PlusTer plekke

Marjolijn de Cocq: ‘Ik hoop dat Rushdie nu nieuw publiek aanspreekt’

Vrijdag werd schrijver Salman Rushdie neergestoken, zondag was hij weer aanspreekbaar. Literair journalist Marjolijn de Cocq is groot liefhebber van het werk van Rushdie, die al meer dan 30 jaar leeft onder dreiging van de in 1989 tegen hem uitgesproken fatwa: ‘Het is jammer dat hij bekender is om de vervolging, dan om de grootsheid van zijn werk.’

Danielle Kliwon
Salman Rushdie  Beeld JOEL SAGET / AFP
Salman RushdieBeeld JOEL SAGET / AFP

Hoe ervoer je als journalist de eerste uren na de aanslag?

“Ik was bevroren. Hoe is het mogelijk dat zoiets na 33 jaar alsnog gebeurt? De fatwa werd na 10 jaar niet meer ondersteund, maar er werden telkens weer nieuwe geldbedragen uitgeloofd op zijn leven. Toch verwacht je het niet meer, in een tijd dat Rushdie zijn leven goeddeels had herpakt.

Als journalist ga je met koude hand om je hart toch ook uit van overlijden en je weet: er moet gewerkt worden. Je gaat gelijk na: wat weet ik van Rushdie? Wat kan ik over hem schrijven? Ik opende zijn autobiografie en daar bleken twee gedroogde klavertjes vier in te zitten. Het is een dik boek, bij uitstek geschikt om bloemetjes in te drogen, maar ik vond dit heel mooi. Ik bladerde door het boek en dacht alleen maar: als hij het maar haalt, als hij het maar haalt.”

De nieuwe updates zijn hoopgevend. Hij is van de beademing en aanspreekbaar.

“Dat is een opluchting, het nieuws van vandaag. Rushdie schrijft in Joseph Anton, ik heb het nu herlezen, hoe hij na het ongeluk van prinses Diana in 1997 tegen zijn toenmalige vrouw zegt: ‘Het feit dat ze niet zeggen hoe het met haar is, betekent dat ze dood is.’ Bij Rushdie kwam er wel een statusupdate, hij werd geopereerd. Dat was al hoopgevend, maar ik had ook de aanslag op Peter R. de Vries in mijn achterhoofd. Een statusupdate wil niet per se zeggen dat het goed afloopt.

En het nieuws dat hij nu waarschijnlijk zijn oog verliest is cru. Rushdie leed aan ptosis, de spier van zijn bovenste oogleden werkte niet meer goed, waardoor ze zodanig gingen hangen dat zijn zicht verslechterde. Hij kreeg een ooglift. In zijn autobiografie beschrijft hij hoe hij na de operatie bijkomt. Hij heeft verband om zijn ogen, denkt even dat hij blind is geworden. En zo, denk ik dan, is hij nu dus weer wakker geworden. Hij is ontwaakt in een scène die hij eerder heeft meegemaakt en beschreven – met een minder goede afloop.”

Door de bedreigingen is zijn schrijverschap bijna onderbelicht geraakt. Hoe goed is De duivelsverzen eigenlijk?

De duivelsverzen is, zoals de meeste romans van Rushdie, een groot spel met schijn en werkelijkheid, mythes, historie én dagelijkse realiteit en misstanden. Zijn schrijfstijl is uniek en bloemrijk, hij goochelt met taal. Als je daarvan houdt en bij de les kan blijven, is het genieten ten top. Maar als je daar niet ontvankelijk voor bent – en dat is helemaal niet erg – kan het ook te veel zijn. Ik ben altijd fervent lezer geweest maar dacht na de eerste recensies van De duivelsverzen, ik was toen 21: daar begin ik niet aan. Maar mijn oma zei tegen mij: ‘Marjolijn, jij móet dit lezen’. Zij had geen schoolopleiding, was autodidact. Dus ik moest.”

En wat vond je ervan?

“Ik was hooked. Ik vond het fantastisch. De politieke en religieuze zaken waar de rel door is ontstaan, haalde ik er als toentertijd nog argeloze lezer niet uit. Voor mij was het één groot subliem geschreven sprookje. Nergens verkettert hij de Islam: hij bevraagt, hij zaait twijfel en is onzeker. Maar zoals Rushdie ook zelf constateert: hoeveel van de moslims die tegen hem zijn opgehitst zullen het boek daadwerkelijk hebben gelezen?”

Je hebt al zijn romans én autobiografie gelezen. Wat is jouw favoriete werk ?

“Twee jaar na De duivelsverzen – uitgevers stonden niet meer te trappelen om zijn werk uit te geven – is het hem met veel moeite gelukt om een boek te publiceren dat hij voor zijn eerste zoon Zafar had geschreven: Haroen en de zee van verhalen. Dat is mijn lievelingsboek aller tijden en ik raad het iedereen aan. Het boek toont de grote verhalenverteller die Rushdie is en die hij werd, geïnspireerd op en door zijn vader. Die was alcoholist en maakte altijd ruzie, maar was ook een begenadigd verhalenverteller. In het boek is hij de Shah of Blah, is de Sjah van Blabla, de bron van alles wat verhalen vermogen.”

Verwacht je dat Rushdies boeken nu weer meer zullen verkopen?

“De interesse is weer aangewakkerd, er komen nieuwe Nederlandse heruitgaven. Maar het is moeilijk te voorspellen. Ik wil zelf alles nu weer graag herlezen, dus ik hoop dat anderen die drang ook hebben. Alleen al zijn biografie is fascinerend. Joseph Anton was zijn schuilnaam voor de Britse beveiliging, naar schrijvers Joseph Conrad en Anton Tsjechov – de man die hij moest worden en niet meer wilde zijn. Hij haalt zijn gram over de vijanden die hij heeft gemaakt, over zijn ex-echtgenotes bijvoorbeeld. Maar hij is ook deemoedig en vaak ongenadig geestig. Zo jammer dat hij bekender is om de vervolging, dan om de grootsheid van zijn werk.”

Die vervolging was toch ook een groot onderdeel van zijn schrijverschap?

“Hij heeft sprongen gemaakt van een kat in het nauw. In de eerste jaren na de fatwa verklaart hij dat hij belijdend moslim is omdat hij dacht dat het dan zou verstommen. De bewering was een grote fout, schrijft hij, die hij ook weer heeft ingetrokken. Maar met die grootschalige beveiliging van de eerste tien jaar kon hij niet leven. Hij had adem nodig, die vond hij in New York. Als je altijd uitgaat van het worstcasescenario, zoals de beveiligingsdiensten deden, dan leef je ook niet. Hij wilde niet langer worden gegijzeld door wat hij noemt de ‘Gremlin van de angst.’ Hij eiste zijn stem weer op. Op podia zoals dat van vrijdag waar hij sprak over de vervolging van schrijvers. En in de romans die hij vele jaren lang heeft moeten schrijven achter gepantserd glas, met vier gewapende beveiligers in huis en een saferoom boven. Zijn schrijverschap is zo groots ondanks de vervolging.”

Tip Het Parool via Whatsapp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.