PlusMuziekrecensie

Magistraal: je kunt alleen maar ademloos luisteren naar Matthias Goernes versie van Schumanns Dichterliebe

Over de Duitse bariton Matthias Goerne is op deze plek in het verleden vaak al uitbundig gejubeld. En afgaande op zijn nieuwste album, dat simpelweg Lieder is getiteld, is er geen enkele reden dat jubelen te staken.

Erik Voermans
null Beeld

Goerne is dé bariton van de afgelopen twintig jaar. Elk nieuw album is een voltreffer en elk concert is een even sacrale als intimiderende viering van de liedkunst, van de muziek en van het geconcentreerd luisteren.

Maar het houdt voor Goerne niet op bij de liedkunst. Hij verraste vriend en vijand met zijn rol van Wotan in Wagners Ring, een project van Jaap van Zweden en zijn orkest uit Hong Kong.

Uitzonderlijk aan Goerne is allereerst zijn instrument, zijn stem, waarmee hij alles kan, van exaltiek tot uiterste intimiteit en alle tinten en expressiegraden daartussenin.

Op zijn nieuwe album vindt dat een hoogtepunt in zijn vertolking van Schumanns cyclus Dichterliebe, die, vanzelfsprekend, anders is dan van anderen. Het begint al meteen met een ongewoon breed genomen en geladen gezongen Im wunderschönen Monat Mai, waarin tekstdichter Heinrich Heine nog alle ruimte laat voor de opwinding van een nieuwe liefde, maar dat door Goerne wordt ingekleurd als een begin van het einde, blijkbaar ervan uitgaand dat alle liefde eindig is.

Daarmee ontdoet hij Dichterliebe ook meteen van de Biedermeierachtige sfeer die er nog steeds te vaak rond hangt. Want dit is geen deeltje uit de Bouquetreeks, maar de getuigenis van een existentieel trauma, dat een leven lang kan naijlen.

Daniil Trifonov

Wat Goerne ook bijzonder maakt, is dat hij – anders dan veel collega’s die het liefst werken met een vaste, vertrouwde muzikale partner – per project een andere pianist zoekt. In het verleden resulteerde dat met Christoph Eschenbach in een verpletterende Winterreise, of de fraaie Letzte Lieder van Strauss met de Zuid-Koreaan Seong-Jin Cho. Ditmaal benaderde hij de fenomenale Russische klaviervirtuoos Daniil Trifonov, wat al een reden op zichzelf is om dit album goed op je te laten inwerken.

Het wordt bijna saai, want ook Lieder is weer allerprachtigst. Dichterliebe is het centrale stuk, maar ook alles daar omheen is uitgezocht op een sfeer van verdriet en dood, omdat dit nu eenmaal de grote onderwerpen zijn en omdat muziek juist daar troost kan bieden.

En dus zingt Goerne ook de 4 Gesänge van Alban Berg, de Michelangelo-Lieder van Hugo Wolf (schitterend), en de onheilspellende Suite op gedichten van Michelangelo Buonarroti van Sjostakovitsj, met als hoogtepunt het aangrijpende lied Smert. Goerne sluit af met de Vier ernste Gesänge van Brahms, waarbij Goerne op hetzelfde niveau staat als Winterreise in hun beschrijving van de dood. Hij nam ze al eens eerder op, toen met Eschenbach.

Donkere schaduw

Voor de inkervende liederen van Sjostakovitsj heeft Goerne in Trifonov de ideale pianist gevonden, maar ook de zanger overtreft zichzelf. Goerne wordt in de uitersten van zijn stemregister op de proef gesteld, van diepe bastonen tot een kwetsbare kopstem.

Bij de aangrijpende Ernste Gesänge kun je alleen maar ademloos luisteren naar de manier waarop Goerne elke lettergreep een dramatische lading inblaast, terwijl Trifonov hem als een donkere schaduw ondersteunt. Magistraal.

Klassiek

Matthias Goerne, Daniil Trifonov
Lieder
(Deutsche Grammophon)

Meer over