PlusInterview

Mauro Corona voor het eerst in het Nederlands vertaald: ‘Met mijn opvoeding had ik een moordenaar kunnen worden’

In de harde, maar gevoelige roman Als een steen in de stroom schrijft Mauro Corona over de diepe, allesbepalende wonden van een beschadigende jeugd. ‘Dit is om mezelf te bevrijden van de last van mijn verleden.’

Vivian de Gier
Mauro Corona: ‘Als je diep graaft in delicate materie, is het soms beangstigend wat er naar boven komt.’ Beeld Rosdiana Ciaravolo/Getty Images
Mauro Corona: ‘Als je diep graaft in delicate materie, is het soms beangstigend wat er naar boven komt.’Beeld Rosdiana Ciaravolo/Getty Images

Laat tegenover een willekeurige Italiaan de naam Mauro Corona vallen, en dat levert meteen een gesprek op. Met zijn woeste baard en grijze haardos onder een bandana, en een sigaar en drankje in de hand, is de schrijver, beeldend kunstenaar en televisiepersoonlijkheid niet bepaald kleurloos.

In eigen land is hij een fenomeen, en een literair voorbeeld voor andere schrijvers, onder wie Paolo Cognetti. Toch is Als een steen in de stroom, dat Corona (71) tien jaar geleden schreef, de eerste roman van zijn hand die in het Nederlands is vertaald. Het boek is een uitstekende kennismaking met Corona’s werk, en met de schrijver zelf. Want van al zijn romans is deze de meest persoonlijke.

Als een steen in de stroom vertelt het levensverhaal van een schrijver en kunstenaar die zich na zijn zestigste terugtrekt in de bergen. Zijn leven is getekend door fysieke en geestelijke ontberingen. Hij en zijn twee broertjes worden als kind in de steek gelaten door hun moeder.

Marmergroeves

De drie jongens groeien op bij hun arme en zwijgzame grootouders, krijgen slaag van hun vader en moeten elke dag werken in de marmergroeves. Hun jonge leven is gespeend van welke vorm van plezier en liefde dan ook. Het maakt van de oudste zoon een bittere, harde volwassene die geen liefdevolle relaties kan aangaan, omdat hij vanuit de pijn die in hem huist anderen pijn doet met zijn gedrag.

Over de diepe, allesbepalende wonden van zo’n beschadigende jeugd gaat dit boek. En over de noodzaak van herinneren, praten en schrijven om die last van het verleden kwijt te raken.

Corona, net terug van een tocht door de wonderschone Dolomieten, strijkt neer op een terras aan het Meer van Misurina. Hij steekt een sigaartje op, bestelt een glas bier, en meteen nog een. Met olijke ogen kijkt hij het Nederlandse bezoek aan.

Voorin het boek staat dat het boek aan de fantasie is ontsproten. Maar zo doorvoeld schrijven over jeugdtrauma kán haast niet zonder daar zelf iets van te hebben meegemaakt.

Corona glimlacht en knikt. “Als je diep graaft in delicate materie, is het soms beangstigend wat er naar boven komt. Dus dan zeg je maar dat het verzonnen is, vooral om familie en andere betrokkenen te beschermen. Ik schreef dit boek om mezelf te bevrijden van de last van mijn verleden. Ik wil niet onbegrepen sterven.”

“Het simpele beeld dat mensen van me hebben – een moedige, extraverte en opschepperige man, of een alcoholist – doet geen recht aan de waarheid. In eerdere romans heb ik geprobeerd de tragedie van mijn leven in kleine brokjes te vertellen, met lichtheid en een lach. Maar dit is het boek waarin ik mijn ziel het meest blootgeef. Als maar één van mijn boeken zou worden vertaald, zou het dit moeten zijn.”

Hoe zag uw jeugd eruit?

“Mijn vader was gewelddadig. Soms bond hij mij en mijn broertjes vast aan een paal om vervolgens onze moeder tot bloedens toe in elkaar te slaan. Afschuwelijke taferelen. Mijn moeder ging ervandoor; ik was zes, mijn broer vijf – hij overleed voor zijn achttiende – en mijn jongste broertje was nog maar vier maanden. We werden als het ware weeskinderen terwijl onze ouders nog leefden, en groeiden op bij de grootouders van mijn vaderskant, zwijgzame mensen.”

“Mijn eerste eigen paar schoenen kreeg ik pas op mijn dertiende, maar over de armoede of het gebrek aan spullen klaag ik niet; dat was gewoon een dagelijkse realiteit. Wat wél erg was, was het totale gebrek aan liefde: dát heeft ons van onze kindertijd beroofd. De verdoving van alcohol was een van de manieren om dit alles het hoofd te bieden. Het haalt de scherpe randen van de pijn die ik vanbinnen voel.”

Ook schrijven was voor u een manier om te overleven, schrijft u.

“Voordat ik schrijver werd heb ik veel zwaar werk gedaan. Ik heb in de mijnen gewerkt, als houthakker, afwasser, bouwvakker. Mijn eerste boek schreef ik in 1997, voor mijn kinderen. Ik ontdekte dat schrijven eigenlijk het enige is wat mij bevrijdt van kwellende gedachten.”

“Zelfs tijdens klimmen in de bergen of beeldhouwen denk ik aan de narigheid in mijn leven, alleen schrijven verjaagt alle gedachten en verdooft mijn melancholie. Het helpt me om te leven. Het is moeilijk om gelukkig te zijn, maar kalmte en tevredenheid zijn een vorm van bescheidener geluk.”

Hoe heeft het verleden u getekend?

“Ik heb als kind niet geleerd wat liefde is. Sterker nog, mijn vader leerde ons niet het principe van ‘oog om oog, tand om tand’, maar van ‘oog om twéé ogen’. Vergelding, wraak. Zo was mijn grootvader, en mijn vader heeft dat vervolgens aan mij doorgegeven.”

“Toen ik op mijn achttiende er doodziek van was om door mijn vader in elkaar geslagen te worden, heb ik teruggevochten en hem in elkaar geslagen. ‘Oké, en als ik mijn geweer tevoorschijn haal, wat doe je dan?’ zei hij tegen me. ‘Laten we kijken wie’ t het snelste te pakken heeft,’ antwoordde ik. Toen liet hij me met rust.”

“Met de opvoeding zoals ik die heb gehad, had ik een moordenaar kunnen worden. Daarvan heb ik mezelf weten te redden. De roem die ik heb gezocht door op televisie te verschijnen, is in eerste instantie voortgekomen uit ijdelheid. Maar bekend worden, omhoogklimmen op de maatschappelijke ladder, is ook een vorm van wraak geweest, alleen dan in een positievere vorm.”

“Mijn geboortedorp Erto is klein en afgesloten, alsof dikke muren van lucht het afscheiden van de rest van de wereld. Dus het voelde als een prestatie om daarvan los te komen.”

U woont nog altijd in Erto. Heeft u nooit de behoefte gevoeld het verleden letterlijk achter u te laten?

“Erto is prachtig. Ik hou immens van dit landschap, en hoe meer jaren er voorbijgaan, hoe mooier het wordt. Hier in Misurina kom ik al van jongs af aan om de bergen in te gaan.”

“Als kind had ik op zeker moment geen vertrouwen meer in volwassenen, ik voelde me tussen hen in gevaar. In de bergen voelde ik me veilig en gekoesterd. Omringd te zijn door de natuur, met tjirpende vogels en bomen die allemaal hun eigen geluid hebben, gaf me een beschermd gevoel. En zo voelt dat nog, alsof ik word omhelsd door de bergen.”

“Natuurlijk zijn bergen gevaarlijk en kunnen ze me doden. Maar dan is er geen opzet in het spel. De mensheid heeft me al gedood, en daarbij was er wél sprake van slechte intenties.”

Hoewel uw boek een tamelijk zwarte visie op de mensheid verraadt, heeft het verhaal ook iets teders en sprookjesachtigs, door een bijzondere liefde die de man verzacht.

“Op een dag kwam ik tot het besef dat ik zelf nogal de hand had in de negatieve relaties met mensen en situaties in mijn leven. Sindsdien probeer ik de zachtheid die óók ergens vanbinnen verstopt zit, meer naar buiten te laten komen.”

“Nu, op mijn 71ste, ben ik liever dan vroeger. Ik ben als een steen in een bergbeek. Die stenen worden steeds ronder, het water slijt er de scherpe punten van af. Dat is wat er ook met mensen gebeurt, het leven leert je ronder te worden, zachter, minder stekelig. Zodat je anderen minder bezeert.”

“Ik heb met veel mensen ruziegemaakt. Ook met mijn ouders heb ik nooit meer een goede verstandhouding gekregen. Ik zou willen dat ik op jongere leeftijd de intelligentie en gevoeligheid had gehad om ze niet terug te betalen met dezelfde munt waarmee ze mij betaalden. Dat spijt me tot op de dag van vandaag.”

null Beeld

Als een steen in de stroom
Mauro Corona, vertaald door Marieke van Laake
Wereldbibliotheek, €22,99, 224 blz.

Over bergen, herinnering en weemoed

Mauro Corona heeft in Italië al meer dan 25 romans gepubliceerd. Come sasso nella corrente, zoals Als een steen in de stroom in het Italiaans heet, is een van zijn bestverkochte boeken en werd ook in Duitsland, Spanje en Slovenië uitgegeven. De belangrijkste thema’s in zijn werk zijn de bergen, de relatie van de mens met de natuur en de moderniteit, herinnering en weemoed. Elke dinsdagavond is hij te zien in het programma Cartabianca op RAI 3, waarin hij vanuit zijn woonplaats Erto praat over de bergen, maar vooral over politiek en actualiteiten.

Meer over