PlusInterview

Mes frères et moi is bewust een generieke film: ‘Je hebt overal ter wereld wijken zoals deze’

Yohan Manca greep terug op een vormend moment uit zijn eigen jeugd voor zijn zonovergoten speelfilmdebuut Mes frères et moi. Dat levert een verrassend universele film op over opgroeien in een achterstandswijk.

Joost Broeren-Huitenga
Mes frères et moi draait om de veertienjarige Nour (Maël Rouin Berrandou) en zijn drie broers. Beeld
Mes frères et moi draait om de veertienjarige Nour (Maël Rouin Berrandou) en zijn drie broers.

Het is wonderlijk hoe in film een zeer persoonlijk uitgangspunt toch een vrij generiek resultaat kan geven. Alsof de machinerie van de filmindustrie, als makers niet heel stevig in hun schoenen staan, automatisch de scherpe randjes eraf schaaft.

Dat lijkt te zijn gebeurd bij Mes frères et moi, een zonovergoten verhaal over jong zijn in een achterstandswijk. In gesprek met Yohan Manca, een jonge theatermaker die hier zijn speelfilmdebuut maakt, blijkt al snel hoezeer dit verhaal hem na aan het hart gaat. Die emoties weet hij goed op de kijker over te brengen, maar clichés liggen in de film ook telkens weer op de loer.

Mes frères et moi draait om de veertienjarige Nour (Maël Rouin Berrandou), de jongste van vier broers die het samen moeten zien te rooien in de periferie van een niet nader benoemde Zuid-Franse badplaats. Hun moeder ligt in coma in haar slaapkamer in hun donkere flatje; hun Italiaanse vader is al zo lang uit beeld dat oudste broer Abel (Dali Benssalah) die rol op zich heeft genomen. Zijn harde lijn botst continu op het impulsieve gedrag van broer Hedi (Moncef Farfar), die is belust op snel geld en verstrikt in drugszaakjes. Als dat tot ontploffing komt is Mo (Sofian Khammes) de diplomaat die tussenbeide komt, als hij tenminste niet de hort op is om de bloemetjes buiten te zetten met een opeenvolging van toeristen.

Zo zoekt elk van de broers dus naar een ontsnappingsroute van hun uitzichtloze levenspad – Abel in de verantwoordelijkheid, Mo in de liefde en Hedi in de criminaliteit. Ook voor Nour komt zo’n uitweg in beeld als hij bij toeval stuit op de opera. Hij heeft een taakstraf en moet met een stel andere raddraaiers het schoolgebouw verven. Dat staat leeg tijdens de zomervakantie, behalve één lokaal, waar een professioneel operazangeres lesgeeft aan de rijkeluiskinderen die een steenworp verder vakantie vieren. Het wakkert iets aan in Nour, die thuis zijn vaders Pavarotti-platen uit de kast trekt.

Warme sfeer

Manca baseerde zijn film op de theatertekst Pourquoi mes frères et moi on est parti... van Hédi Tillette de Clermont-Tonnerre. Die iets langere titel – letterlijk: ‘Waarom mijn broers en ik zijn vertrokken’ – geeft nog explicieter het centrale gevoel weer: wég moeten ze, want hier gaan ze nergens heen.

De film is een zeer vrije bewerking, benadrukt Manca. De theatertekst bestaat uit vier monologen, één voor elke broer. Voor de film giet Manca het in een klassieker narratief en kiest hij explicieter voor de jongste van het stel, de veertienjarige Nour.

“Wat me raakte in het stuk was het beeld van die vier broers, op zichzelf aangewezen met die moeder ergens tussen leven en dood,” zegt Manca. “En het had de warme sfeer van het zuiden van Frankrijk, waar ik zelf ook ben opgegroeid; het was belangrijk voor me dat te behouden. Maar Nours ontdekking van operamuziek, wat in de film de hoofdlijn van het verhaal vormt, dat is allemaal nieuw.”

Precies die lijn maakt de film voor Manca zo persoonlijk. “Het gaat over mijn leven, over een vormend moment toen ik zelf veertien was. Ook ik woonde in niet zo’n goede wijk, maar ik had een docent die mijn leven veranderde. Hij liet me kennismaken met het theater en dat veranderde mijn hele perspectief – op mijn leven en op de wereld.”

Regisseur Yohan Manca
 Beeld
Regisseur Yohan Manca

Van alle tijden

Nog persoonlijker maakte Manca het door zijn echtgenote, actrice en zangeres Judith Chemla (zie kader) te casten als de operazangeres die Nours leven verandert. Vooral met haar in gedachten koos Manca voor de opera. “Ik ben zelf niet heel muzikaal ingesteld, ik ben meer van het voetbal,” lacht hij. “Maar het klopte voor het personage, en voor Judith in die rol. En het heeft meer emotionele kracht, het is bijna pure emotie.”

Al die specifieke persoonlijke invloeden lijken in Mon frères et moi te botsen met elementen die juist al te generiek overkomen. Dat blijkt deels met opzet te zijn. “Je hebt overal ter wereld wijken zoals deze, overal groeien kinderen zo op,” legt Manca uit. “Die universaliteit wilde ik benadrukken. Net zoals ik het tijdloos wilde maken. Daarom draaiden we de film ook op 16mm-film: dat geeft dat tijdloze gevoel. Het zou 1998 kunnen zijn, of 2010, of 2022. Het is van alle tijden.”

Het is een mooie gedachte. Maar die abstractie, heel gebruikelijk in het theater, is niet zomaar naar film te vertalen. Hij botst met de specificiteit die het filmen van de echte wereld automatisch met zich mee brengt. Zo weet Manca onbewust de centrale paradox van zijn film aan te wijzen: zelfs het generieke is in Mes frères et moi heel persoonlijk voor zijn maker.

Mes frères et moi is te zien in Cinecenter, Filmhallen, Ketelhuis en Studio/K.

Manca en Chemla

Werken met je dierbaren wil nog wel eens verkeerd aflopen. Maar voor Manca was de keuze om zijn echtgenote een hoofdrol in zijn film te geven, snel gemaakt. “Natuurlijk zijn we het niet altijd eens – het gaat zoals het ook bij al die andere stellen in de film gaat: conflict en vrede wisselen elkaar af. Maar we delen ons hele leven, ze is de moeder van mijn kind, we kennen elkaar door en door.”

Manca schreef de rol van Sarah dan ook speciaal voor haar. “Ik wilde haar een podium geven,” legt Manca uit. “Ze is in Frankrijk vooral bekend als actrice, maar ze is ook zangeres. Als actrice wordt ze meestal gecast als vrij fragiele vrouw, vaak een beetje mysterieus. Ik wilde haar hier juist een sterke en meer aardse rol geven.”