. In zijn wieg in Manchester was hij al ‘een mislukte baby’, ‘metafysisch uit het lood, maar vooral ongelukkig in zijn lichaam, vernederd door alle parafernalia van het babyleven en het kinderwagenbestaan, niet opgetild willen worden, niet neergelegd willen worden, gaan huilen als hij rondgereden wordt…’. Kortom: een misfit in een luierpakje, voornamelijk gespecialiseerd in ‘stuurs zitten’.

Dat Jacobson (daarom?) gebóren was voor het schrijverschap, wist hij ook al jong. Maar toch zou hij pas in 1983 debuteren met Coming From Behind, om uit te groeien tot een bejubeld auteur van tragikomedies over de Joodse identiteit. Een Britse kruising tussen Philip Roth en Woody Allen, die met The Finkler Question (2010, vertaald als De Finklerkwestie) verrassend de Booker Prize won.

Moederskind is een zelfonderzoek naar de vraag waarom dat zo lang moest duren, plus een kroniek van zijn uiteenlopende mislukkingen als zoon, student, echtgenoot, universitair docent en vader. Klinkt deprimerend? Voor fans van zijn hyperbolische moppertirades zal het een (wel wat uitgesponnen) feest der herkenning zijn.

Rampzalige huwelijksreis

Zo schrijft Jacobson cartoonesk én ontroerend over zijn ouders. Over moeder Anna, bij wie ‘de naald altijd op apocalyptisch’ stond, maar die hem wel zijn boekenliefde bijbracht, en vader Max, een larger than life man-van-actie die meubelstoffeerder, marktkoopman, taxichauffeur en goochelaar op kinderfeestjes was, en die hem lang een ‘verwijfde’ teleurstelling vond.

We lezen over zijn akelige studententijd aan Cambridge, waar hij zich ontpopte tot een apostelachtige volgeling van literatuurcriticus F.R. Leavis. En hoe hij zich daarna als docent aan universiteiten en hogescholen in Sydney, Australië en Wolverhampton jarenlang verloor in (de kleinzielige tweestrijdjes van) het academische milieu, en passant twee huwelijken om zeep helpend.

Hoed je, schrijft hij ergens schuldbewust, ‘voor de onvervulde schrijver die elke dag dat hij geen zin op papier zet ontevreden is en een substituut voor schrijven vindt in agressie, alcohol, sigaretten, doorzakken, ontrouw en het fatale onvermijdelijke: verliefd worden op een studente’. Een tredmolen van misère waaruit hij pas ontsnapte toen hij diezelfde misère én zijn Joods-zijn eindelijk als gedroomd materiaal omarmde.

Typerend: een creatieve doorbraak beleefde Jacobson tijdens een rampzalig verlopen huwelijksreis, waarvan hij bijzonder onderhoudend verslag doet.

Moederskind

Howard Jacobson
Vertaald door Henny Corver
Prometheus, €23,50
302 blz.