PlusInterview

Leny Breederveld (De Luizenmoeder) is veel meer dan de clichéoma die ze vaak speelt

Leny Breederveld: ‘Ik heb veel gedaan, theater, ontzettend veel films. Dan is het raar dat je door De luizenmoeder ineens populair wordt.’ Beeld Shody Careman
Leny Breederveld: ‘Ik heb veel gedaan, theater, ontzettend veel films. Dan is het raar dat je door De luizenmoeder ineens populair wordt.’Beeld Shody Careman

Ze was de recalcitrante, sjekkies paffende juf Helma uit De luizenmoeder. Maar Leny Breederveld acteert al vijftig jaar, bij onder meer de gezelschappen Carver en Carrousel.

Sandra Donker

Voor veel televisiekijkers kwam ze drie jaar geleden uit het niets, toen ze de recalcitrante juf Helma vertolkte in De luizenmoeder. Leny Breederveld (70), de actrice die met het ironisch optrekken van één enkele wenkbrauw verdere tekst overbodig maakt.

Ze hoopt deze maand voor het eerst in jaren weer op het toneel te staan met ex-echtgenoot René Groothof in De Reiziger. De try-outs zijn geannuleerd, de première op 15 november staat nog, hangende nadere aankondigingen over de coronamaatregelen.

Een status als BN’er heeft de actrice nooit gehad en dat hoeft van haar ook niet zo nodig. “Soms,” zegt ze, “kom ik weleens iemand tegen in de supermarkt of zo die zegt: ‘Ik ben fan van u.’ ‘O wat leuk,’ antwoord ik dan. ‘Vanwege De luizenmoeder?”

En als zo iemand dan tot haar verrassing roept: ‘Nee, vanwege Carver!’ is haar hele dag goed. Dan heeft ze met een connaisseur te maken. Iemand die wél bekend is met haar verleden van bijna vijftig jaar theater, van decennia acteerervaring, bij Carver en bij Carrousel. Twee theatergroepen die uitblonken in stukken over de tragikomische absurditeit van alledag.

Nu zegt iederéén hoe geweldig u bent.

“Ja, ook dat nog eens,” zegt Breederveld en lacht besmuikt. “Ik heb mezelf even gegoogeld voor dit gesprek. Ik dacht: jee, wat heb ik veel gedaan. Theater, ontzettend veel films. Dan is het raar dat je door De luizenmoeder ineens populair wordt. Maar goed, in het theater hebben we ook altijd succes gehad. Ik voel helemaal niet dat we toen te weinig waardering kregen. Helemaal niet.”

Breederveld had vooraf gewaarschuwd dat ze ‘niet goed is in interviews’. “Maar het hoort er nu eenmaal bij, hè, zeggen ze dan.”

Ze zegt het met een vleugje mistroostigheid, ergens tussen ernst en ironie. Spelen, acteren, heerlijk, geweldig. Maar dat gedoe eromheen werkt op haar zenuwen. “Ik ben veel meer films gaan doen de laatste jaren, wat ik best moeilijk vond. Sowieso die teksten. En ik schrok me in het begin kapot van die camera, zo van: Actie!”

Hoe lang duurde het voordat u daaraan gewend was?

“Járen,” zegt ze met een lach. “Nee hoor. Kijk, mijn probleem is dat ik kan denken: een ander vond het geweldig wat ik deed – nou, hartstikke leuk, maar ík vind het niet geweldig. Snap je? Het is wie het zegt. Als mijn vrienden iets goed vinden, dan is dat voor mij wel belangrijk. Van hen neem ik het ook aan.”

“Acteren is een heel kwetsbaar vak. Je staat behoorlijk met je billen bloot af en toe. Het kan geweldig zijn als je goed bezig bent, maar als je faalt, kun je je bijna schamen. Ik heb zeker geen minderwaardigheidscomplex of zo, helemaal niet, maar ik ben gewoon heel kritisch. De hele tijd.”

Krijgt u veel aanbiedingen voor rollen?

“Jawel. Moet je nagaan, ik ben zeventig en ik krijg nog allemaal aanbiedingen. Dit voorjaar ga ik in een film spelen van Jelle de Jonge. Alles wat ik nu doe, zie ik als een toegift, zal ik maar zeggen.”

“Maar het geval is dat je vaker gecast wordt voor dingen die je al gedaan hebt. Dus weer de demente of die oma’s. Ouderwetse oma’s. Clichés van oma’s. Onopgemaakt, lelijk. Oorbellen uit. Bij De luizenmoeder ging dat ook een beetje zo. Voor je het weet, gaat het alleen maar van: o, Leny, hup alle make-up eraf, sigaret erin en klaar.”

Later deze maand gaat u, als corona geen roet in het eten gooit, weer een theaterstuk doen met René Groothof, uw ex-echtgenoot.

“Ja, De reiziger. Héél spannend. We repeteren al een jaar. De laatste keer dat René en ik samen op het podium stonden, was bijna tien jaar geleden. Het stuk gaat over een Jood die van de ene op de andere dag z’n leven moet opgeven. Het speelt zich af in 1938. Een vlucht naar de vrijheid, hij wil vanuit Duitsland naar Frankrijk. Het zijn tien scènes en ik speel alle personages die hij onderweg tegenkomt.”

Hoe is jullie chemie nu?

‘Heel vertrouwd... niet vreemd, nee. We zijn 23 jaar bij elkaar geweest. We kennen elkaar van haver tot gort. Wij zijn alweer twintig jaar uit elkaar, maar altijd vrienden gebleven.”

Jullie dochters hebben alledrie voor het theater gekozen.

“We hebben ze niet gepusht, maar inderdaad, Lisa en Marie hebben ook de mimeschool gedaan. Dora de toneelschool.”

Voor jullie moet het extra zwaar zijn in deze coronatijd.

“Voor mijn kinderen is het echt moeilijk. Mijn oudste dochter kreeg die Tozo. Duizend euro; daar kon ze de huur van betalen en een paar honderd euro overhouden. En ze mocht niet bijverdienen. Dat is toch raar? Het is sowieso een lastig bestaan. Het is projectje hier, projectje daar. Vroeger had je subsidie, dan kon je nog eens iets uitproberen, iets ontplooien. Dat is allemaal weg, heel erg. Het is voor acteurs slecht geregeld nu. Ze krijgen geen beurs, ze beginnen allemaal met een schuld en dan moet je maar kijken of je ergens terecht kunt.”

Waar zijn uw dochters terechtgekomen?

“Lisa heeft veel bij het Maastheater gewerkt, ze heeft ook een eigen groepje waarmee ze op de Parade staat, dat gaat heel goed. Dora is na de toneelschool haar liefde achternagegaan naar Berlijn. Daar heeft ze jaren gewoond en een opleiding filmacteren gedaan. Nu is ze weer in Amsterdam en geeft mime- en theaterles aan kinderen en pubers. Verder speelt ze losse rollen in tv en film.”

“En Marie, die zit in het vernieuwende theater, heel modern. Ze begon bij Schwalbe, wat ze met vijf anderen heeft opgericht. Moest ik in het begin wel aan wennen hoor. Dan dacht ik: waar gáát dit over? Bijna abstract. René en ik gingen naar haar eindexamen op de mimeschool en dat was een uur lang uitputtend dansen. Ik dacht: er zal nog wel iets gebeuren. Maar nee. Het was echt die volharding, daar ging het over. René en ik keken elkaar aan, we begrepen er niets van.”

Zei u dat tegen haar?

“Nou, dan ben je weer zo’n moeder die ook uit het theater komt, hè, die alles beter weet, dus zei ik maar ‘goh, ik vond het eh... wel eh...”

‘Interessant...’

Grijnst. “Ik heb nog nóóit zoiets gezien! Of: ik moet er wel aan wennen, hahaha. Later ben ik die programma’s steeds meer gaan waarderen. Het was niet zo zeer toneel of mime, het was meer een idee dat tot de uiterste consequentie werd uitgevoerd.”

Wat vond u belangrijk om uw dochters mee te geven?

Breederveld peinst even en zegt dan: “Je geeft vanzelf je eigen normen en waarden door en hoopt dat het zelfstandige, weerbare, aardige mensen worden. Die zich ontplooien. Maar uiteindelijk moeten ze hun eigen weg gaan en heb je er niet veel meer over te zeggen. Dat is volgens mij goed gelukt. Ik ben erg trots op ze. Die scheiding heeft er ingehakt, maar dat is een ander verhaal. Het was een paar jaar heel moeilijk, maar nu zijn de verhoudingen goed. We vieren samen dingen en gaan naar elkaars premières.”

Leny Breederveld (Den Haag, 4 februari 1951)

Leny Breederveld deed de mime-opleiding aan de Theaterschool in Amsterdam en speelde tien jaar bij Caroussel en daarna bij het legendarische toneelgezelschap Carver.

Breederveld is onder andere bekend geworden een van de drie dikke dames in VPRO’s Villa Achterwerk. Daarnaast speelde ze in tal van films, waaronder Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium, De Noorderlingen, Ibbeltje en Weg van jou,. Op televisie was Breederveld onder meer te zien in Oud zeer, Jiskefet, Vliegende Hollanders en De luizenmoeder .

Meer over